Jan Cornelisz (Molenaer bijgenaempt) Keet , † <5-1648.
Zoon van Cornelis Dirksz Keet en (Martijntge) (?) .


× ???
    Belijtge Jacobs .    
× <1615
    Trijntge Lenerts , † Rotterdam, Hillegersberg 3-5-1662.
Kinderen:
  1. Barber Jans Keet .

    ×   Cornelis Ariensz Dijcxman , † <1687.

    4 kinderen


  2. Dirck Jan Cornelisz Keet , † <1653 .

      Dirck Janss Keet wordt op 7-3-1645 in Hillegersberg vermeld.

      Cornelis Dirx Keet en Dirk Pietersz in ’t Hout, gehuwd met Claasje Dircx, Arie Pietersz in ’t Hout, gehuwd met Grietje Dirx, en mede in de naam van Aart Ariensz Klinkert, gehuwd met Pietertje Dirx, nagelaten meerderjarige kinderen van Dirk Jansz Keet, worden op 13-5-1672 in Hillegersberg vermeld.

      Rotterdam, 13-12-1652: Cornelis Jansz Keet den ouden, bejaert vrijer die aan de Rotte bij Hillegersberch woont herroept vorige testamenten. Als hij zonder kinderen overlijdt benoemt hij tot erfgenaam Cornelis Jansz Keet de jongste, de kinderen van Dirck Jansz Keet inplaats van hun vader, Maertge Jansdr, Leentge Jansdr, Barber Jansdr, zijn broers en zusters, en de kinderen van Jan Jansz Keet en Martijntge Jansdr. Martijntge Jansdr krijgt wel het vruchtgebruik. Als testamenteurs en voogden over de kinderen van Martijntge Jansdr benoemt hij zijn bejaarde broer en ongetrouwde zusters en zwagers.

      Een akte van 11-7-1662, opgemaakt in Rotterdam, bevat de boedelinventaris, waaronder onroerend goed, obligaties enz. van Trijntge Leendertsdr, weduwe van Jan Corneliss Keet. Trijntge is d.d. 03-05-1662 in Hillegersberch overleden. De inventaris is opgemaakt door haar erfgenamen Cornelis Janss Keet den ouden, Cornelis Janss Keet den jongen, Cornelis Arienss Dijckman, man van Barber Jansdr Keet, en Arien Janss Kerckhof, man van Leentge Janss Keet, die allen in Hillegersberch wonen. Tot de boedel behoort aan onroerend goed 3 morgen hooi-en weiland met een huis, schuur, enz. strekkende vanuit de Rotte tot de Oude Watering, ten oosten begrensd door de weduwe van Dirck Janss Keet en ten westen door 6 morgen weiland van Trijntge, strekkende van de Rotte tot de Oude Watering, begrensd ten oosten door de voorgaande 3 morgen en ten westen door Cornelis Janss Jongekeet en 10 hont weiland van Trijntge, strekkende uit de Rotte tot aan het land van genoemde Jongekeet, ten oosten begrensd door bovengenoemde 6 morgen en ten westen door de weduwe van, van Jacob Crijnen in ’t Hout. Vervolgens nog 3 morgen land, deels uit slachturf en water, en deels hooiland bestaande, strekkende uit de Oude Watering tot het Ommoersemeer, ten oosten begrensd door Arien Willemss Uyttenbroeck en Pieter Davitss en ten westen door de weduwe van Dirck Janss Keet en Arien Corneliss Boer. In de akte worden verder genoemd 2 overleden dochters, nl. Maertge Jansdr, die gehuwd geweest is met Arien Pieterss Huysman, en Martijntge Jansdr. Cornelis Willemss Vermeulen krijgt nog geld uit de boedel voor het onderhoud van het weeskind van Maertge. NB: Keet den ouden tekent met Cornelis Jansen Keet den ousten en Keet den jongen met Cornelis Jansen Jongekeet. Keet den jonge en Jongekeet worden in de akte door elkaar gebruikt.

      Rotterdam, 19-1-1661:
      Trijntge Leendertsdr, weduwe van Jan Cornelisz Keet, wonende aan de Rotte in de polder van Ommoerden in het ambacht van Hillegersberch, benoemt tot haar erfgenamen haar zonen: Cornelis Jans Keet den Outsten en Cornelis Jans Jongenkeet, haar dochters: Leentge Jansdr, Martijntge Jansdr, Barber Jansdr en de kinderen van haar overleden zonen Dirck Jans Keet en Jan Jans Keet en van haar overleden dochter Maertgen Jansdr, die gehuwd was met Arien Pieters Huysman, Cornelis Jans Jongekeet erft haar huis en erve, staande op drie margen land en anderhalve margen slachturfland in het Ommoersemeer. Zij legt vast hoe Jongekeet de opbrengsten hiervan met haar mede- erfgenamen zal moeten verdelen. Belendingen: de weduwe van Dirck Jans Keet, Cornelis Jans Jongekeet, Cornelis Jans den Oudsten, Leentgen Jansdr, Arien Willems, Arien Cornelisz Boer, Pieter Davits en de weduwe van Jacob Crijnen.

