Nicolaes (Claes Jacobsz) Lem , * ±1560 .
Zoon van ? .


?? ±1590
    Neelken Jacops , † 6-4-1696, [] Westmaas .    
Kinderen:
  1. Maritge Claesse Lem , † Cillaarshoek <1610 .

      Zij was een dochter van Claes Jacobs Lem en Neelken Jacobsdr.

      Arie Cornelisse Bootser heeft kinderen bij Maritke Claesdr. De kinderen zijn op 18-11-1617 in Strijen erfgenamen van hun grootvader Claes Jacobs Lem zaliger; haar broeders zijn Adriaen Claesse Lem, Cornelis Claesse Lem, Jacob Claesz. Lem d’oudste en Claes Claesse Lem.

      ’s-Gravendeel., 8-4-1623: Arie Cornelis Bootjer, geh. met Maergen Claesse 9beiden zaliger), Arie Claesz. Snaeijer, geh. met Leengen Claesse Lem, Jacob Claesse Lem, Cornelis Claesse Lem, Arie Claesse Lem ook voor Claes Claesse Lem, broeders en kinderen van Claes Jacobs Lem Zaliger.

      Adriaen Cornelis Bootser , * ±1570 , † <8-4-1623.

    2 kinderen


  2. Jacob Claesz (Jacob Claesz d’Oudste) Lem , † >1616 .
      Hij overleed n 18-11-1617.

      Op 3-6-1621 was sprake van de weduwe van Jacob Claesz. Lem in het Munnikenland.

      Jacob Claesz. Lem de Oudste was boer en schepen in Westmaas.

      Op 23-3-1624 is sprake van de 3 voorkinderen van Jacob Claesz. Lem.

    ±1601   Mariken Pietersdr (Marrigen Pietersdr) .
      Huwelijk in de periode 1599-1602.

      Indien zij een zus was van Ghijsbrecht Pietersz. Meuwenhil, die optrad als haar voogd toen zij weduwe was geworden, dan was zij een dochter van Pieter Cornelis Joosten, boer in het Oudeland van Moerskerken en heiligegeest-armmeester en heemraad van Mijnsheerenland, en diens vruw Maertje Adriaensdr.

      Marichge Pietersdochter, weduwe van Jacob Claesz. Lem in het Munnikenland en haar zoon Jacob, worden op 30-3-1626 in Mijnsheerenland vermeld.

    1 kinderen


  3. Jacob Claesz de Jongste Lem , † Mijnsheerenland 1-5-1627 .
      Op 1-5-1627 is sprake van de weduwe van zaliger Jacob Claesz. Lem de Jongste en het dode lichaam van de genoemde Lem. De schout en heemraden in Mijnsheerenland bevinden dat deze op zijn rechte slaap weinig of zeer luttel gekwetst oftewel blauw was, welke kwetsuur hij opgelopen heeft als hij ’s-morgens om ca. 8 uur rijdende met paard en wagen van de dijk is afgevallen, doordat een hond de paarden verschrikt had. Dit ongeluk gebeurde omtrent de Bouwensweg.

      Jacob Claesz. Lem de Jongste verklaart op 6-5-1620 dat Adriaen Claesz. Lem, zijn broer, en zijn zwager Adriaen Claesz. Snaeijers, wonende op Cillaarshoek, zich als borg gesteld hebben voor de som van 1000 Carolusgulden ten bate van Bastiaen Crijnen te Dordrecht. Tot waarborg stelt Jacob in handen van bovengenoemde personen 7 morgen en 457 roeden bouwland in het Oudeland van Moerkercken. Het bouwland grenst in het oosten aan de erfgenamen van Jan en Lenert Cornelisz. te Alblas, in het zuiden aan de Achterweg, in het westen aan de broers Joris en Cornelis Adriaensz. van Driel en in noorden aan de garing van Heinenoord.

      Jacob Claesz. Lem de Jongste bekent op 9-5-1623 schuldig te zijn aan Jacob Jorisz., wagenmaker te Puttershoek, de som van 339 gulden en 15 stuivers hoofdgeld, spruitende van een obligatie houdende aan hoofdsom 300 gulden. Als borgen over deze som stellen zich Adriaen Claesz. Snaeijers op Cillaarshoek en Adriaen Claesz. Lem alsmede Cornelis Claesz. Lem, zijn broeders.

