Cornelis Dirksz Keet , † >11-1622.
Zoon van ? .



    (Martijntge) , [] Rotterdam, Hillegersberg 9-9-1601.
Kinderen:
  1. Jan Cornelisz (Molenaer bijgenaempt) Keet , † <5-1648 .

    ◊ ???   Belijtge Jacobs .

      Belytge Jacobs, geh.m. Jan Cornelisz. Keet, wordt op 26-2-1619 en 1-2-1620 in Zegwaart vermeld.

      Jan Cornsz Keet.
      Belijtgen Jacobsdr, sijn huijsvrouwe.
      Cornelis Cornelisz Vellecop, heur knecht (getrouwd met Maritgen Jansdr. en vader van Jacob, Wijven, Maerten en Trijntgen, won. westzijde van den Hoorn onder Segwaert).
      Aeltgen Cornelisdr, haer meyt.
      Ďt Dorp van Segwaert de westsijde in 1622.

      Belijtge Jacobsdr., wdv Jan Cornelisz Keet.

      Op 11-12-1625 in Rotterdam was sprake van een boedelscheiding betreffende:
      - Jacob Jansz Keet te Segwaert, namens Belijtgen Jacobsdr Segwaert,
      - Dirck Maertens Soetermeer voor hem zelf en als voogd over de nagelaten kinderen van Hillebrandt Dircxz Segwaert
      - Gerrit Jacobsz, voor zijn moeder Jannitgen Engebrechts, en namens Maritgen Adriaensdr, weduwe van Symon Jansz Cuddebutter
      Crooswijck
      deze als erfgenamen van moeders zijde ter ene zijde, en ter
      andere zijde de enige erfgename van vaders zijde:
      - Geertgen Leendertsdr te Schiedam, vertegenwoordigd door
      - Dingeman Lodewijcxsz van Boshuysen ook genoemd Dingeman Lenertsz van Boshuysen te Schiedam.
      Zijnde alle de comparanten erfgenamen van Jacob Cornelisz Vermeer,
      cleermaecker, verdelen de volgende rente brieven ten laste van
      Pieter Huybrechtsz de Bie, een obligatie op Cornelis Bruynsz de Meyer, een obligatie op Rijck Matijsz, een obligatie op Jacob van Monster, een rente brief op Jan Willemsz timmerman enz.

    ◊ <1615   Trijntge Lenerts , † Rotterdam, Hillegersberg 3-5-1662.

    9 kinderen


  2. ? Neeltge Cornelisse .

      Te H’berg op 23-1-1632 comp.
      - Jan Cornelisz Keet, gehuwd met Trijntge Lenerts, voor 1/3 part,
      - Thijs Bastiaensz en Jan Bastiaensz., beiden voor zichzelf, Willem Willemsz Voerman van Maeslandssluis, gehuwd met Neeltge Bastiaens en nog in de naam van Arien Maertensz Sprockenburg, secretaris van overschie, als voogd van Willem Bastiaensz., kinderen en erfgenamen van Maritge Cornelisse, mitsgaders Lenert Ariensz Boom, als getrouwd geweest zijnde met dezelfde Maritge Cornelisse, tezamen voor gelijke 1/3 part, en
      - Arien Dirksz Breur, wonende tot Schiedam, gehuwd met Geertrui Sieren, zijnde een dochter van Neeltge Cornelisse, voor het resterende 1/3 part,
      erfgenamen van zaliger Claesge Jans, die weduwe was lest van Lenert Cornelisz van der Hoen [?], en zij hebben verkaveld.

    ◊   Sier .
      Zij hadden een dochter Geertrui Sieren.

    1 kinderen


  3. Adriaen Cornelisz (Arien Cornelisz) Keet , † >1652 .

      Op het verzoek van Arien Cornelisz Keet, met bewilliging en in presentie van Cornelis Dirksz Keet, zijn vader, verstaan schout en schepenen van Hillegersberg op 24-9-1611 dat dezelfde Arien Cornelisz Keet zal mogen opzeggen de voogdij van Lenert Ariensz Buijck.

      Rotterdam, 22 maart 1636: Pieter Ariensz, jonggesel, 18 jaar, zoon van Arien Cornelisz Keet, wonend aan de noordzijde van de Rotte onder Hillegonsberch, benoemt zijn vader tot enig erfgenaam en bij zijn evt. overlijden zijn halfbroers en halfzusters.