      In 1588 in Schielant was sprake van ene Dirck Jan Cornelisz. Keet betreffende betaling over 5 hond lant.

    × ±1638   Maritge Pouwels .
        Dochter van Pouwels Claes Heijnsz en Grietge Pieters .
      Maritge Pouwels was weduwe van Pleun Cornelisz. met wie zij 2 kinderen had. Met Dirck Jansz Keet had Maritge Pouwels o.a. een dochter Trijntje.

      Weesboek Zevenhuizen, 9 apr. 1637:
      Wij, Jan Dircxss Vermeer, Schoudt, Jsaack Corn. Thoen ende Pr. Corneliss Nelemaedt, Schepenen jn den Ambachte van Sevenhuijsen,Oirconden, dat voor ons gecompareert zijn:
      Feijs Corneliss, Roockge Cornelisdr., wees van Jan Corn. Clinckert, geassisteert met Adriaen Janss Slobbe, haer voocht, Ende Pouwels Claess, woonende tot Hilligersberch, bestevader ende voocht van de drije naergeLaete weeskinderen van Pleun Corneliss, verweckt bij Maritge Pouwels, alle erffgen. van Cornelis Pleunen Jongegrooten ende Maritge Michielsdr., syn huijsvrou, beyde sa., Ende verclaerden met malcanderen geschift, gescheijden ende gecavelt te hebben soo Danige wooningh ende Landen als Den voorn. Cornelis Pleunen ende Maritge Michielsdr. metter Doot ontruijmpt ende naergeLaten hebben.

      Te H’berg op 24-1-1639 werd een rekening opgemaakt van Feijs Cornelisz, zoon en mede-erfgenaam van Cornelis Pleunen tot Zevenhuizen, als in zijn leven geweest grootvader en voogd van [de 2] nagelaten weeskinderen van Pleun Cornelisz. zaliger, daar moeder af is Maritge Pouwels, nu in de plaats van zijn vader gesurrogeerd voogd over dezelfde kinderen, in presentie van Pouwel Claesz, der kinderen grootvader en Dirk Jansz Keet, hun stiefvader.

      Te H’berg op 26-2-1652 is gekomen Maritge Pouwels en heeft uitkoop gedaan tegen Cornelis Jansz Keet, als oom en voogd van:
      - Claasje Dirx, oud 12½ jaar,
      - Cornelis Dirx, oud 10 jaar,
      - Grietje Dirx, oud 7½ jaar,
      - Pietertje Dirx, oud 4 jaar en 4 maanden, en
      - Trijntje Dirx, oud 1 jaar en 9 manden,
      haar kinderen geprocreëerd met Dirk Jansz Keet, haar overleden man.

      H’berg, 4-3-1652: Rekening van Feijs Cornelisz., als voogd van de weeskinderen van zaliger Pleun Cornelisz, van wie moeder is Maritgen Pouwelsdr, gedaan sedert 24-01-1650. Present Pouwels Claesz als grootvader van de kinderen en Aert Ariensz Slobbe, gehuwd met Neeltgen Pleunen, en nog Pieter Pleunen zelf.

    5 kinderen


  3. Jan Jansz Keet , † <1653 .
    Jan Jansz was getuige bij de doop van Willempje Cornelis Jonge Keet , de doop van Jannetje Cornelisse Jonge Keet .
      Te H’berg op 20-1-1653 comp. Ariaentje Philips, weduwe van Jan Jansz Keet, en heeft verticht tegen Cornelis Jansz Keet, als geordonneerd voogd over Jan, Lenert, Commer en Arien Jansz Keet, haar kinderen, geprocreëerd bij Jan Jansz. Keet.

      Rotterdam, 22-3-1667: Pieter Ariensen Cley, wijnbrander, wonende te Delfshaven, bekent 800 gulden schuldig te zijn aan Cornelis Jansen Keet den ouden, wonende in Hillegersberch, als voogd over Leendert Jansen Keet en Commer Jansen Keet, nagelaten minderjarige kinderen van zijn broer Jan Jansen Keet, vanwege geleend geld. Als borg voor Pieter treedt zijn moeder, Aeltge Pietersdr, weduwe van Arien Jansen Cley, wonende in Hillegerbergh, op.

      Jan Jansz Keet en Leendert Jans Keet, nagelaten meerderjarige kinderen van Jan Jansz Keet voornoemd, zijn vermeld op 13-5-1672 in Hillegersberg. Er waren ook nog onmondige kinderen.