      Op 25-1-1624 wordt Jacob Claesz. Lem de Jongste vermeld als nasaet van Wouter Pleunenz., de zwager van Anna Cornelis Meeusdr. Op 9-2-1617 machtigde Johan van Wesel Jacob Claesz. Lem de Jonge, nasaet van Wouter Pleunenz., om te mogen compareren voor de Wet in Alblas in de Overwaard om recht te spreken en scheiding te doen van de nagelaten goederen van Adriaen Pleunenz. te Alblas.

      Jacob Claesz. Lem de Jongste, "nasaet" van Wouter Pleunenz. had bouwland in het Oudeland van Moerkercken gerfd van zijn oom Aert Jansz.

      De huijsvrouw van Jacob Claesz. Lem de Jonckste was op den 12en octobris 1625 op een sondach smorgens ontrent 8 vuijren iets aan het wassen in de sloot.

      Marichge Laurisdr .
      Op 3-2-1619 is sprake van Jacob Claasz. Lem de Jongste, gehuwd met Maritje Laurisdr.

      Ariaantje Laurisdr. is uit naam en vanwege haar moeder Anna Cornelis Meeusdr. op 3-2-1619 overeengekomen met Anthonis Dingmans, gehuwd met haar zuster Sebastiaantje Laurisdr., en andere personen aangaande de alimentatie van voornoemde Anna Cornelisdr.
      Ariaantje Laurisdr. zal daarvoor blijven in het bezit van het huis, erf, huisraad en de havelijke goederen.
      Verder worden genoemd: Jacob Claasz. Lem de Jongste, gehuwd met Marigje Laurisdr., Jan Laurisz., wijlen Leentje Laurisdr., Pieter Lenertsz., nagelaten zoon van Lenert Laurisz., vervangende zijn broeder Gijsbert Lenertsz., en Cornelis Philipsz., getrouwd met Geertruid Laurisdr.
      Jan Laurisz. wordt op 11-2-1619 vermeld als wijlen man en voogd van Dijgna Gijsbrechtsdr. samen met de kinderen van Lenert Laurisz. betreffende de nalatenschap van Dijgna Gijsbrechtsdr., zuster van Jan Gijsbrecht Danielsz.

      De weduwe van Jacob Claesz. Lem de Jongste, gestorven 1 mei 1627, verklaart in Juni 1627 dat haar boedel met zeer grote schulden belast is en dat zij en haar kinderen zich nauwelijks kunnen redden. Zij verklaart tevens niet boven de 1000 gulden gegoed te zijn.

      Marichge Laurisdochter, weduwe van Jacob Claesz. Lem de jongste, verkoopt 2 morgen en 25 cijnsland, gelegen in het Oudeland van Moerkercken op 10-7-1627 aan Lijntge Dirck Cors Pietersdochter, weduwe van Pleun Huijgensz. Het land lag ten zuiden van de gemenelands watering.

      Juffrouw Cornelia van Segwaert draagt 4 morgen en 467 roeden bouwland op 7-4-1631 over aan Marichge Laurisdr., laatst weduwe van Jacob Claesz. Lem de Jongste.


  4. Cornelis Claesz Lem .


  5. Adriaen Claesz Lem .

      Mijnsheerenland, 18 maart 1615: Joris Adriaensz. van Driel en Neeltge Adriaensdr. van Driel bekennen met elkander al hun eigenlanden gegrondkaveld te hebben. O.a. een stuk land ter grootte van 3 morgen en 100 roe, genaamd Rosendael en 3 mrg 303 roe land met het huis, de schuur en een boomgaard, staande en gelegen in het Oudeland van Moerkercken, gemeen met de erfgenamen van Jan en Lenert Cornelisz. tot Ablas; gekocht van Jacob Adriaensz. Ruijter. Genoemd: Adriaen Claesz., echtgenoot van Neeltge Adriaensdr. van Driel. Met handtekening van Adriaen Adriaensz. van Driel. Zeer uitvoerige kavelcedulle.

      Adriaen Claesz., echtgenoot van Neeltge Adriaensdr. van Driel, Cornelis Adriaensz. van Driel en Joris Adriaensz. van Driel worden op 13-6-1615 in Mijnsheerenland genoemd.

      Mijnsheerenland, 19 juli 1622:
      - Joris Adriaensz. van Driel en Aert Adriaensz. van Driel, vervangende hun zwager Adriaen Claesz. Lem, bekennen verkocht te hebben aan Cornelis Cornelisz. jonge Boer 400 roeden land in het OvM met een huis, 2 bergen, schuren en een boomgaard. Oost het land van de weduwe van Lenert Ooien in Strijen, zuid de Dorp- of Kerkweg, west het land van de
      Leprosen te Dordrecht en noord Herman Godschalksz. De verkopers aangekomen van hun oom [=stiefvader] Jan Pietersz. Vinck.
      - Cornelis Cornelisz. jonge Boer bekent schuldig te zijn aan Joris Adriaensz. van Driel, Aert Adriaensz. van Driel, Adriaen Claesz. Lem en Jan Pietersz. Vinck de som van 2800 gulden over de koop van 400 roeden land met een huis, de bergen, schuren en een boomgaard alsook vanwege de koop van 1 mrg cijnsland.

