Soetje Aries , † >8-8-1656.
Dochter van ? .


◊ >1630
    Gerrit Hendricxse van den Honaert , * ±1593 , † <1657.
Kinderen:
  1. Hendrick Gerrits (Heijndrick Geeritse) van den Honaert , † Strijen ±7-3-1721 .

    ◊ Sint Anthoniepolder 9-11-1670   Macheltie Arijens ( Vlasblom) , * 1646 , ~Sint Anthoniepolder 18-11-1646 , † Strijen ±19-8-1715.

    9 kinderen


  2. Barbara Gerrits (Berbertie Geerits) van den Honaert , † ±1687 .
      Overleden tussen 1-8-1686 en 19-12-1688.

      In 1680 woonde Berber aan ’het huytenste eynde van Strijen’.

      In een akte van 14-3-1680 accordderde Barber Gerrit van den Honaerdt, weduwe van Meewes Cleijs, wonende aan het ’buijtenste eijnde van Strijen’ met 2 zwagers over over het vaderlijk erfdeel van haar ongeveer eenjarige zoon Gerrit.

      De ziek te bed liggende Barent Cleijsz. en zijn gezond zijnde vrouw Berber Gerrits van den Honaert, wonende onder Strijen, maakten op 1-8-1686 een testament op de langstlevende, die hun 2 gezamenlijke kinderen diende op te voeden en bij mondigheid samen 100 zilveren ducatons uit te kerken i.p.v. hun legitieme portie. Indien de testateur de langstlevende zou zijn, diende hij Berbers voorzoon Gerrit Meeuwisz. uit haar huwelijk met Meewis Cleijsz. op te voeden en bij mondigheid 100 gld. uit te keren i.p.v. diens legitieme portie. Verder werden er regelingen getroffen in het geval de kinderen zouden komen te overlijden. Tot voogden over de onmondige kinderen stelden zij naast de langstlevende van zijn zijde de heer Aert Welboren, schepen in wene te Strijen, en van haar zijde haar broeder Hen. Gerritsz. van den Honaert. De testateur plaatste zijn handmerktje; zijn vrouw tekende ’Berber Gers. van Honaert’.

      Zie: "On Erfgoed" jrg. 14 en "Ons Voorgeslacht" jrg. 69.

    ◊ <1677   Meeuwes Cleijsz (Meeuwis Cleijssen) , † ±1679.
        Zoon van Cleijs Cornelis Joppe (alias) Timmerman en Griettie Meeuwis (Grietge Meeus) ( Palsrock) .
      Kinderen: Grietie en Gerrit.
      Op 29-4-1656 was Meeuwis Cleijsz nog onmondig.
      Overleden tussen 4-3-1679 en 14-3-1680.

      Meeuwis Cleijsz gebruikte land te Strijen.

      Meeuwis Cleijssen werd op 18-5-1677 voor 4 gld. aangeslagen vanwege reparatie aan de kerk en toren van Strijen.

      O p 21 mei 1671 k w a m e n Meeuwis Cleysse, Jan Jans Reyerkerck, getrouwd met Maeycke Cleys, Pieter Gerritse Molenaer, getrouwd met Neeltie Cleys, en Jacob Bastiaens Snel, getrouwd met Teuntgie Cleys, en voorts voor Annitgie Cleys, weduwe van Govert Bastiaens Jonge Koningh,
      tot uitkoop met Jan Pieters Romeyn als vader en voogd over Claes Janse Romeyn, zijn minderjarige kind bij zaliger Lijntgie Cleys, en dat vanwege de weeskinds portie in de erfenis van zijn grootmoeder Griettie Meeuwis, in leven weduwe van Cleys Cornelis Joppe. Het weeskind kreeg 40 gld. toebedeeld en aan eventueel nog aan het licht kŲrnende schulden in haar boedel zou het kind moeten m e e betalen. Het door Grietge Meeuwisdr. nagelaten huis werd op 14 maart 1680 door haar kinderen voor 208 Car. gld. getransporteerd aan de weduwe van haar zoon M e e u w e s C l e y s.

    ◊ <1683   Barent Cleijsz Moerkercke , † Strijen ±16-10-1706.
        Zoon van Cleijs Ariensz ( Moerkercken) en ?
      Barent was weduwnaar van Maeijcken Ariens Streeffkerck en zou later hertrouwen met Pieternelle Bastiaens van der Jagt.

      Het eerste kind van Barent en Barbara werd op 9-1-1683 gedoopt. In hun testament van 1-8-1686 worden hun kinderen Cleijs en Soetie genoemd.

      Barent Cleijsz./Thijsz. Moerkercke woonde eerst op de Moockerheijde omtrent Strijen, nadien aan ’den Schenckeldijck’ in het Land van Essche.

