Grietge Aerts Klinckert .
Dochter van Aert Pietersz Klinckert en Maritge Cornelisse .



    Jacob Cornelisz Olijman , † <1628.
Kinderen:
  1. Cornelis Jacobsz Olijman , † <1662 .
    Cornelis Jacobsz was getuige bij de doop van Jacob Egberts Herbst .

      Cornelis Jacobsz Olijman, gehuwd met Maritge Claesse, wordt op 11-11-1641 en 17-2-1650 in Hillegersberg vermeld.

      Cornelis Jacobsz Olijman, wonende in de Boschpolder in Hillegonsberg, bekent op 26-7-1650 in Rotterdam 800 gld. schuldig te zijn aan zijn neef Pieter Claesz de Hooch, wonende in Cralingen.

      Cornelis Jacobs Olijman, wonend onder Hillegontsberch, bekent op 3-5-1661 in Rotterdam een schuld van 600 gulden te hebben aan Cornelis Jans Vermeulen, mede daar wonend, ter zake van een lening. De schuld is afbetaald op 1-5-1669.

      Op 11-1-1662 in Hillegersberg comp. Maritge Claesse, weduwe van Cornelis Jacobsz Olijman, geassisteerd met Jan Claesz Coomen, haar broer en gekozen voogd in deze, en heeft vertocht tegen Eggert Gerrits Herbst, gehuwd met Marritge Cornelisse, en Claes Corenlisz Olijman, beiden voor zichzelf, Jan Jacobsz Olijman, als geordonneerd voogd over Grietge Cornelisse, Neeltje, Martijntje en Trijntje Cornelisse, haar kinderen, geprocreŽerd bij Cornelis Jacobsz Olijman, en dat van al de goederen.

    ◊ <1585   Neeltge Jacobs ( Bosch) , † <1636.
        Dochter van Jacob Jans Bosch en ?
      Inge was een zoon van Neeltge Jacobs.

      Inge Cornelisz Olman, cleyschieter, wordt op 10-12-1635 in Rotterdam vermeld:
      Inge Cornelisz Olman is een zoon van Neeltge Jacobs, die een dochter was van Jacob Jans Bosch. Deze woonde tijdens zijn leven ook in de Boschpolder onder het Ambacht van Berckel.

    ◊ <1640   Maritge Claes (Maertge Claes) Coomen , † >9-1666.
        Dochter van Claes Ariensz Coomen en Neeltge Cornelisse .
      Kinderen o.a. Grietge, Neeltgen en Claes.

      Te H’berg op 29-4-1624 comp. Cornelis Jacobsz. Olijman en bedankt Cornelis Cornelisz Olijman, zijn voogd en dezelfde comparant als getrouwd hebbende Maritge Claesse, bedankt Pouwels Claes Ariensz, zijn huisvrouws voogd. Ook werd een rekening opgemaakt van Pouwels Claes Ariensz, als oom en voogd, mitsgaders Arien Cornelis Jongebroer, als stiefvader van de nagelaten kinderen van Claes Ariensz Coomen zaliger, geprocreŽerd bij Neeltge Cornelisser, eertijds weduwe van de voornoemde Claes Ariensz Coomen en nu tegenwoordig huisvrouw van de voornoemde Arien Cornelisz Jongebroer.

      Te H’berg op 11-11-1641 Comp. Arien Claes Coomen, Cornelis Claes Coomen, Jan Claes Coomen, alle drie voor zichzelf, mitsgaders Cornelis Jacobsz Olijman, gehuwd met Maritge Claesse, en Jan Willemsz, gehuwd met Neeltge Claesse, tezamen erfgenamen van Maerten Claes Coomen, ter eenre, en de voornoemde Cornelis Claes Coomen, ter andere zijde (en hebben verkaveld).

      Rotterdam, 27-12-1647:
      - Arien Claesz, Cornelis Claesz en Jan Claesz, allen wonend te Hillegersberch en Rotterdam,
      - Cornelis Jacobsz, man van Maertge Claesdr,
      - Maerten Jans, man van Annitge Ariensdr, Willem Cornelisz, man van Trijntge Ariensdr.
      Zij zijn allen kinderen en erfgenamen van hun moeder en schoonmoeder Neeltge Cornelisdr, gewezen vrouw van Arien Cornelisz Jongebroer, overleden te Hillegonsberch, ter ene zijde, en
      - Jan Willemsz, met zijn vrouw Neeltge Claesdr., wonend aan de Cleywech of Cleynwech, ook een dochter van Neeltge Cornelisdr, ter andere zijde.
      Zij komen overeen het testament van hun moeder en schoonmoeder d.d. 6-11-1641 voor notaris Arnout Wagensvelt te annuleren, waarin werd vermeld dat Neeltge Claesdr uit haar moeders goederen uitsluitend haar legitieme portie zal ontvangen. Zij zal nu in plaats daarvan haar volledig erfdeel ontvangen. Cornelis Claesz en Jan Claesz tekenen als Comen of Koemen.