      Rotterdam, 6-4-1640:
      Dirck Dircksz alias de Geneuchelijken Dirck, wonend aan de Rotte in de ambacht van Hillegersberch, 30 jr, legt een verklaring af op verzoek van Harmen van Wijlick, bailliu en dijcgrave van Schijelant.
      Op vastenavond 1634 komt zijn oom Adriaen Cornelisz Keet naar het huis van zijn dan afwezige moeder waar hij, Dirck, zich met buren vermaakt. Er ontstaat handgemeen, Dirck weet de oom buiten de deur te zetten, die met geweld de deur wil forceren. Dirck maant hem door de geopende bovendeur weg te gaan maar oom pakt stenen en gooit die naar de binnenstaande koeien. Dirck weet met een kolf in de hand zijn oom eindelijk weg te krijgen. Diens zoon uit bedreigingen en scheldt.
      Het voorval is gehoord en gezien door Cornelis Claesz Breur, meulenaer, Michiel Claesz, de zoon van Claes Pleuen, Cornelis Jansz Keet en de zuster van Dirck.
      De akte is opgemaakt bij Pancrass Wijringsz, waard aan de Rotte bij de Bleijswijxe meeren.

      Arien of Aery Cornelisz Keet, wonende aan de Rotte onder Hillegonsberch, verklaart op 21 mei 1641 in Rotterdam 250 gld. schuldig te zijn aan zijn buyrvrijer Jacob Henricx t.z.v. geldlening.

      Pieter Adriaensz Keethgen, jonggezel van de Rotte, 26 jr, wordt op 11-8-1644 in Rotterdam genoemd samen met zijn vader Aerij Cornelisz. Keet.

      Rotterdam, 19 juni 1646: Arien Cornelisz Keet, wonend aan de Rotte onder Hillegonsberch, bekent, met toestemming van zijn zoon Pieter Ariens Keet, een schuld van 1400 gld. te hebben aan Cornelis Cappellenaer, zijn zwager, wonend in Cralingen, ter zake van cassatie van schuldbrieven.

      Te H’berg op 20-2-1653 is gekomen Arien Cornelisz Keet, weduwnaar van zaliger Jannetje Jans en bekende uitkoop gedaan te hebben tegen:
      - Jan Ariensz Keet, Dirk Ariensz Keet en Martijntje Ariens, alle drie voor zichzelf, mitsgaders tegen
      - Maarten Ariensz Sootgevisch en Cornelis Ariensz de Houter als behoude omen en voogden over:
      + Wijntje Ariens, oud 17 jaar,
      + Cornelis Ariens, oud 15 jaar,
      + Arie Ariensz, oud 12 jaar,
      + Maritge Ariens, oud 9 jaar,
      + Aaltje Ariens, oud 7 jaar, en
      + Jan Ariensz, oud 5 jaar,
      zijn kinderen geprocreŽerd bij Jannetje Jansz voornoemd, en de voorneomde Jan Ariensz Keet in de naam van Lenert Cornelisz Trull als voogd en Cornelis Cornelisz Coppellenaar als oom over de nagelaten weeskinderen van Teuntje Cornelisse, zijn huisvrouw zaliger, tezamen erfgenamen van Jannetje Jans.

      Rotterdam, 7-10-1656: Adriaen Cornelisz Keet, wonend aan de Rotte in Hillegersberg, sluit de weesmeesters en het gerecht uit uit zijn nalatenschap. Tot voogden over de na te laten minderjarige kinderen en hun goederen benoemt hij Cornelis Jansz Keet de oude en Maerten Jansz Sootjenvis.

      Te H’berg op 13-5-1665 zijn gekomen:
      - Pieter Ariensz Keet,
      - Dirk Ariensz Keet,
      - Cornelis Ariensz Keet,
      - Arien Ariensz Keet,
      - Pieter Cornelisz. Hillebrandt, gehuwd met Martijntje Ariens,
      - Pieter Pleunen de Groot, gehuwd met Weijntje Ariens,
      - Arie Cornelis Jan Andriesz, gehuwd met Maritge Ariens,
      - Cornelis Jansz Keet den Oudste als voogd over Aaltje en Jan Ariensz Keet en
      - Jeroen Cornelisz van der Zijde als voogd over Jannetje Jans, nagelaten dochter van Jan Ariensz Keet, allen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Arien Cornelisz Keet, en hebben verkaveld.

