Mijntje van Bree , * 1689 , ~Dubbeldam 22-5-1689 .
Mijntje was getuige bij de doop van Ariaantje Jans Booij , de doop van Ariaantje Jans Booij .

Dochter van Nicolaes (Claas Hendrixz) van Bree en Cornelia Wouters Eijkendonk .


◊ Dubbeldam 3-3-1717 (otr Dubbeldam 16-2-1717)
    Joris Janse Booij , * 1692 , ~Dubbeldam 9-3-1692 , † 23-1-1761.
Kinderen:
  1. Jan Jorisse Booij , * ±1716 , ~Dubbeldam 7-2-1717 , † >7-1786 .

      Te Dubbeldam op aug. 1786 "Is ingegaan een accoort tusschen den kerkenraaad en Joris Jansen Booij, volgens welk de laats genoemde aanneemt zijnen vader Jan Jorissen Booij te onderhouden, en voorts daar voor van den vanwegens den kerkenraad gegeeven werd het recht op het huisje waar in dezelve woonen en voorts allen wat daar in is (uitgezondert het goud en zilver welk waarde de diakonie reeds ontfangen heeft) uit hoofde dat de moeder Ariaantje Leendertsen Moret door dezelve in het stad Krankzinnige en verbeeterhuis onderhouden word."

    ◊ Dubbeldam 7-6-1744   Ariaentje Leendertsen Moret , * 1718 , ~Dubbeldam 16-10-1718 , † Dordrecht 8-12-1798.
    Ariaentje Leendertsen was getuige bij de doop van Saartje Booij , de doop van Joris Klaasse Booij , de doop van Pieter Booij .

        Dochter van Leendert Leenderts Moret en Ingetje Cornelisse de Zeeuw .
      Dubbeldam acta Kerkenraad in aug 1786:
      "Is ingegaan een accoort tusschen den kerkenraaad en Joris Jansen Booij, volgens welk de laats genoemde aanneemt zijnen vader Jan Jorissen Booij te onderhouden, en voorts daar voor van den vanwegens den kerkenraad gegeeven werd het recht op het huisje waar in dezelve woonen en voorts allen wat daar in is (uitgezondert het goud en zilver welk waarde de diakonie reeds ontfangen heeft) uit hoofde dat de moeder Ariaantje Leendertsen Moret door dezelve in het stad Krankzinnige en verbeeterhuis onderhouden word."

      Zij was een dochter van Leendert Moret en Ingetje de Zeeuw, die doopgetuige was bij haar kleindochter Ingetje Booij. Lidmaat geworden te Dubbeldam: Ariaantje Moret huijsvr van Jan Jorissen Booij, op belijdenis hier gedaan ao 1745.

      Op 30-9-1785 in Dubbeldam "Is de huisvrou van Jan Jorissen Booij wegens krankzinnigheid te Dordrecht in het stadskrankzinnig en verbeeterhuis getransporteerd en aldaar besteed voor de somme van 124 guld in ít jaar, moeten de insgelijk de diaconie voor de kleeding zorgen".

    3 kinderen


  2. Klaas Jorisse Booij , * 1718 , ~Dubbeldam 14-8-1718 , † Dubbeldam 2-1760 , [] Dubbeldam ±21-2-1760.

    ◊ Dubbeldam 19-5-1748   Kaatje (Caatje Hendriks) van Bree , *Dubbeldam ±1725 , ~Dubbeldam 10-2-1726 , [] Dubbeldam ±27-2-1789.

    4 kinderen


  3. Ariaantje Jorisse Booij , * 1720 , ~Dubbeldam 17-3-1720 , † 10-1749 , [] Dordrecht, Nieuwkerk 7-10-1749.
      "Arijaantie Booij, huisvrou van Wouter van Wijne in de Sarisgang; laat kinderen na, gemeen graft".

      Ariaantie Booij liet op 8-12-1743 in Dubbeldam een buitenechtelijk zoontje Jan dopen.

      Te Dubbeldam op 21-6-1744 Stond binnen Ariaantje Jorisse Booij versoekende acte van indemniteit voor haar en haar (onegt) kind, op Dubbeldam geboren en aldaar gedoopt 8 December. De Kerkenraad gedelibereert hebbende heeft gemelde versoek toegestaan ten opsigte van haar persoon, maar wat ít kind betreft oordeelde de Kerkenraad dat men kon wagten na dí uitspraak Regters voor welke gem: Ariaan Booij den vader die zij genoemt heeft, had ge[..]teert, zijnde den bereid hier ontrent zig nader te uiten, van welk oordeel des Kerkenraads men in dí acte van Ariaantje Booij ook meldinge heeft gemaakt tot unudatie voor die van Dordrecht alwaar Ariaantje Booij zig nu met er woon had neergeset.