      Te H’berg op 17-2-1650 comp.
      - Arien Ariensz Jongebroer, weduwenaar van Neeltge Cornelisse, ter eenre, mitsgaders
      - Arien Claes Coomen, Cornelis Claes Coomen en Jan Claes Coomen, alle drie voor zichzelf,
      - Cornelis Jacobsz Olijman ,gehuwd met Maritge Claesse,
      - Willem Cornelisz Keet, gehuwd met Trijntge Ariens, en
      - Jan Willemsz gehuwd met Neeltge Claesse, en
      - de voornoemde Arien Cornelisz Jongebroer in de naam van Maerten Jansz Berckel, gehuwd met Annetje Ariens,
      allen tezamen in de voorszegde kwaliteit kinderen en erfgenamen van Neeltge Cornelisse, ter andere zijde,
      en hebben verkaveld.

      Rotterdam, 20-10-1666:
      Maertge Claes, weduwe van Cornelis Jacobsz Oliman, wonende in de polder onder Hillegersberch, leent 300 gld van Frans Cornelisz Stolck, wonende aan de Veenweg in Kralingen. In de kantlijn staat dat de schuld is betaald op 2 mei 1669.

      Rotterdam, 2-11-1666:
      Maertge Claes, weduwe van Cornelis Jacobsz Oliman, wonende onder Hillegersberch, leent 600 gld van Pieter Maertensz Herst uit Kralingen.
      Haar zoon Claes Cornelisz Oliman stelt zich borg.
      In de kantlijn staat dat de schuld op 11 mei 1669 is voldaan.

    9 kinderen


  2. Maritge Jacobs ( Olijman) , † >1657 .

      Een rekening van 1609 in Hillegersberg vermeldt Willem Jacobsz van Zevenhuizen, als oom en voogd van de nagelaten kinderen van Maritge Jacobs Olijman, van de goederen, hun aangekomen door het overlijden van Maritge Cornelisse.

      Wsl. Maritge Jacobs de moeder van Grietje en Trijntje Meesdr. Maen.

      Te Vlaardinger-Ambacht op 2-6-1658 comp.
      - Maert Jacobsdr., wed. Mees Cornelisz. Maen in zijn leven onze confrater in ambte, voor de ene helft, mitsgaders
      - Alewijn Cornelisz. Maen als oom en voogd over Grietge Meesdr. Maen voor een vierde part, Sijmon Pietersz. Romeijn getrouwd hebbende Trijntge Meesdr. mede voor een vierde part, mitsgaders nog de voorn. Alewijn Maen en Sijmon Pietersz. Romeijn vervangende voor Sijmon Meesz. voor het derde vierde part uit de wederhelft, en
      zij bekenden te verkopen aan CLaes Meesz. Maen zeven achtste parten van een woning als huis, schuur, barg en geboomte met 24 morgen 1 hond land daar van het resterende achtste part de voorn. Claes Meesz. als zoon en mede-erfgenaam van de voorn. Mees Cornelisz. Maen zelf is toebehorende, bestaande in de navolgende percelen, te weten
      12,5 [morgen] land daar de voorsz. woning, huis, schuur, barg en geboomte op staat, daar onder is 1,5 morgen leenland (in de marge: genaamd de Grij[??] hetwelk verheven moet worden onder de heerlijkheid van Holij, en de rest wezende patrimoniale goederen behalve een 0,5 morgen geestelijk land, leggende de 11 morgen op Vlaardingerwoud binnen deze ambacht gemeen in een kamp van 24 morgen. Verwijst naar:
      - 11 morgen de voorn. Mees Cornelisz. Maen verkocht en opgedragen van Cornelis Meesz. Maen zijn vader zal. op 19-7-1620.
      - 1 morgen vrij patrimoniaal land gemeen met de voorn. 24 morgen de voorn. Mees Cornelisz. Maen opgedragen op 29-5-1625.
      - 1 morgen 4 hond land gemeen in de voor verhaalde 24 morgen land gelegen op Vlaardingerwoud de voorn. Mees Cornelisz. Maen door de regenten van de heilige geest en gasthuis armen der parochie van Vlaardingen opgedragen op 1-4-1631.
      - 3,5 morgen land gelegen op Vlaardingerwout de voorn. Mees Cornelisz. Maen zal. wettelijk opgedragen op 6-5-1635 door Cornelis Arentsz. Coppert den Ouden wonende op de Vijfsluizen.
      - 3 morgen eigen land gelegen alsvoren die Mees Cornelisz. Maen zal. in eigendom voor schepenen van deze ambacht opgedragen bij Pieter Corsz. van der Wael zal. op 14-4-1642.
      - omtrent 2,5 morgen land genaamd den Houck Camp gelegen op Vlaardingerwoud gekomen van de wed. en erfgenamen van Mees Pietersz. zal. de voorn. Mees Cornelisz. Maen verkocht door Abraham Heckenhouck bode van de heerlijkheid van de Ketel op 20-4-1653.