      Rotterdam, 19-5-1665: Pieter Ariensz Keet, Dirck Ariensz Keet, Cornelis Ariensz Keet, Arien Ariensz Keet, Pieter Cornelis Hillebrantsz, man van Maertijntge Ariensdr Keet, Pieter Pleunen de Groot, man van Weyntge Ariensdr Keet, Arien Cornelisz, man van Maritge Ariensdr Keet, Cornelis Jansz Keet den outsten, voogd over Aeltge Ariensdr Keet en Jan Ariensz Keet en Jeroen Cornelisz, schoonvader en voogd van Janneken Jansdr, dochter van Jan Ariensz Keet, allen wonende onder Hillegersberch, Cralingen en Rotterdam, kinderen en kleinkinderen van Arien Cornelisz Keet, overleden te Hillegersberch delen diens boedel. Een obligatie ten laste van Leendert Pietersz Ouweleen, ten bate van de boedel.

    ◊   Maritge Pieters , † <1627.
      Uit zijn 1e huwelijk had Arien Cornelisz. Keet een voorzoon Pieter.

      Rotterdam, 28-9-1652: Pieter Arijensz Keet, wonend te Cralingen, bekent 2000 gulden schuldig te zijn aan Jan Arijensz Keet, zijn halfbroer, ook wonend te Cralingen.

      In H’berg op 7-12-1626 comp. Arien Cornelisz Keet en koopt uit tegen Wouter Pietersz van Hout, als voogd van Pieter, 8 jaar, enig erfgenaam van zaliger Maritge Pieters, in leven huisvrouw van Arien Cornelisz Keet. In marge: de penningen voldaen op 4-2-1652.

      Te H’berg wordt op 5-10-1643 een rekening opgemaakt van Wouter Pietersz van Hout, als geordonneerd voogd van Pieter Ariensz Keet, nagelaten zoon van Maritge Pieters zaliger, daar vader af is Arien Cornelisz Keet, mede present.

    ◊ >1617   Jannetje Jans Vormer , † <1654.
        Dochter van Jan Jans (Jan Jans de Oude) Vormer en Weijntge Pouwels .
      Zij hadden o.a. dochters Martijntje, Wijntje, Maritge en Aaltje.

      7huizen 30-1-1658: Meijnsge Janss Vormer, wedue van Jan Jans van der Chijs za., geadsisteert met Jan Jans van der Chijs, haer Soon ende gecooren voocht in desen, Maertge Jans Vormer, wedue van Arien Alewijnss za., geadsisteert met Aellewijn Arienss, haer Soon ende gecooren voocht in desen, Jan ende Pieter Janss Vormer, kinderen ende Erffgenamen van Jan Janss den Jongen Vormer, haer vader za., Maerte Janss Sootgevisch, getrout sijnde met Pleuntge Jans Vormer, Jan Pouwels [..]rmer, Soon ende Erffgenaem van Sijn vader, Pouwels Jans Vormer za., Arij Corneliss Keet, als Vader ende voocht van sijn vijff onmondige kinderen ende erffgenamen, verweckt bij Jannetge Jans Vormer, sijn huijsvrou za., ende Dirck Arienss Keet, Pieter Pleunen, getrout sijnde met Weijnt Ariens Keet, beijde voor haer selven, vervangende ende haer sterckmaeckende voor Aeffje Jans, getrout geweest sijnde met Jan Arienss Keet, haer Broeder za., meerderjarige kinderen van den voors. Arij Corns. Keet, haer vader, sulcx alle kinderen ende Erffgen. van de voors. Jannetge Jans Vormer, haer moeder za., ende Cornelis Arienss den Houter, getrout zijnde met Ariaentge Jans Vormer, alle kinderen, kintskinderen ende Erffgenaemen van Weijntge Pouwels, wedue van Jan Jans Vormer, haer vader, Moeder, Grootmoeder ende Grootvader respectijve za., Ende verclaerden met malcanderen gecavelt ende gedeelt te hebben soodanige wooningh ende landen als de voors. Comparanten Inqualite voornoemt Doorít overlijden van haere voors. moeder ende vader za. opgecomen ende aenbestorven zijn.

    9 kinderen


  4. Claes Cornelissen (Claes Cornelisz) Keet , † <1663 .

      Claes Cornelisz Keet(h) zou getrouwd zijn met een dochter van Claas Cornelis Huijsman, die familie was van zaliger Cornelis Cornelisz Oude Huijsman en diens weduwe Balitgen Pietersdr.