      Op 27-8-1744 in Dordrecht ging Ariaantje alsnog in ondertrouw met Wouter van Rijn(n)(e), waarna nog meer zoons volgden.

    ◊ 1744   Wouter van Rijne , * 1722 , ~Dordrecht 6-11-1722 .
    Wouter was getuige bij de doop van Mijntje Booij .
      Ondertrouw op 27-8-1744 in Dordrecht.
      Wouter, zoon van Jacob(us) van Rijnen en Geertuid Saslet/Sijasteleth, die op 9-4-1719 in Dordrecht in otr. waren gegaan. Wouter had een zus Catrina, gedoopt op 11-11-1719.

      Wouter van Rijn(n)(e)

    4 kinderen


  4. Knelis Booij , * 1727 , ~Dubbeldam 10-8-1727 , [] Dubbeldam 22-8-1727.
      Gaarder begraven: "Den 22 do van ít lijck van Cornelis Jorisse Boij zijnde een craemkint van de vrouw van Joris Boij en dat gehoorde onder díonvermogende, dient memorie."


  5. Cornelis Jorisse (Knelis) Booij , *Dubbeldam 1729 , ~Dubbeldam 3-7-1729 , † Oud-Beijerland 22-4-1823 .
    Doopgetuige: Jan Cornelisse (Jan Cnelisz) van de Merwe en Ariaantje Janse Booij .

      Knelis vertrok van Dubbeldam naar Nieuwenhoorn op 13-4-1768 en in 1769 naar Oud-Beijerland.

    ◊ Oud-Beijerland 8-5-1768   Jannigje Corstiaans den Broeder , *Oud-Beijerland 1744 , ~Oud-Beijerland 25-10-1744 , † Oud-Beijerland 22-4-1828.
        Dochter van Kors Bastiaans den Broeder en Willemijntje (Willemtje Theunisse) van Bokhoven .
      Ondertrouw op 15-4-1768 in Oud-Beijerland.
      Cornelis Jorisze Booij, j.m., geb. te Dubbeldam, en Jannetje Corstiaansdr. den Broeder, j.d., geboren onder OB en beiden won. in OB.
      Get. de vader.

    5 kinderen


  6. Cornelia (Cnelia Jorissen) Booij , * ±1731 , ~Dubbeldam 9-3-1732 , † >1790 .
    Doopgetuige: Cornelia Wouters Eijkendonk en Jan Cornelisse (Jan Cnelisz) van de Merwe .
      Tweeling met Neeltje. Doopget. Cnelia Wouterse Ijkendonk, Herman Jacobse Langstraat.

      Te Dubbeldam op 21-12-1761 Rapporteerde de Predikant aen den kerkenraat dat den sijnen huijse verscheenen Cornelia Jorissen Booij vraagende of hij konde goedvinden om haar in onegt gebooren kind te doopen, dog hoe hij sulcks wijgerde soo hij niet selve als moeder het kind ten doop present eerde voor de Predikstoel, waertoe hij sig onwillig toonde. Waarop hij haar aenseijden dat hij het oordeel van den Kerckenraat hier overwilde inneemen op de volgende dag des Heeren, sijnde deesen 21 Dec. Waervan hij in die weeck konde ten sijnen huijse geinformeert worden. De Kerkenraat dit hoorende heeft het gedrag van den Predikant in deesen gehouden gebillijckt en beslooten om haar aen te seggen dat sij voor den kerkenraat selve soude reede geeven, waervan sij niet wilde aen de wet in deesen gestalneert sig onderwerpen, om dan deselve waaren haare reedenen van belang, van deese preesentatie ter dooping vrij te laeten, behoudens de blijvende kragt dier wet, en indien niet, volgens de kragt dier wet dit van de selve te blijven vorderen, soude den doop aen dit kind bedient worden.