    × Rotterdam, Hillegersberg 15-2-1643   Ariaentge Philips , *Rotterdam, Hillegersberg ±1620 .
        Dochter van Philip Commers en ?
      Ondertrouw op 31-1-1643 in Rotterdam, Hillegersberg.
      Jan Janss Keet, jongeman, en Ariaentge Philips, jongedochter, beiden van Hillegersberg.

      Te H’berg op 24-2-1655 is gekomen Ariaentje Philips, weduwe van Jan Jansz Keet, geassisteerd met Philip Commers, haar vader en voogd in deze, en heeft uitkoop gedaan tegen Cornelis Jansz Keet als oom en voogd van:
      - Jan Jansz, oud 10 jaar,
      - Lenert Jansz, oud 8 jaar,
      - Commer Jansz, oud 6 jaar, en
      - Arien Jansz,
      haar kinderen geprocreëerd bij de voornoemde Jan Jansz Keet.

      Te H’berg op 5-3-1692 is gekomen Arien Jansz Keet en verklaarde dat hij van Arie Dirx van de Kleijweg had gekocht een woning in de Ommoordse polder [volgens een giftbrief d.d. 2-9-1677 voor schout en schepenen van H’berg] onder conditie dat hij na afstervan van Ariaentje Philips, zijn comparants moeder, aan zijn 2 broers, met name Jan Jansz en Commer Jansz, ieder een gerechte 1/6 deel in de woning zou moeten uitkeren [volgens contract d.d. 22-9-1677 voor schout en schepenen van H’berg].

    4 kinderen


  4. Maertge Jans Keet , † <2-1661 .
      De overleden Maertgen Jansdr, die gehuwd was met Arien Pieters Huysman, wordt op 19-1-1661 in het testament van haar moeder vermeld. Haar weduwnaar was in november 1660 hertrouwd.

      Maertge Jansdr, jongedochter, wordt op 28-4-1648 vermeld.

      Maertge Jansdr, die gehuwd geweest is met Arien Pieterss Huysman, was al overleden toen de boedelinventaris van haar moeder, Trijntge Leendertsdr, weduwe van Jan Corneliss Keet, werd opgemaakt op 11-7-1662. Cornelis Willemss Vermeulen krijgt nog geld uit de boedel voor het onderhoud van het weeskind van Maertge.

    × Rotterdam, Hillegersberg 7-11-1649   Arien Pieterss Huijsman .
      Ondertrouw op 23-10-1649 in Rotterdam, Hillegersberg.
      Arij Pieterse Huisman en Maartje Jans, j.m. en j.d. van Hillegersberg.

      Arij Pietersen Huijsman, wed. Maertge Jans van Hillegersberg, en Dieuwertge Pieters, wed. Dirck Willemse Verheul van Hillegersberg, zijn aldaar op 6-11-1660 in ondertrouw gegaan.

      Rotterdam, 24-4-1661: Arien Pieters, huysman, wonend aan de Berchwech onder Hillegersberch, bekent een schuld van 626 gulden te hebben aan Trijntge Leenderts, moeder van zijn overleden vrouw Maertge Jans. Zij is weduwe van Jan Cornelisz Keet en woont mede te Hillegersberch.


  5. Leentje Jans (Leentge Jans) Keet , † <1689 .
    Leentge Jans was getuige bij de doop van Leendert Cornelisse Jonge Keet .

      Rotterdam, 15-2-1656: Arien Janssen, jonggeselle, geassisteerd door zijn schoonvader Arien Willemsz van der Kade, beiden wonend te Hillegersberch, en Leentge Jansdr, jongedochter, geassisteerd door haar broer Cornelis Jansz Keet, ook wonend te Hillegersberch sluiten een contract van huwelijksvoorwaarden.

      Cornelis Jansz Keet en Neeltie Heijnderix lieten op 23-12-1674 een zoon Leendert dopen met als getuige Leentie Jans.

      Rotterdam, 13-8-1652: Leentge Jansdr Keet, jongedochter, wonende aan de Rotte onder Hillegonsberch, benoemt tot enige erfgenamen haar broers en zusters en van enkele de kinderen: Cornelis Jansz Keet, Cornelis Jansz Keet den Jongsten, de kinderen van Dirck Jansz Keet, Maertgen Jansdr, Barber Jansdr en de kinderen van Martijntgen Jansdr, of Martijntgen zelf als haar man Inggen Maertensz Olshoorn overleden zal zijn. Martijntgen of Martina krijgt wel het vruchtgebruik via het beheer van het erfdeel van haar kinderen door haar bejaarde broers, zwagers en ongetrouwde zusters die voogden over haar kinderen zijn.
      Volgens aantekening in de marge is het testament vervangen door een nieuw op 15-3-1653.