      Jan Damisse Oude Clem, voor hemzelf en uit naam van zijn broeder Pieter Damisse Oude Clem, tr4ansporteerde op 4-12-1669 voor 100 Car. gld. aan Barent Cleijsse Moerckerke een huisje en de melioratie van erf op de uitgegeven erven van de polder de Nieuwe Klem.

      Barent Cleijsse Moerkercke en zijn ’wat indispoost van lichame’ zijnde echtegenote Maeijcke Ariens Streeffkerck, echtelieden wonende op de Moockerheijde omtrent het dorp Strijen, maakten op 19-12-1677 een mutueel testament. Zij verklaarden niet in de 200e penning gequotiseerd te staan. De langstlevende diende de kinderen tot meerderjarigheid op te voeden etc. en vervolgens aan elk kind een zilveren ducation i.p.v. de legitieme portie uit te keren. Tevens zou de langstlevende der echtelieden een halve rijksdaalder aan de Strijense diaconiearmen en aan de Heilige Geestarmen uitkeren. Bij kinderloos overlijden van de eerststervende zouden diens ’vrunden’ eveneens een halve rijksdaalder ontvangen. Hij plaatste zijn handmerktje, zij haar handtekening.

      Arij Gerritsz. van den Honaert en Barent Cleijsz., getrouwd met Berber Gerrits van den Honaert, transporteerden op 24-5-1685 ieder hun derdepart voor 90 gld. in een huis met erf met de bepoting en de beplanting daarop staande, gelegen aan het buitenste einde van Strijen aan de eerste Weel aan Hendrick Gerritsz. van den Honaert, die het resterende derde deel toekwam. Op 9-4-1685 gaf Hendrick dit goed aan in de Strijense memoriaal.

      Barent Cleijsz. Moerkercken, wonende ’aen lant van Esschendijck’, ziek te bed liggend, weduwnaar van Berber Gerrits van den Honaert en laatstelijk van Pieternelle BAstiaens van der Jacht, testeeerde op 15-3-1706 en benoemde tot zijn unversele erfgenamen Cleijs en Soetie Barens Moerkercken, zijn kinderen bij Berber Gerrits van den Honaert, en Grietie Barens Moerkercke, zijn dochter bij Pieternelle BAstiaens van der Jacht. Laatstgenoemde was nog onmondig en diende uit de gemene boedel gealimenteerd te worden etc., waarbij zekere financiŽle zaken werden gestipuleerd. Tot voogden benoemd hij [zijn stiefzoon] Gerrits Meeuwisz. Keijserdsdijck en Jan Francken Jabaeij.

    4 kinderen


  3. Arij Gerritsz (Arij Geeritse) van den Honaert , * ±1645 , [] Klaaswaal 1714.
      Op 10-3-1663 was hij ca. 18 jaar oud en woonde in Strijen aan het ’buytenste eyndt’.

      In 1672 [het rampjaar] leverde Arij Gerritz. van den Honaert 400 bossen stro aan de Prins [Willem III] van Oranje.

      Bij akte van 13-4-1685 verklaarde Arij Gerritsz. van den Honaert voor 400 Car. gld. te hebben verhuurd aan Willem Arisz. Vlasblom, Cornelis Jacobsz. Polderman en Mangelis Maetheusz.: 4 morgen 300 roeden land aan ’den Nieucromstrijenschedijck’ in Nieuw-Cromstrijen. In de zomer van dat jaar was het land met lijnzaad bezaaid.

      Arij Gerritsz. van den Honaert en Barent Cleijsz., getrouwd met Berber Gerrits van den Honaert, transporteerden op 24-5-1685 ieder hun derdepart voor 90 gld. in een huis met erf met de bepoting en de beplanting daarop staande, gelegen aan het buitenste einde van Strijen aan de eerste Weel aan Hendrick Gerritsz. van den Honaert, die het resterende derde deel toekwam.

      Hoewel Arij van den Honaert in de polder Nieuw-Cromstrijen woonde, werden zijn kinderen te Strijen ten doop gehouden. Vermoedelijk was zijn woonstee dichter bij de ker van STrijen dan bij die van Klaaswaal gesitueerd.

      In de jaren 1705-1715 betaalde Van den Hoonaert de jaarlijkse erfpacht voor grond aan de Westdijck in het Oudeland van Strijen.

    ◊ 1671   Jaepie Jans van der Koij , † ±1681.
      Jaepie was j.d. uit het Achterland onder Groot-Ammers.
      Kinderen: Soetie (2x), Geerit en Johannis, die in 1678 werd gedoopt en jong is overleden.
      Overleden nŠ 23-3-1681.