      Een kind van Claes Cornelisz Keet werd begraven op 7-4-1613 in Hillegersberg.

      Rotterdam, 25-4-1634: Neeltjen Lourisdr Kievit, weduwe van burgemeester Goere, en doctor Jan Domisz Blenckvliet en Olivier van Willigen, voogden over de kinderen van wijlen Dimmer Cornelisz Prins, verhuren aan Claes Cornelisz Keet en Arien Leenderts Cappellenaer voor de tijd van vijf jaar 7 morgen hoy- en weylant in de Boterdorpsepolder, strekkende voor uit de Rotte tot achter aan Cornelis Jans en Arent Cornelis Cos toe, belend ten oosten aan de erfgenamen van Jan Lourisz en ten westen aan Cornelis Pleunen.

      Rotterdam, 9 mei 1645: Claes Cornelisz Keeth, wonend aan de Rotte, bekent schuldig te zijn aan Cornelis Pietersz Tas, wonend aan de Rotte, onder Hillegersberg, een bedrag van 700 gulden, ter zake van geleend geld.

      Rotterdam, 26-8-1657: Claes Cornelisz Keet en zijn vrouw, Maritge Claesdr, te Hillegersberch bevestigen hun testament 8-10-1647, verleden voor notaris Lenert Uijtenbrouck.

    ◊   Maritgen Claes Huijsman .
        Dochter van Claes Cornelisz Huijsman en Annetje Cornelisse .

      Maritge was een dochter van Claes Cornelisz. Huijsman en Annetje Cornelisse.

      In H’berg op 2-8-1646 Comp. Annetje Cornelisse, weduwe van Claes Cornelisz Huijsman, geassisteert met Cornelis Claesz Hoflant, haar gekozen voogd in deze, ter eenre en Jan Cornelisz Schoemaker, Huijch Cornelisz, onze gerechtsbode, Claes Cornelisz Keet en Dirk Dirksz Scheer, alle vier in de naam van hun huisvrouwen, mede-erfgenamen van Claes Cornelisz Huijsman zaliger, ter andere zijde
      en hebben verkaveld. De drie weeskinderen van Claes Cornelisz Huijsman, met name Cornelis, 15 jaar, Barber, 10 jaar, en Belitge, 7 jaar.

      H’berg, 10-1-1653:
      Rekening van Pouwels Uijttenbrouck, als procuratie hebbende van Belitgen Pietersdr., in haar leven weduwe van zaliger Cornelis Cornelisz oude Huijsman, gedaan sedert 28-03-1650.
      Overgeleverd door voornoemde Uijttenbrouck ter presentie van Jan Cornelisz, schoenmaker, Dirck Dircksz Scheer en Claes Cornelisz Keet, als elk gehuwd met een dochter van Claes
      Cornelisz Huijsman, alsmede Arent Cornelis Bruinsz als voogd van de minderjarige kinderen van deze Claes Huijsman en nog naast Jan Cornelisz de Bruin als voogden van de nagelaten
      weeskinderen van Huich Cornelisz, bode, geprocreŽerd bij Trijntgen Claes Huijsmansdr, Dirck Cornelis Huijsman v.h.z. en nog als voogd van de kinderen van Cornelis Cornelisz Huijsman en Cornelia Cornelisdr, Commer Pietersz Huijsman v.h.z. en Jacob Maertsz scheepmaker vanwege de minderjarige kinderen van Pieter Cornelisz Huijsman, Gerrit Pietersz gehuwd met Trijntgen Cornelisdr, Jan Pietersz Olijman gehuwd met Grietgen Cornelisdr, allen samen erfgenamen van voornoemde Belitgen Pietersdr. Genoemd wordt Jan Cornelisz, schoenmaker, gehuwd met Machteltgen Claesdr (Huijsman) en idem Arent Cornelisz Bruin gehuwd met Annitgen Cornelisdr, weduwe van Claes Cornelisz Huijsman.

      Rotterdam, 29-1-1658: Maritge Claesdr, wonende te Hillegerberch en weduwe van Claes Cornelisz Keet, schenkt 450 gulden aan haar minderjarige zoon, Adryaen Claesz Keet. Met deze schenking wordt gevolg gegeven aan het testament van haar overleden man zoals gepasseerd voor notaris Pieter Vroesen op 26-08-1657. Vermeld wordt dat er eerder twee kinderen uit dit huwelijk zijn overleden.