      Rotterdam, 15-3-1653: Leentge Jans Keet, j.d. wonend aan de Rotte te Hillegersberch, benoemt tot haar erfgenamen Cornelis den oudsten, Cornelis de jongste, de kinderen van Dirck en Jan, Maertge en Barber Jans Keet, haar broers en zusters en de kinderen van haar zuster Martijntge Jans Keet (of Martina). Zij legateert aan haar moeder Trijntge Leenderts haar lijwaet. Getuigen zijn haar buren Pieter Rochus van der Lint, linnewever en Jacob Fransz, zijn knecht.

    ×   Arij Janssen Kerckhof , † <1689.
      Ondertrouw op 25-2-1656 in Rotterdam.
      Arien Janssen, jonggeselle, en Leentge Jansdr. jongedochter, maakten huwelijksvoorwaarden op op 25-2-1656 in Rotterdam.
      Hun kinderen Tijntge en Frans zijn gedoopt in de periode 1662-68.

      Arij Janse Kerckhof was op 22-12-1658 in Hillegersberg getuige bij de doop van Maritge, dochter van Pieter Aerjense Langelaen en Trijntgen Aerjens, beiden afkomstig van Hillegersberg, waar zie op 10-3-1658 waren getrouwd.

      Te H’berg op 10-12-1688 zijn gekomen:
      - Jan Ariensz Kerkhof,
      - Willem Dirx Geneugelijk, gehuwd met Leentje Ariens Kerkhof,
      - Cornelis Jansz Keet als voogd over Trijntje Ariens Kerkhof,
      allen kinderen en erfgenamen van Arie Jansz Kerkhof en Leentje Jans Keet,
      en hebben verkaveld.

    4 kinderen


  6. Martijntgen Jans Keet , † <1663 .

      Rotterdam, 20-2-1654: Martijntgen Jansdr, melckvercoopster, weduwe van Inggetgen Maertensz Olshoorn, wonend bij het Hofpoortge, bekent 200 gulden schuldig te zijn aan haar moeder Trijntgen Leendertsdr, weduwe van Jan Cornelisz Keet, wonend te Hillegersberch, voor levensonderhoud.

      Cornelis Ingensz Olshoorn, nagelaten zoon van Martijntje Jans, werd op 13-5-1672 te Hillegersberg vermeld.

      Martijntge Jansdr. was al overleden toen de boedelinventaris van haar moeder, Trijntge Leendertsdr, weduwe van Jan Corneliss Keet, werd opgemaakt op 11-7-1662.

      Rotterdam, 18-8-1662:
      * Cornelis Jansz Keet den Ouden, Cornelis Jansz Keet den Jongen, erfgenamen en voogden over de kinderen van Maertijntge Jans Keet, Dirck Jansz Keet, Maertge Jansdr Keet, en Jan Jansz Keet en Cornelis Ariensz Dijcxman, man van Barber Jansdr Keet en Arien Jansz Kerckhoff, man van Leentge Jansdr Keet allen uit het Ambacht Hillegersberch scheiden de boedel van Trijntge Leendertsdr, weduwe van Jan Cornelisz Keet wier testament werd gepasseerd op 19-01-1661 voor notaris Jacob Duyfhuysen. De tweede erfgenaam krijgt haar huis met drie morgen land in de polder Ommoorden plus 1½ morgen slachturflant en water en belendende ten oosten Arien Willemsz en west Arien Cornelisz Boer. De tweede erfgenaam wordt ook genoemd Cornelis Jansz Jongekeet de eerste Cornelis Jansz Oudekeet.
      * Cornelis Jansz Keet den ouden, Cornelis Jansz Keet den jongen, bijgestaan door Leendert Cornelisz Doelman en Arien Willemsz van der Kaade, van de gerechte van Hillergersberch, voogden over de kinderen van Maertijntge Jansdr Keet, Dirck Jansz Keet, Maertge Jansz Keet, en wijlen Jan Jansz Keet, Cornelis Ariensz Dijcxman man van Barber Jansdr Keet, en Arien Jansz Kerckhof, man van Leentge Jans Keet allen te Hillergersberg, kavelen de nalatenschap door blinde lootinge.

    × ±1640   Ingen Maartens Olshoorn , [] Rotterdam 25-8-1652.
        Zoon van Maerten Dircx Leijderdorp en ?
      Ingen Maartens Olshoorn, man van Martijntje.

      Ingen Maertss Olshoorn wordt o.a. op 7-3-1645 en 10-5-1648 in Hillegersberg genoemd.

      Martijntge Jans, getrouwd geweest met wijlen Ingge Maertens Olshoorn, wordt op 18-10-1652 in Rotterdam vermeld.

