Staes Jacobsz , † ±1550.
Zoon van Jacob .



    Claertje Cornelis Joostenzoonsdr ("Claertje Jan Hermans Huisvrouw") .
Kinderen:
  1. Jacob Staessen (Jacop Staesz) , † <1562 .

      Marijke Jans (Maritge Jans) , † <1553.

    <1556   Lijsbeth Adriaens (Lijsken Adriaensdr) .
        Dochter van Adriaen en ?

      Mijnsheerenland, 23 november 1555:
      Boedelscheiding tussen
      - Pontiaen Tonisz., e.v. wijlen Pieterken Adriaensdr., en
      - Adriaen Adriaensz. en
      Jacob Staesz., e.v. Lijsken Adriaensdr., vervangende Aert Adriaensz., die uitlandig is.
      Genoemd: Aert Adriaensz., onmondig, Adriaen en Cornelis Pontiaensz. Maritge en Neeltge Pontiaensdr.

      Mijnsheerenland, 2 mei 1563:
      Lijsbeth Adriaensdr., weduwe van Jacob Staesz. op Maasdam, en Lenert Jansz., e.v. Digna Jacob Staesdr., verkopen aan Heyman van Bleijenburg, waardijn van de Koninklijke Munt te
      Dordrecht, 5 hond = 500 roeden land in het Heilige-Geestblok buiten de Maasdammer weg onder de ban van Moerkercken.
      Genoemd: Maerten Huymansz., Huich Jacob Staesz., Jan Jacob Staesz., Staes Jacobsz., Neeltge Jacob Staesdr., Joost Staesz. en Maritge Staesdr.

    6 kinderen


  2. Maritge Staes Jacobsdr , † <5-1573 .
      Op 2-5-1563 was Maritge nog onmondig.
      Op 27-4-1573 wordt Pleun genoemd als zijnde weduwnaar van Mariche Staes Jacobsdr., toen hij land verkocht, zijn Maritge aangekomen bij het overlijden van haar broer Joost Staesz. op Beijerland.

      Op 21-7-1573 in Mijnsheerenland kwam Pleun Huigensz., weduwnaar van Maritge Staes Jacobszoonsdr., tot vertichting met Cornelis Hughensz., als gemachtigde van Huijch Jacobsz., bakker te Dordrecht, en Adriaen Woutersz. van Molenaarsgraaf, als voogden van moederzijde van Jaepge Pleune, onmonidge dochter van Maritge bij Pleun. Pleun zou in de boedel blijven, betaande uit o.a. een woning met vee, koren te velden, eigen land in het Oudeland van Mijnsheerenland, in het Heilige Geestblok onder Moerkerken en in de Sint Anthoniepolder, waarvan de helft het weeskind toekwam. Het kind kreeg voorts 500 car. gld. toebedeeld en Pleun zou het land van zijn weeskind gebruiken tijdens haar onmondigheid. Claertge Jan Hermans huisvrouw, de moeder van Maritge Staes Jacobszoonsdr. en grootmoeder van het weeskind, zou haar kleding ontvangen vanwege ’goeden dienst bij Claertge an haire dochter Maritge in haer leven bewezen’.

      Mijnsheerenland, 7 juni 1556:
      Kors Pietersz. verkoopt aan de onmondige kinderen van Staes Jacobsz. een jaarlijkse losrente van 19 gouden Cgld verzekerd op 6 mrg 150 roe land in het OvM en nog op het land gekocht van de kinderen van Aert Eeuwoutsz. uit Korendijk.
      Genoemd: Joost Staesz., Maritge Staesdr., Maritge Lauris Claesdr. en Adriaen Woutersz. van Molenaarsgraaf.

      Mijnsheerenland, 12 april 1561 na Pasen:
      Adriaen Woutersz. uit Molenaarsgraaf, voogd van de achtergelaten kinderen van Staes Jacobsz., va Cornelis en Adriaen Lambrecht Cornelisz.een jaarlijkse losrente van 12 Cgld verzekerd op 3 mrg land in het Heilig-Geestblok over de Polderweg.
      Genoemd: Heyltge en Maritge Lambrechtsdr., Lijske Lauwen, Geertge Claesdr., ev Lambrecht Cornelisz., en Jan Hermansz., stiefvader van de kinderen van Staes Jacobsz.

      Mijnsheerenland, 14-6-1573:
      Pleun Hugensz., weduwnaar van Marichge Staes Jacobsdr., verk. aan Dam en Ingen Jacobsz. enLeentge Jacobsdr., altezamen onmondige kinderen van Jacob Ingensz. en Marichen Hugendr., een jaarlijkse losrente van 13 Cgld, verzekerd op 14,5 hont land in het OvM, ten noorden van de Verloren Kost. Op 6.4.1598 bekent Cornelis Joosten in Strijen, als bij overdracht aan deze rentebrief gekomen, van Jan Philipsz., schout op Cillaarshoek, eertijds ev Leentge Jacob Ingensdr., ten volle betaald te wezen.

      Mijnsheerneland, 21 juli 1573:
      Cornelis Hugensz., gemachtigde van Huich Jacobsz., bakker in Dordrecht, en Adriaen Woutersz. van Molenaarsgraaf, voogd van Jaepge, scheiden de boedel van Pleun Hugensz., weduwnaar van Marichge Staes Jacobsdr.

    <3-1568   Pleun Huijgensz ( Blaeck) , † ±1599.

    1 kinderen


  3. Joost Staesz , † <5-1573 .
      Op 27-4-1573 was sprake van land dat Pleun Huijgensz. was aangekomen van zijn gestorven zwager Joost Staesz. op Beierland. Dit land genaamd ’De Houve’ lag in een perceel van 4 morgen 5 hond 36 roede, gemeen met o.a. het weeskind van Pleun.

      Mijnsheerenland, 9 april 1561 na Pasen:
      Jan Hermansz. van Maasdam, ev Claertge Cornelisdr.,eerder weduwe van Staes Jacobsz., va Adriaen Woutersz. uit Molenaarsgraaf, en dit ten behoeve van Joost Staesz. en Maritge Staesdr., 1 mrg 1 hond land in het Heilige-Geestblok onder de ban van Moerkercken in een hoeve van 10 mrg zaailand.

      Mijnsheerenland, 2 mei 1563:
      Lijsbeth Adriaensdr., weduwe van Jacob Staesz. op Maasdam, en Lenert Jansz., e.v. Digna Jacob Staesdr., verkopen aan Heyman van Bleijenburg, waardijn van de Koninklijke Munt te
      Dordrecht, 5 hond = 500 roeden land in het Heilige-Geestblok buiten de Maasdammer weg onder de ban van Moerkercken.
      Genoemd: Maerten Huymansz., Huich Jacob Staesz., Jan Jacob Staesz., Staes Jacobsz., Neeltge Jacob Staesdr., Joost Staesz. en Maritge Staesdr.

      Mijnsheerenland, 27 april 1573:
      Pleun Hugensz. in Mhld, weduwnaar van Marichge Staes Jacobsdr., verkoopt aan de achtergelaten kinderen van Hubert Jacobsz. Geldtelder op Beijerland, e.v. Aeltge, een jaarlijkse losrente van 4 Cgl d, verzekerd op 1 mrg land in het HG-land, hem aangekomen van zijn zwager Joost Staesz. op Beijerland. Voogden van de kinderen van Hubert zijn: Cornelis Jacobsz. uit Zuidland en Jan Dane.


Samengesteld door Joan Bos.
Voor meer informatie zie de introduktie of de FAQ.