      Te Dubbeldam op 25-12-1761 Rapporteerde de Predikant dat hij ís avonds te vooren aen de selve dit besluijt van den Kerkenraat hadde aengesegt en de selve op sig hadde genoomen om daartoe te compareeren voor den Kerkenraat, waer in den vergadering genoegen nam. Op dien selven dag verscheen de selven des namiddags voor den Kerkenraat en gaf aen de vergadering eene reeden de welcke ten eerste sig aen het reedelijcke oordeel der geheele vergadering als nietig opdeed, en daarom verworpen wiert soo rasse geuitten was, En daarom besloot de vergadering om den doop niet te bedienen aen dit kind [van Cornelia Jorissen Booij] soo als deselve begeerde, evenwel om reedenen (die de vergadering overwoog) haar sulcks aen te seggen, onder die voorsigtige termen, dan doopen wij bij provisie nog niet het geen aen de selve weeder binnenstaende is aangesegt waarop deselve is heenen gegaen sig niet onderwerpende aen billijcke voorstellingen.

      Dubbeldam, mei 1768: "Gelijk door den Kerkenraad als administrateur hebbende over de aan Cornelia Jorissen Booij voor haare kind toegelegde 250 Guld op haar versoek om gegronde reeden van dat gelt 90 Guldens voor de eerste mael te gelijk gegeven zijn met quitantie, die onder de diaconij berust den 10 Dec. ao 1767, soo is aan deselve daar en boven in Meij deeses jaars van de resteerende 160 Guldens uijtgegeven de somme van 13 Guldens insgelijks met quitantie. Dus blijft nog 147 Guldens onder den Kerkenraat ter administratie de somme van 147 Guld."

      Dubbeldam, maart 1770: "Zijnde 78 Guldens, die nog onder den kerkenraad ten dienst van het kind van Cornelia Jorissen Booij berusten geheel met quitantie bedeelt. Waar meede dus de administrateur omtrent dat gelt geheel geeijndigt is."

      Te Dubbeldam op 13-2-1791 Werd door den predikant een briev voorgeleezen, en aan den Kerkeraad overgeleeverd van de Heeren Broederen diakonen van Dordrecht, waarin gemeld wierd, dat Cornelia Jorisd Booij voor haare vergaadering verscheenen was, haare armoede te kennen gegeeven, en ondersteuning verzogt had, en teevens aan haar E: vertoond had eene acte van indemniteit van onse plaats in dato den 30 april 1777. Weshalven zij aan ons verzogtte om consent te geeven tot de bedeeling van voornoemde Cornelia Jorisdr Booij. De kerkeraad heeft dit versoek overwoogen hebbende geresolveerd, om haar te bedeelen, en ten dien einde de Heeren Broederen diaconen der Nederduijtsche Gereformeerde Gemeente te Dordrecht. P. Missive versogt haare verzorging int onsen naam en van onsent wegen op zig te neemen.

    c 1766   Cornelis Rijke .
      Zij hadden een buitenechtelijke relatie, waaruit in 1767 een kind werd geboren. Cornelis Rijke betaalde 250 Gulden voor de educatie van dit kind.

      Te Dubbeldam in september 1767 Heeft de diaconie onder sig ontfangen de somma van 250 Gulden (uijtmaakende het geen volgens een vonnis van de Hooge Vierschaar van Suijdholland gegeven is van Cornelis Rijke aan Cornelia Jorissen Booij ter educatie van het door hem bij haar in onegt verweckte kind) op dat de diaconij als administrateur daar van ten beste van dat kind en ter meerdere bevrijding van last der diaconie in der tijt, soo lange dat gelt streckt, de bedeelinge daarvan doe.

      Cornelis Rijke en Johanna de Rot lieten kinderen dopen in Dordrecht in de periode 1769-1773.

    2 kinderen


  7. Neeltje Booij , * ±1731 , ~Dubbeldam 9-3-1732 , [] Dubbeldam 22-3-1732.
    Doopgetuige: Ariaantje Janse Booij .
      Neeltje was een tweeling met Cnelia.

      Doopget. Jan Cornelisse van de Merwe, Ariaentje Jans Booij van ’t Twede.
      Gaarder begraven: "Den 22e do. van ít lijck van ít kint van Joris Boij zijnde een van de twee waer aff zijn vrouw in de craem is en versogt pro deo, memorie."


  8. Neeltje Jorisse Booij , * 1732 , ~Dubbeldam 9-3-1732 .
    Doopgetuige: Jan Cornelisse (Jan Cnelisz) van de Merwe en Ariaantje Janse Booij .
      Doopget. Jan Cornelisse van de Merwe, Ariaentje Jans Booij van ’t Twede.


Samengesteld door Joan Bos.
Voor meer informatie zie de introduktie of de FAQ.