      Trijntge Leendertsdr, weduwe van Jan Cornelisz Keet, wonend aan de Rotte onder Hillegonsberch, maakt haar testament op 28 april 1648 in Rotterdam. Zij benoemt tot erfgenamen: haar kinderen:
      - Cornelis Jansz;
      - Dick Jansz;
      - Jan Jansz;
      - Cornelis Jansz de Jonge;
      - Maertge Jansdr, jongedochter;
      - Leentge Jansdr en
      - Barber Jansdr, jongedochters;
      - haar dochter Martijntge Jansdr., vrouw van Ingge Maertensz Olshoorn.
      Volgens aantekening in de marge is dit testament vervangen door een ander op 18-10-1652.

      Rotterdam, 6-8-1652:
      Cornelis Jansz Keet de Jongste, vrijgezel, wonend aan de Rotte onder Hillegersberch, benoemt zijn broers en zusters en in plaats van enkele hun kinderen tot erfgenamen: Cornelis Jansz Keet den Oudsten, Jan Jansz Keet, de kinderen van Dirck Jansz Keet, Maertgen Jansdr, Leentge Jansdr, Barber Jansdr, Martijntge Jansdr, vrouw van Ingge Maertensz Olshoorn of hun kinderen. Hij benoemt tot voogd over de kinderen van Martijntge haar bejaarde broers, ongehuwde zusters en zwagers die het erfdeel van haar kinderen beheren en haar de inkomsten ervan uitkeren.

      Rotterdam, 7-9-1655: Dirck Maertens Leyerdorp te Sevenhuysen, Martijntge Jans, weduwe van Inge Maertens Olshoorn, als moeder en voogd over haar kinderen, en Cornelis Jans Keet als toeziend voogd over deze kinderen, erfgenamen van hun vader en grootvader Maerten Dircx Leyerdorp, overleden te Sevenhuysen, hebben de
      ze nalatenschap gescheiden en gedeeld ten overstaan van Arien Ingen Olshoorn op 13-01-1654. Tot de boedel behoorde een rentebrief toebedeeld aan Dirck Maertens Leyerdorp ad. 1.565 gulden, een custingbrief t.l.v. Arien Jacobs van Velzen en een obligatie t.l.v. Ploon Pieters Chrijsman ad. 50 gulden. Ook deze zaken zijn thans geregeld.

      Rotterdam, 22-5-1668: Cornelis Inggen Olshoorn, schoenmaker, ontslaat zijn voogden en ooms, Cornelis Jansz Keet den oudsten en Cornelis Jansz Keet de jongsten, wonend in Hillegersberch, van de voogdij over de erfenis van zijn grootmoeder Trijntge Leendertsdr, weduwe van Jan Cornelisz Keet, overleden in Hillegerberch, volgens codicil van 18 augustus 1662, voor mij notaris gepasseeerd.
      Cornelis Jansz den oudsten en Cornelis Jansz de jongste verklaren de voogdij van Cornelis Inggen Olshoorn op te heffen aangezien hij 25 jaar oud geworden is.

    1 kinderen


  7. Cornelis Jansen Keet den Ousten (Cornelis Jans Ouwe Keet) , † <1673 .
      Te H’berg op 13-5-1672 zijn gekomen:
      - Cornelis Jansz Jonge Keet voor zichzelf en bij testament van Cornelis Jansz Ouwekeet voogd over de onmondige kinderen van Jan Jansz Keet en Dirk Jansz Keet,
      - Cornelis Ariensz Dijksman, gehuwd met Barber Jans voor zichzelf en als voogd over de onmondige kinderen van Maartje Jans,
      - Arie Jansz Kerkhof, gehuwd met Leentje Jans,
      0 Cornelis Ingensz Olshoorn, nagelaten zoon van Martijntje Jans,
      - Jan Jansz Keet en Leendert Jans Keet, nagelaten meerderjarige kinderen van Jan Jansz Keet voornoemd, mitsgaders
      - Cornelis Dirx Keet, Dirk Pietersz in ’t Hout, gehuwd met Claasje Dirx, Arie Pietersz in ’t Hout, gehuwd met Grietje Dirx, en mede in naam van Aart Ariensz Klinkert, gehuwd met Pieterje Dirx, nagelaten meerderjarige kinderen van Dirk Jansz Keet,
      tezamen erfgenamen van Cornelis Jansz Ouwekeet voornoemd,
      en hebben verkaveld.

      Cornelis Jansz Keet den Ousten. Keet den ouden tekent met Cornelis Jansen Keet den ousten.

