Cornelis Meeusz Capiteijn , † >1638.
Zoon van Meeus .


Kinderen:
  1. ? Cornelis Cornelisz Capiteijn , † ±1655 .
    Cornelis Cornelisz was getuige bij de doop van Lijntgie Adriaens ( Capiteijn) (?) .
      Overleden tussen 22-2-1654 en 1-5-1657.

      Op 31-12-1652 was Corn. Cornelisse Capeteijn belender van een huis ’aen de Syedew(ijse) Dijck’ te Puttershoek.

      De ziek te bed liggende Cornelis Cornelisz. Capiteijn en zijn gezond zijnde vrouw Anneken Adriaens Drogendijck maakten op 22-2-1654 in hun huis te Puttershoek voor de notaris uit Mijnsheerenland een mutueel testament. De langstlevende zou voogd over hun kinderen zijn en diende hen op te voeden en bij mondigheid of eerder huwelijk aan hun allen 10 Car. gld. uit te reiken. Beiden plaatsten hun handmerkje.

    ◊ <1632   Anneken Adriaens (Annegien Ariens) Droogendijck , † <5-2-1672.
      Kinderen o.a. Cors, Arijen, Lijsbeth, Cornelis en Lijntien.
      Overleden tussen 1-5-1657 en 5-2-1672.

      Op 1-5-1657 was Anneke Ariens, weduwe van Cornelis Capiteijn, borg op een verkoping te Heinenoord.

    7 kinderen


  2. ? Adriaen Cornelisz den Ouden ( Capiteijn) , [] Puttershoek ±19-8-1668.
      Het is nŪet zeker of het werkelijk de begrafenis van deze Adriaen Cornelisz betreft.

      Op 4-4-1643 kreeg Aerie Cornelise Capijteijn den Ouden, inwoner van Puttershoek, een huis met beterschap van erf op het dorp aldaar getransporteerd door Jaecop Cornelise Helt. Zuidelijk was dit belend aan ’sheerenstraet’ en noordelijk ’komende tot de gemeenlants griendynghe’. Hij verklaarde aan de verkoper 400 Car. gld. schuldig te zijn.

      Op de burendingdag van 27-10-1643 te Puttershoek werd Arie Cornelise Capijteijn gedaagd door Aert Sebastijaens vanwege de eis tot betaling van 8 gld. 13 st. over gehaalde waren bij laatstgenoemde zijn huis in het jaar 1640.

    ◊ <1632   Maergien Joosten (Maritgien Joosten) , † Puttershoek ±1-1641 (kraambed).
      Kinderen: Pleuntge, Anneken, Cornelis, Lijntgie en Maerten ( "de moeder sijnde van dit kint in de kraem gestorven"). Lijntgie trouwde met Leendert Jansz. Biesbroeck, zoon van Jan Pietersz. Biesbroek en Lijsbeth Leendertsdr. de Raet.
      "de moeder sijnde van dit kint in de kraem gestorven"

      Zij had een broer Cornelis Joosten.

      Jan Prs., wonende te Puttershoek, verklaarde bij akte van 10-5-1646 dat hij 50 Car. gld. schuldig was aan de 3 nagelaten weeskinderen van Marijke Jooste, geprocreŽerd bij Aerije Cornelise Capijteijn. Die lening had hij ontvangen uit handen van Cornelis Jooste, voogd en momber der weeskinderen.

    ◊   Willemtjen Ariens (Willemie Aeriens) ( Vruet) , † >12-1644.
      Ondertrouw op 18-6-1642 in Puttershoek.
      Hij was weduwe van Maergien Joosten. Zij was weduwe van Pieter Woutersz., inwoner van Puttershoek.

      Willemtje Ariense, weduwe van Pr. Wouterse, kwam op 3-12-1639 tot uitkoop van de vaderlijke besterfenis van haar kinderen. Eťn dochter was getrouwd met Sebastijaen Gijsbertsz. De overige kinderen waren Adriaentie (24), Willem (22), Wouter (20), Adriaen (14) en Sebastiaen (10).
      Voor de verplichtingen aan haar kinderen stelde Willemtje Ariense haar woonhuis en erf als zekerheid. De voogd van de kinderen was Anthonis Jansz. van der Grient.

      Willemie Aeriens, wedwue van Pr. Wouters, geassisteerd met haar in het Oost-Zomerland onder de banne van Heinenoord woonachtige broer Jan Aeriense Vruet, transporteerde op 16-6-1641 een huis en beterschap van erf op het dorp Puttershoek, zuidelijk belend aan ’sheeren-straet’en noordelijk aan de griend van Moerkerken. Er werd een schuldbrief opgemaakt van 1540 Car. gld.