    ◊   Claes Arienss , † <1636.

    ◊   Mees Cornelisse Maen , † ±1658.
    Mees Cornelisse was getuige bij de doop van Grietie Pieters Olieman (?) .
      Ondertrouw op 12-4-1636 in Rotterdam, Hillegersberg.
      Mees Corneliss Maen, wed. Trijntgen Jans , wonend: Vlaerdingen, en Maertge Jacobs, wed. Claes Arienss, wonend: Hillegersberg, zijn op 12-4-1636 in Hillegersberg in ondertrouw gegaan.

      Mees Cornelisz. Maen. wedr. van Trijntge Jansdr., wonende op Vlaardingerwoud, & Maertge Jacobsdr., wed. van Claes Ariensz., wonende in Hillegersberg, zijn op 13-4-1636 in Vlaardingen in ondertrouw gegaan.

      Mees Cornelis Maen wordt op 17-1-1633 in Vlaardinger-Ambacht genoemd. Hij was een zoon van Cornelis Meesz. Maen en Neeltje Alewijnsdr.

      Cornelis Meesz., wonende te Zouteveen, genaamd Ďt Manneken in de Maen, wordt op 1-1-1614 in Vlaardingen genoemd.
      Vlaardingen, 13-11-1623: Abraham Heijndricxz. schipper constitueert Jop van der Wael procureur alhier, tegen Cornelis Meesz. ít Manneken in de Maen.
      Cornelis Meesz. bijgenaemt tManneken inde Maen bouman, woonende opte Souteveen, out ontrent 57 iaere, wordt op 29-5-1622 in Vlaardingen genoemd.
      Op 11-3-1636 was in Vlaardingen sprake van "de kinderen ende erfgenamen van wijlen Cornelis Meesz. Maen".

      Vlaardinger-Ambacht, 20-4-1653: Comp. Abraham Jansz. Heckenhouck bode van de heerlijkheid van de Ketel en heeft verkocht en transporteert aan Mees Cornelisz. Maen schepen van Vlaardingerambacht zekere omtrent 2,5 morgen land genaamd de Hoeckcamp gelegen op Vlaardingerwout bij hem comparant gekocht van de kinderen en erfgenamen van Mees Pietersz. zal. aan de Ketelweg, voormaals gekomen van het convent van St. Aechten tot Delft. Verkoper is het land bij de voorsz. erfgenamen neffens nog zekere 2 morgen land op 1-4-1652 opgedragen. Voor 1900 car. gld. in contant geld.

      Sijmon Meesz. Maen j.m. wonende in Vlaardingerambacht & Annetge Dircxsdr. j.d. wonende tot Schiedam, trouwden op 14-11-1648 in Vlaardingen.

      Alewijn Cornelisz. Maen is de broer van Mees Cornelisz. Maen.
      Kethel, 13-04- 1657: Alewijn Cornelisz. Maen weduwnaar van Trijntge Tijsdr. in Vlaardinger ambacht X Neeltge Tijs weduwe van Jacob Jansz. Schepp, in de ambacht van Ketel. Op 29 -04- 1657 in
      de kerk van Ketel gehuwd.
      Vlaardingen, 13-4-1657: Alewijn Cornelisz. Maen wedr. wonende in Vlaardingerambacht & Neeltge Thijsdr. wed. van Jacob Jansz. wonende in het ambacht van de Ketel volgens attestatie van A.Swalmius ecols. in de Ketel.
      Vlaardingen, 13-10-1657: Sijmen Pietersz. Marrelevelt j.m. geass. met PieterPietersz. Romeijn zijn broeder & Trijntje Meesdr. j.d. geass. met Alewijn Cornelisz. Maen haar oom, beide wonende in Vlaardingerambacht.
      Vlaardinger-Ambacht, 30-1-1663: Comp. Tijs en Simon Alewijnsz. Maan voor twee derde parten erfgenaam van Trijntie Tijsdr. haar moeder zal. en hebben verkocht aan haar broede Pieter Alewijnsz. Maan, die mede-erfgenaam is voor het resterende derde part in de goederen van voorsz. Trijntie Tijsdr., zekere haar comparanten twee gerechte derde parten in de nagelaten boedel en goederen zulks de voorn. haar moeder dezelve heeft met de dood achtergelaten, voornamelijk bestaande in de helft van een woning als huis, bijhuis, schuur, barg en geboomte met omtrent 17 morgen land daaraan gelegen in Holierhoeck [Ö], waarvan de wederhelft is toekomende Alewijn Cornelisz. Maen, weduwnaar van de voorn. Trijntie Thijsdr., haar vader.