      Rotterdam, 6-8-1652: Cornelis Jansz Keet den Ouden, bejaard vrijer, wonend aan de Rotte onder Hillegonsberch, benoemt als enige erfgenamen zijn broers en zusters en hun kinderen, te weten: Jan Jansz Keet, Cornelis Jansz Keet de Jongste, de kinderen van Dirck Jansz Keet, en Maertgen Jansdr, Leentgen Jansdr, Barber Jansdr en de kinderen van Maertijntgen Jansdr, vrouw van Ingge Maertensz Olshoorn. Zolang deze leeft zullen testateurs broers, ongehuwde zusters en zwagers voogden zijn over het erfdeel van de kinderen van Maertijntge en de inkomsten ervan aan haar uitkeren. N.B.: in de marge: dit testament is op 13-12-1652 vervangen door een ander.

      Rotterdam, 13-12-1652: Cornelis Jansz Keet den ouden, bejaert vrijer die aan de Rotte bij Hillegersberch woont herroept vorige testamenten. Als hij zonder kinderen overlijdt benoemt hij tot erfgenaam Cornelis Jansz Keet de jongste, de kinderen van Dirck Jansz Keet inplaats van hun vader, Maertge Jansdr, Leentge Jansdr, Barber Jansdr, zijn broers en zusters, en de kinderen van Jan Jansz Keet en Martijntge Jansdr. Martijntge Jansdr krijgt wel het vruchtgebruik. Als testamenteurs en voogden over de kinderen van Martijntge Jansdr benoemt hij zijn bejaarde broer en ongetrouwde zusters en zwagers.

      Rotterdam, 7-10-1656: Adriaen Cornelisz Keet, wonend aan de Rotte in Hillegersberg, sluit de weesmeesters en het gerecht uit uit zijn nalatenschap. Tot voogden over de na te laten minderjarige kinderen en hun goederen benoemt hij Cornelis Jansz Keet de oude en Maerten Jansz Sootjenvis.

      Cornelis Jansz Keet den Oudste wordt op 13-5-1665 in H’berg genoemd als voogd over Aaltje en Jan Ariens Keet, erfgenamen van Arien Cornelisz. Keet.

      Een akte van 11-7-1662, opgemaakt in Rotterdam, bevat de boedelinventaris, waaronder onroerend goed, obligaties enz. van Trijntge Leendertsdr, weduwe van Jan Corneliss Keet. Trijntge is d.d. 03-05-1662 in Hillegersberch overleden. De inventaris is opgemaakt door haar erfgenamen Cornelis Janss Keet den ouden, Cornelis Janss Keet den jongen, Cornelis Arienss Dijckman, man van Barber Jansdr Keet, en Arien Janss Kerckhof, man van Leentge Janss Keet, die allen in Hillegersberch wonen. Tot de boedel behoort aan onroerend goed 3 morgen hooi-en weiland met een huis, schuur, enz. strekkende vanuit de Rotte tot de Oude Watering, ten oosten begrensd door de weduwe van Dirck Janss Keet en ten westen door 6 morgen weiland van Trijntge, strekkende van de Rotte tot de Oude Watering, begrensd ten oosten door de voorgaande 3 morgen en ten westen door Cornelis Janss Jongekeet en 10 hont weiland van Trijntge, strekkende uit de Rotte tot aan het land van genoemde Jongekeet, ten oosten begrensd door bovengenoemde 6 morgen en ten westen door de weduwe van, van Jacob Crijnen in ’t Hout. Vervolgens nog 3 morgen land, deels uit slachturf en water, en deels hooiland bestaande, strekkende uit de Oude Watering tot het Ommoersemeer, ten oosten begrensd door Arien Willemss Uyttenbroeck en Pieter Davitss en ten westen door de weduwe van Dirck Janss Keet en Arien Corneliss Boer. In de akte worden verder genoemd 2 overleden dochters, nl. Maertge Jansdr, die gehuwd geweest is met Arien Pieterss Huysman, en Martijntge Jansdr. Cornelis Willemss Vermeulen krijgt nog geld uit de boedel voor het onderhoud van het weeskind van Maertge. NB: Keet den ouden tekent met Cornelis Jansen Keet den ousten en Keet den jongen met Cornelis Jansen Jongekeet. Keet den jonge en Jongekeet worden in de akte door elkaar gebruikt.