      Arij Gerritsz van den Honaert en zijn ziek te bed liggende vrouw Jaepje Jans van der Koij maakten op 24-3-1681 in hun woning onder Klaaswaal voor de notaris uit Strijen een testament op de langstlevende. Deze zou gehouden zijn hun 3 gezamenlijke kinderen, en die welke eventueel nog geboren zouden worden, alsmede haar 2 voorkinderen uit haar 1e huwelijk met Arij Jacobsz. Poortegael, op te voeden etc. tot mondigheid of (eerder) huwelijk en 500 Car. gld. uitreiken, waarbij haar voorkinderen ook nog zouden ontvangen hetgeen zij bij testement van haar eerste man tegoed hadden .Als voogden stelde de testateur zijn broeder Hendrick Gerritsz. van den Honaert en zij Crijn Aerisz. van den Hoeck, haar zusters man, die tevens voogd was van haar voorkinderen. Bemoeienis van de weeskamer werd uitgesloten. De testateur plaatste zijn handmerkje en de testatrice tekende ’Japye Jans’.

      Jaepie van der Koij was afkomstig uit de polder Achterlant, even ten noorden liggend van Ottoland in de jurisdictie van Groot-Ammers.

      Haer ongehuwde en zierk te bed liggende dochter Soetie Arijens van den Honaert testeerde op 24-4-1702 ten huize van de in de Noordkavel onder Strijen wonende [tante] Pleuntie Jans van der Koij, weduwe van Querijn van der Hoeck (en eerder van Willem Cornelisz. Boer0, op haar broer van de hele bedde, de in Den Hitsert wonende Gerrit van den Honaert.

    ◊ ±1682   Lijsbeth Pieterse van Es , † ±1684.
        Dochter van Pieter Cornelis van Es en Maeijcken Cornelis Bijl .
      Hun zoontje Pieter is jong overleden.
      Overleden nŠ 3-6-1684, maar wsl. wŤl in 1684 overleden.

      Arij Gerritsz. van den Honaert en zijn ziek te bed liggende vrouw Lijsbeth Pietersdr. van Es maakten op 4-6-1684 ten hunnen huize in nIeuw-Cromstrijen voor de notaris uit Strijen een testament op de langstlevende. Deze zou voogd zijn over hun gezamelijke kind of kinderen en diende hen naar behoren op te voeden etc. Bij haar vooroverlijden zouden haar kleding en lichaamssieraden ten behoeve van hun kinderen worden verkocht en de opbrengst op interest worden uitgezet. Bij zijn vooroverlijden zou hetzelfde gelden en daarbij zouden zijn kinderen, waaronder zijn 2 voorkinderen Gerrit en Soetie Arijens van den Honaert, gezamenlijk nog 50 gld. uitgekeerd krijgen. Medevoogden zouden zijn van zijn zijde Hendrick Gerritsz. van den Honaert en van haar zijde Willem Pietersz. van Es. Bemeoienis van de weeskamer werd uitgesloten. Hendrick plaatste zijn handmerkje en zij tekende als ’Lijsbet Pijters van Es’.

      Het lijkt erop dat Lijsbet’s kind jong is overleden, want haar nagelaten kleding ging naar haar ouders of hun kinderen.

    ◊ Heenvliet 17-12-1684   Annetie Cornelisse (Annetge Cornelis) Rooster , *Oud-Beijerland ±1661 , [] Oud-Beijerland 23-10-1728.
      Annetge was j.d. van Oud-Beijerland, wonende te Heenvliet.
      Kinderen: Leendert (2x), Cornelis, Jacobus, Adrianus en Hendrick.
      Op 23-10-1728 werd Annetje Rooster in een huurgraf begraven.

      Zij was een dochter van Cornelis Arentsz./Ariensz. (den) Rooster, boer te Heenvliet, en Aeltie/Aertie Jansdr. Zij had een broer Jan.

      Op 15-7-1710 transporteerden Arij Gerritsz. van den Honaerd en Lijntje van der Lande, weduwe en boedelhoudster van Jan Cornelisz. Rooster, o.a. percelen bouw- en weiland onder Heenvliet.

      Op 25-1-1720 bewees Annetie haar zoon Adrianus van den Honaert, weduwnaar van Hillegonda Anthonisse Herweijer, met zijn vaders bewijs met 200 gld.

      In 1722 stelde Adrianus van den Hoonaert zich borg voor zijn moeder Annetie Cornelis Rooster, weduwe van Arie van den Honaert.

      Annetje Rooster woonde laatstelijk te Oud-Beijerland voor welke gemeente zij te Strijen op 29-12-1726 een akte van indemniteit verkreeg.

    11 kinderen


Samengesteld door Joan Bos.
Voor meer informatie zie de introduktie of de FAQ.