      Rotterdam, 4-4-1662:
      De erfgenamen van wijlen Adriaens Claessen Keet, zoon van Maritgen Claesdr Huijsman en wijlen Claes Cornelissen Keet, sluiten een akkoord met Louris Joosten van Suijlen, wonende te Hillegersberg, gehuwd met de genoemde Maritgen Claesdr Huijsman, over de goederen die Claes Cornelissen Keet met Maritge heeft bezeten en die door hem zijn nagelaten.
      De erfgenamen, die ook optreden uit naam van Gerrit Jacobsen Bouckholt, gehuwd met Crijntgen Cornelis Keeth, wonende te Kethel, zijn:
      - Willem Cornelissen Keeth, Jan Cornelissen Keeth, Cornelis Cornelissen Keeth en Pieter Cornelissen Keeth, allen wonende te Hillegersberch
      - Gerrit Claessen Valck, wonende te Vlaardingen, gehuwd met Martijntgen Cornelis Keeth.

    ◊ ??? <1617   Maritge Jacobs de Jonge .
        Dochter van Jacob Vrancken en ?

      Op 6-9-1616 in H’berg wordt Claes Cornelisz Keet genoemd als zijnde gehuwd met Maritge Jacobs de Jonge, kind van Jacob Vrancken en erfgenaam van Cornelis Vrancken zaliger.

      Te H’berg op 6-9-1616 comp.
      - Pieter Vrancken voor zichzelf,
      - Cornelis Ariensz ’t Hooft gehuwd met Trijntge Vrancken,
      - Jan Cornelisz gehuwd met Neeltge Vrancken,
      - Vranck en Pieter Jacobsz beiden voor zichzelf en Pieter Jacobsz voorszegd in de naam van Gerrit Jacob Vrancken voor zichzelf en ook als voogd van Jacob en Annetge Claesse, kinderen van Claes Jacobsz, Pieter Philipsz(?) gehuwd met Maritge Jacobs, Claes Cornelisz Keet gehuwd met Maritge Jacobs de jonge, allen kinderen van Jacob Vrancken;
      - Vranck, Arien en Cornelis Jansz, allen voor zichzelf, en de voorszegde Vranck Jansz in de naam van Cornelis Cornelisz Vellekoop gehuwd met Maritge Jans en als voogd van Bastiaen, Pieter en Adriaentge Jans, allen kinderen van Jan Vrancken;
      - Pieter Pietersz voor zichzelf, Sacharias Fransz gehuwd met Barber Pieters, Jacob Ariensz gehuwd met Maritge Pieters, nagelaten kinderen van Maritge Vrancken;
      - Arien Jacobsz gehuwd met Trijntge Commers, Jan Leendertsz Buijck gehuwd met Maritge Commers en de voorszegde Arien Jacobsz als voogd in deze van Philips en Adriaentge
      Commers, kinderen van Adriaentge Vrancken;
      Zij zijn allen erfgenamen van Cornelis Vrancken zaliger, en zij hebben verticht.

    2 kinderen


  5. Aeltge Cornelisse Keet .

      Arien, Claes, Louris en Aeltge Cornelisse zijn i.e.g. broers en zusters van elkaar.

      Te H’berg werd op 17-3-1614 een rekening opgemaakt van Lenert Ariensz Buijck, als geordonneerd voogd van Aeltge Cornelisse, dochter van Cornelis Dirksz Keet, in presentie van Arien Leendertsz jonge Coppellenaer, gehuwd met Aeltge Cornelisse voornoemd, en in presentie van Cornelis Dirksz Keet voorzegd.

    ◊ <1615   Arien Leendertsz Jonge Cappellenaer .


  6. Louris Cornelisse Keet .

      Arien, Claes, Louris en Aeltge Cornelisse zijn i.e.g. broers en zusters van elkaar.


  7. Maertge Cornelis (Maritge Cornelisse) Keet , * ±1574 , † <1664 .

    ◊   Dirck Ariensz (den) Geneuchelijcke , * ±1570 , † <1630.

    ◊   Cornelis Leendertsz , † <1605.
      Lenert Cornelisz. was de 1e man van Maertge Cornelis.

      De kinderen van wijlen Leendert Cornelisz., zoon van Maertge’s 1ste man Cornelis Leendertsz.

    9 kinderen


Samengesteld door Joan Bos.
Voor meer informatie zie de introduktie of de FAQ.