      Rotterdam, 18-8-1662:
      * Cornelis Jansz Keet den ouden, Cornelis Jansz Keet den jongen, bijgestaan door Leendert Cornelisz Doelman en Arien Willemsz van der Kaade, van de gerechte van Hillergersberch, voogden over de kinderen van Maertijntge Jansdr Keet, Dirck Jansz Keet, Maertge Jansz Keet, en wijlen Jan Jansz Keet, Cornelis Ariensz Dijcxman, man van Barber Jansdr Keet, en Arien Jansz Kerckhof, man van Leentge Jans Keet, allen te Hillergersberg, kavelen de nalatenschap van hun (schoon)moeder Trijntge Lenerts door blinde lootinge.
      * Cornelis Jansz Keet den Ouden, Cornelis Jansz Keet den Jongen, erfgenamen en voogden over de kinderen van Maertijntge Jans Keet, Dirck Jansz Keet, Maertge Jansdr Keet, en Jan Jansz Keet en Cornelis Ariensz Dijcxman, man van Barber Jansdr Keet en Arien Jansz Kerckhoff, man van Leentge Jansdr Keet allen uit het Ambacht Hillegersberch scheiden de boedel van Trijntge Leendertsdr, weduwe van Jan Cornelisz Keet wier testament werd gepasseerd op 19-01-1661 voor notaris Jacob Duyfhuysen. De tweede erfgenaam krijgt haar huis met drie morgen land in de polder Ommoorden plus 1½ morgen slachturflant en water en belendende ten oosten Arien Willemsz en west Arien Cornelisz Boer. De tweede erfgenaam wordt ook genoemd Cornelis Jansz Jongekeet de eerste Cornelis Jansz Oudekeet.

      Rotterdam, 22-3-1667: Pieter Ariensen Cley, wijnbrander, wonende te Delfshaven, bekent 800 gulden schuldig te zijn aan Cornelis Jansen Keet den ouden, wonende in Hillegersberch, als voogd over Leendert Jansen Keet en Commer Jansen Keet, nagelaten minderjarige kinderen van zijn broer Jan Jansen Keet, vanwege geleend geld. Als borg voor Pieter treedt zijn moeder, Aeltge Pietersdr, weduwe van Arien Jansen Cley, wonende in Hillegerbergh, op.

      Rotterdam 3-7-1657: Aeffge Jans, weduwe van Jan Arienss Keet, te Hillegontsbergh, verklaart dat bij haar overlijden de goederen naar evenredigheid over de leden van beide families dienen te worden verdeeld. De administratie over haar goederen zullen Cornelis Jans Keet den ouden te Hillegontsberg en Cornelis Maertss Knijn te Sevenhuyse voeren.


  8. ??? Jacob Janss (Jaep Janssen) Keet .

      JACOB Janssen Keet/Keten, op den Hoorn, liet de volgende kinderen dopen vanaf 1617: Trijntie, Belitie en Geertie.

      Zoetermeer, 28-4-1624: Jacob Janss Keet een kynt beluyt 0,10,-.

      Jaep Janssen Keet was in juli 1617 in Zoetermeer getuige bij de doop van Jenneke, dochter an Arent Janss uit Zegwaart.

      Op 11-12-1625 in Rotterdam was sprake van een boedelscheiding betreffende:
      - Jacob Jansz Keet te Segwaert, namens Belijtgen Jacobsdr Segwaert,
      - Dirck Maertens Soetermeer voor hem zelf en als voogd over de nagelaten kinderen van Hillebrandt Dircxz Segwaert
      - Gerrit Jacobsz, voor zijn moeder Jannitgen Engebrechts, en namens Maritgen Adriaensdr, weduwe van Symon Jansz Cuddebutter
      Crooswijck
      deze als erfgenamen van moeders zijde ter ene zijde, en ter
      andere zijde de enige erfgename van vaders zijde:
      - Geertgen Leendertsdr te Schiedam, vertegenwoordigd door
      - Dingeman Lodewijcxsz van Boshuysen ook genoemd Dingeman Lenertsz van Boshuysen te Schiedam.
      Zijnde alle de comparanten erfgenamen van Jacob Cornelisz Vermeer,
      cleermaecker, verdelen de volgende rente brieven ten laste van
      Pieter Huybrechtsz de Bie, een obligatie op Cornelis Bruynsz de Meyer, een obligatie op Rijck Matijsz, een obligatie op Jacob van Monster, een rente brief op Jan Willemsz timmerman enz.

    4 kinderen


  9. Cornelis Jans Jonge Keet .
    Cornelis Jans was getuige bij de doop van Trijntge Arijens Kerckhof .

      Cornelis Jansen Jongekeet, Cornelis Jans Keet den Jongen, Cornelis Jansz Keet de Jongste.

      Keet den jongen tekent met Cornelis Jansen Jongekeet. Keet den jonge en Jongekeet worden in de akte door elkaar gebruikt. Hij is de jongste zoon van Trijntge Lenerts.