      Mijnsheerenland, 6 augustus 1623: Joris Adriaensz. van Driel, Aert Adriaensz. van Driel, Cornelis Adriaensz. van Driel en hun
      zwager Adriaen Claesz. Lem bekennen schuldig te zijn aan de Heilige Geest in Mijnsheerenland de som van 415 gulden, 8 stuivers en 9 penningen Hollands, dewelke som zij ontvangen
      hebben uit handen van Cornelis Cornelisz. jonge Boer, die zij schuldig zijn geweest als borg voor Jan Pietersz. Vinck en welke som de voornoemde Boer tot zijn last genomen had om de
      beloofde koopsom van de bouwstede door Cornelis Cornelisz. van Jan Pietersz. Vinck overgenomen, te waarborgen, De koopsom is gehypothekeerd op 1 morgen cijnsland. De koopsom wordt op 12 juni 1632 afgelost door Joris Adriaensz. van Driel, welke som daarna wordt overgenomen door Adriaen Simonsz. in t Velt.

      Mijnsheerenland, 9 mei 1624: Aert Adriaensz. van Driel, tegenwoordig jonggezel, wonende in Nieuw-Cromstrijen, verkoopt
      aan Willem Dircksz. Romeijn op Heinenoord 2 mrg en 220 roe bouwland in het Blaakse Zomerland. Oost Adriaen Yngensz. aan de Blaak, zuid de dijksloot van de Blaakse dijk, west de weduwe van Cornelis Adriaensz., noord de Reeweg. Dit land is de verkoper aangekomen bij successie van zijn vader Adriaen Anthonisz. van Driel op 18 maart 1615. Genoemd: Adriaen Claesz. Lem, zwager van Aert Adriaensz. van Driel.

      Mijnsheerenland, 20 juni 1628: Adriaen Claesz. Lem, wonende aan de Strijensche Westdijk en echtgenoot van Cornelia Adriaensdr. van Driel, verkoopt aan Marichge Pouwelsdochter, weduwe van Gerrit Simonsz. van Aken, 3 morgen en 300 roeden cijnsland in het OvM. Oost de weg strekkende van de Reedijk naar de Westmaas, zuid Pieter Corstiaensz. en de erfgenamen van Dammas Gerritsz. en de edele juffrouw Joanna van Raesvelt, west de kerk en noord de erfgenamen van Cornelis Huijgensz. Splinter en eensdeels Claes Adriaensz. van Strijen. Dit land is de huisvrouw van de verkoper aangekomen bij kaveling met haar broer Aert Adriaensz. van Driel op 18 maart 1615.

      Cornelia Adriaensdr (Neeltge Adriaens) van Driel .
        Dochter van Adriaen Anthonisz (Adriaen Thonisz) van Driel en Adriaantje Joris Jansdr .

      Adriaen Claesz. Lem, wonende aan de Strijensche Westdijk, en echtgenoot van Cornelia Adriaensdr. van Driel, verkoopt op 20-6-1628 aan Marichge Pouwelsdochter, weduwe van Gerrit Simonsz van Aken, 3 morgen en 300 roeden cijnsland in het Oudeland van Moerkercken, ten westen van de weg strekkende van de Reedijk naar de Westmaas. Dit land is de huisvrouw van de verkoper aangekopen bij kaveling met haar broer Aert Adriaensz. van Driel op 18-3-1615.

      Mijnsheerenland, 13 juni 1615: Joris Adriaensz. van Driel en Adriaen Claesz., echtgenoot van Neeltge Adriaensdr. van Driel, transporteren met meer andere personen, een jaarlijkse losrente van 100 Cgld, te lossen met de hoofdsom van 1600 Cgld, sprekende op Jan Pietersz. Vinck. Deze heeft tot onderpand gesteld zijn geheel huis, berg en schuur, benevens een boomgaard e.a.


  6. Leentje Claesse Lem , * ±1595 .

    ±1615   Adriaen Claesz Snaaijer , * ±1590 , † 1645.

    3 kinderen


Samengesteld door Joan Bos.
Voor meer informatie zie de introduktie of de FAQ.