    6 kinderen


  3. ? Adriaen Cornelisz de Jonge Capiteijn , * ±1610 , [] Puttershoek 1-1654.
    Adriaen Cornelisz de Jonge was getuige bij het huwelijk van Gijsberth Heijndrickse , de doop van Janneken Gijsberths , de doop van Coen Centen (Coene) ( Bosman) (?) .
      In januari 1654 werden te Puttershoek 12 stuivers betaald voor het beste doodkleed voor Arij Capiteijn.

      Aerie Cornelis den Jongen Capijteijn, inwoner van Puttershoek, verklaarde bij akte van 20-12-1651 81 gld. 3 st. schuldig te zijn aan Cornelis van den Hoogen Boom, brouwer en borger te Dordrecht, n.a.v. geleverde bieren. Capijteijn verzekerde voor de terugbetaling zijn huis en beterschap van erf op Puttershoek, oostelijk beland aan ’het wtterlandke’ van de heer van Puttershoek en westelijk aan ’sheeren staet ofte Dijck van Moerkercken".

    ◊ Puttershoek 21-5-1634   Lijntge Rochus (Lijntgien Roocken) , *De Blaak bij Heinenoord ±1610 , † Puttershoek 3-2-1685, [] Puttershoek .
    Lijntgien Roocken was getuige bij het huwelijk van Jan Cornelisz Brabertje , de doop van Cornelis Adriaensz ( Capiteijn) , de doop van Pleuntge Floren de Graef , de doop van Cornelis Jansz Brabertje , de doop van Cornelis Floren de Graef , de doop van Sara Floren de Graef .

        Dochter van Rukus Leendertsz en Arijaantie Gerrits (??).
      Ondertrouw op 30-4-1634 in Heinenoord.
      Kinderen: Pleuntgien, Ariaentie, Cornelis, Hillegie en Rochus.

      Arien Cornelisz., als man en voogd van Lijntge Roken, wordt in een akte van 1-2-1639 genoemd als betrokkene bij een familiegeschil inzake land in de jurisdictie van Heinenoord, geŽrfd van haar broer Leendert Roken.
      Op 3-2-1685 was Lijntje Roocken gestorven en kreeg Huijgh Wouterssen 4 gld. door de Diaconie van Puttershoek betaald voor het maken van haar doodskist. Mr. Hendrik kreeg betaald voor haar begrafenis.

      Zij was een dochter van Rokus Leendertsz., die woonde op de Blaak onder Heinenoord, en mogelijk van diens eerdere vrouw Arijaantie Gerritsdr.

      Op 18-10-1640 kreeg Lijntie Roock door de Diaconie van Puttershoek 25 gld. betaald vanwege het houden van een kind dat door de moeder verlaten was. Nadien kreeg zij daarvoor nog 12 gld. betaald.

      Lijntien Rooken werd op 8-7-1650 op belijdenis lidmaat te Puttershoek.

      Lijntge Roke, inwoonster van Puttershok en weduwe van Arie Corn. Capiteijn de Jonge, als moeder en voogdes van de 4 nagelaten kinderen bij Capiteijn, geassisteerd met Hendrik Hendrics Schuilingh, als haar voor de gelegenheid gekoren voogd, accordeerde op 8-5-1654 met de schout van Puttershoek als oppervoogd der wezen. Zij zou haar kinderen tot de leeftijd van 18 jaar of eerde rhuwelijk onderhouden en hen dan met hun allen 2 Car. gld. als vaderlijk bewijs uitreiken.

      Bij Lintje Roocken werd door de Diaconie van Puttershoek in juni 1659 ene Pieter Frederickse besteed. In 1660 kreeg zij ook voor hem betaald en ontving zij vanwege hem 12 tonnen turf.
      De Diaconie gaf Lijntje 2 gld. 2 stuivers in 1684 en op 30-11-1684 was Jan Cornelis gaan wonen bij zijn vrouwen moeder Lijnje Roocken en zou hij haar (onder)houden.
      Jan Cornelis Brabertje voldeed op 4-11-1685 aan de Diaconie van Puttershoek de betaling vanwege de koop van het huis van zijn vrouwen moeder Lijntje Roocken.

    5 kinderen


  4. ? Maergien Cornelisse (Maertge Cornelisse) , * ±1611 , † >12-1-1664 .

    ◊ Puttershoek 2-7-1634   Cent Gijsbertsen ( Bosman) , *Puttershoek ±1590 , † ±1640.

    ◊ ? ±1640   Cornelis Cornelisse .

    6 kinderen


Samengesteld door Joan Bos.
Voor meer informatie zie de introduktie of de FAQ.