      Rotterdam, 6-8-1652:
      Cornelis Jansz Keet de Jongste, vrijgezel, wonend aan de Rotte onder Hillegersberch, benoemt zijn broers en zusters en in plaats van enkele hun kinderen tot erfgenamen: Cornelis Jansz Keet den Oudsten, Jan Jansz Keet, de kinderen van Dirck Jansz Keet, Maertgen Jansdr, Leentge Jansdr, Barber Jansdr, Martijntge Jansdr, vrouw van Ingge Maertensz Olshoorn of hun kinderen. Hij benoemt tot voogd over de kinderen van Martijntge haar bejaarde broers, ongehuwde zusters en zwagers die het erfdeel van haar kinderen beheren en haar de inkomsten ervan uitkeren.

      Cornelis Janse Keet en Neeltgen Heijdrickx lieten op 2-3-1659 in Hillegersberg een zoon Jan dopen met als getuigen Cornelis Aerjense en Barber Jans. Op 10-10-1660 volgde aldaar de doop van dochter Pietertgen met Barbara Jans opnieuw als doopgetuige. Ald. op 12-3-1662 werd dochter Martijntge gedoopt met Martijntgen Inge als getuige. Bij de doop van Neeltge op 20-1-1664 ald. waren Aerjen Janse en Barbara Jans de getuigen. Op 17-1-1666 werd de tweeling Willempje en Jannetje gedoopt met als getuigen Jan Janse Keet, Aerjeantje Cornelis en Barber Jans. Een zoon Willem werd ald. gedoopt op 9-3-1670 met als getuigen Jan Cornelisz Dicxman en Grietie Ariens. Op 18-4-1672 werd een dochter Cornelia gedoopt met als getuigen Cornelis Dixman en Grietie Ariens. Een zoon Leendert werd gedoopt op 23-12-1674 met als getuige Leentie Jans.

      Rotterdam, 18-8-1662:
      * Cornelis Jansz Keet den Ouden, Cornelis Jansz Keet den Jongen, erfgenamen en voogden over de kinderen van Maertijntge Jans Keet, Dirck Jansz Keet, Maertge Jansdr Keet, en Jan Jansz Keet en Cornelis Ariensz Dijcxman, man van Barber Jansdr Keet en Arien Jansz Kerckhoff, man van Leentge Jansdr Keet allen uit het Ambacht Hillegersberch scheiden de boedel van Trijntge Leendertsdr, weduwe van Jan Cornelisz Keet wier testament werd gepasseerd op 19-01-1661 voor notaris Jacob Duyfhuysen. De tweede erfgenaam krijgt haar huis met drie morgen land in de polder Ommoorden plus 1½ morgen slachturflant en water en belendende ten oosten Arien Willemsz en west Arien Cornelisz Boer. De tweede erfgenaam wordt ook genoemd Cornelis Jansz Jongekeet de eerste Cornelis Jansz Oudekeet.
      * Cornelis Jansz Keet den ouden, Cornelis Jansz Keet den jongen, bijgestaan door Leendert Cornelisz Doelman en Arien Willemsz van der Kaade, van de gerechte van Hillergersberch, voogden over de kinderen van Maertijntge Jansdr Keet, Dirck Jansz Keet, Maertge Jansz Keet, en wijlen Jan Jansz Keet, Cornelis Ariensz Dijcxman man van Barber Jansdr Keet, en Arien Jansz Kerckhof, man van Leentge Jans Keet allen te Hillergersberg, kavelen de nalatenschap door blinde lootinge.

      Rotterdam, 19-1-1661:
      Trijntge Leendertsdr, weduwe van Jan Cornelisz Keet, wonende aan de Rotte in de polder van Ommoerden in het ambacht van Hillegersberch, benoemt tot haar erfgenamen haar zonen: Cornelis Jans Keet den Outsten en Cornelis Jans Jongenkeet, haar dochters: Leentge Jansdr, Martijntge Jansdr, Barber Jansdr en de kinderen van haar overleden zonen Dirck Jans Keet en Jan Jans Keet en van haar overleden dochter Maertgen Jansdr, die gehuwd was met Arien Pieters Huysman, Cornelis Jans Jongekeet erft haar huis en erve, staande op drie margen land en anderhalve margen slachturfland in het Ommoersemeer. Zij legt vast hoe Jongekeet de opbrengsten hiervan met haar mede- erfgenamen zal moeten verdelen. Belendingen: de weduwe van Dirck Jans Keet, Cornelis Jans Jongekeet, Cornelis Jans den Oudsten, Leentgen Jansdr, Arien Willems, Arien Cornelisz Boer, Pieter Davits en de weduwe van Jacob Crijnen.

      Cornelis Jansz Keet was samen met Martijntie Cornelis [zijn dochter] op 24-6-1685 in Hillegersberg getuige bij de doop van Leendert, zoon van Pieter Andriesz. Koster en Trijntie Cornelis Keet.

    × ±1656   Neeltgen Heijndrikx .

    10 kinderen


Samengesteld door Joan Bos.
Voor meer informatie zie de introduktie of de FAQ.