    1 kinderen


  3. ? Machtelt Jacobs ( Olijman) , † <1700 .
      Zoetermeer, Aen den Hoorn, 8-12-1699: Jacob Leendertsz Droogh en Coenraet Tijsz van Straele x Annetje Leenderts Droogh erven van hun moeder uit Berkel.

    ◊ Berkel en Rodenrijs 15-2-1650   Leendert Cornelisz Droge , [] Berkel en Rodenrijs 5-1-1689.
    Leendert Cornelisz was getuige bij de doop van Leendert Arentsz Tas .

        Zoon van Cornelis Droge en Maritgen Leenderts (Maertgen Leenderts) .
      Getrouwd in Berkel/Rodenrijs op 15-02-1650: Leendert Cornelisz. Droge x Machtelt Jacobs, get. Maertge Simons nostra, Neeltge Jorys Tas.

      Kinderen: Jacob, Maria (2x), Cornelis, Ari, Annitge, Maria, Aeltge, Leendert en Andries.
      Getuige bij het huwelijk: Neeltge Jorijs Tas . Droogh, Leendert Cornelisz., is in 1689 in Berkel/Rodenrijs begraven. Volgens HG 753: 5-1-1689 Droeg, Leenert Cornelisse

      Een Cornelis Lendertsz Drooge, mogelijk de vader van deze Leendert, wordt op 15-2-1640 vermeld als oom en voogd van de nagelaten kinderen van Jacob Lenertsz en diens weduwe Leentge Huijbrechts.

      Berkel en Rodenrijs, familiegeld 1674: Leendert Cornelisz. Droge met sijn vrouw, ende negen kinderen beneeden haer jaeren; geneeren als vooren. Lendert Cornelisz. Drogh met zijn vrou, 45 jaaren, kinderen, Jacob out 22 jaaren, Cornelis 10 jaar, Maria 17 jaar, Ari out 15 jaar, Annitge 13 jaar, Maria 11 jaar, Aeltge 8 jaar, Lendert 7 jaar, Andris 20 wecken. Andries is gedoopt 26 april 1673.

    10 kinderen


  4. ?? Jan Jacobsz Oliman , * ±1605 .
    Jan Jacobsz was getuige bij de doop van Claes Pieterse Olieman (??) .
      Op 21-6-1650 was Jan 45 jaar oud.

      Rotterdam, 21 juni 1650:
      Verklaring op verzoek van ambachtsbewaarders, schepenen, kerkmeesters en ingelanden van Capelle.
      Jan Jacobsz Olyman, uit Cappelle, oud 45 jaar, werd in 1648 tesamen met nu wijlen Wigger Croon door rentmeester Willem Canter beedigd als armenmeester. Na enige tijd heeft Canter de sleutel van de armenkist opgeeist en papieren uit de kist gehaald en later aan hen gevraagd de papieren weer in de kist te doen, hetgeen zij geweigerd hebben. Dit om niet de schijn tegen te hebben iets te hebben weggenomen. Canter heeft het toen zelf gedaan en de sleutel teruggegeven. Twee jaar later zijn ze beiden vervangen door andere personen.

      Rotterdam, 2-11-1656:
      Jan Jacobs Olyman wonende te Cappelle, verklaart 600 gulden schuldig te zijn aan Willem Reyers, tapper, en aan zijn schoonzoon Henrick Jans eveneens te Cappelle, ieder voor de helft t.z.v geldlening.

      Vermelding op 24-8-1726 in Hillegersberg van wijlen Pieter Jansz Olijman, gehuwd met Dirkje van der Wal te Rotterdam, en wijlen Barbara Olijman.

    ◊   Neeltgen Sentendr .

      Zij was een dochter van Vincent Lenertsz. Zie: Ons Voorgeslacht 1992.


  5. Pieter Jacobsen Olijman , * ±1610 , † <1667 .

    ◊ Rotterdam, Hillegersberg 19-10-1636   Annetge Claesse (Annetien Claes) (van Wateringe) , * ±1617 .

    7 kinderen


Samengesteld door Joan Bos.
Voor meer informatie zie de introduktie of de FAQ.