Peije Pietersz (Peij Pieterss) ( Metselaer) .
Zoon van Pieter Peijensz en Anna Wouter Janszoonsdr .

RECHTSBOVEN: In 1597 woonde Peije Pietersz. in Zoetermeer aan de Brouckwegh..

Kinderen:
  1. Adriaen Peijenss (Arijen Peijenss) .

    <1607   Jannetje Leenderts , [] Zoetermeer 1609.

    Zoetermeer 29-11-1611   Marritge Adriaens (Martgen Ariens) , † <4-1637.
      Ondertrouw op 13-11-1611 in Zoetermeer.
      ADRIAEN Peyenss, wednr. v. Janneken Leenderts, in Segwat wonachtich, & Marritge Adriaens, wede. v. Cornelis Leendertss, in Ommoord wonachtigh.
      Maertgen Ariensdr. is overl. tussen 15-4-1630 en 9-3-1637.

      Testament, opgemaakt te Rotterdam op 15-4-1630:
      Arien Peyen en zijn vrouw Maertgen Ariensdr., wonend te Omwoerden , maken hun testament.
      Hij zal bij de dood van zijn vrouw in plaats van de helft van hun goederen, een stuk land van 5 morgen erven, strekkende van de Doorencaed tot het Predicantslant in Omwoerden, en nog 4 morgen, strekkende van het land van Davit Gerritsz tot de Nieuwe Watering; nog 4 1/2 morgen land, strekkende van de dortssloot tot de Nieuwe Watering, alles gelegen onder de jurisdictie van Hillegonsberch.
      Zij zal bij de dood van haar man hun huis en erf behouden, en 11 1/2 morgen land erven, strekkende van de Doorencaed tot het einde van de dorssloot, waaronder 1 morgen H. Geestlant, en nog een morgen rietland.
      Hij vermaakt aan zijn zoons Pey Ariensz en Peter Ariensz een stuk land van 5 morgen, strekkende van de Doorencaed tot het Predicantslant toe, mits zij aan Henrick Ariensz, hun broer 100 gulden betalen als hij behouden uit Zeelant terugkeert. Hij vermaakt aan zijn laatstgenoemde zoon nog 4 1/2 morgen land, strekkende van de dortsloot tot de Nieuwe Watering en 4 morgen land aan zijn dochters Lidewij Ariensdr en Janneken Ariensdr.
      Als belendingen bij bovengenoemde stukken land worden genoemd: Cornelis Arien Severse, de weduwe van Arien Leendertsz, de Omwoersewech, Davit Gerritsz, Jan Petersz, Arien Fransz, Peye Ariensz, Willem Petersz Cley, Willem Jansz, ’t Gasthuyslant van Schiedam Omwoerselaen.

    5 kinderen


  2. ?? Neeltgen Peijesdr , † <1610 .
    Neeltgen Peijesdr was getuige bij de doop van Aechtgen Wouter Peijendr .
      Zegwaart, 13-7-1609: za. Neeltgen Peyesdr., geh.m. Dirck Cornelis Haertsz.

      Dirck Cornelis Haertsz., weduwenaar van za. Neeltgen Peyesdr., wordt op 13-7-1609 in Zoetermeer vermeld.

      Dirck Cornelis Haertsz (Dirck Neel Haerten) .

      Haertsz/Haerten is een patroniem, de voornaam van Dirck’s grootvader.

      Dirck Cornelis Haertsz., won. in Zoetermeer, wordt op 31-10-1589 en 28-7-1591 in Zegwaard vermeld. Als Dirck Neel Haerten wordt hij op 1-6-1594 en 2-3-1599 in Zoetermeer vermeld.

      Dirck Cornelis Heartsz, won. in Amstelveen, wordt op 19-5-1602 in Zegwaart vermeld.

      Dirck is wsl. de broer van Pieter Cornelis Haertss/Haerten, heijligengeestmeester van Soetermeer.


  3. Wouter Peijenss ( Metselaer) , † <1632 .
    Wouter Peijenss was getuige bij de doop van Neeltgen Claes Janss Peijendr (Neeltgen Claes) .
      Overleden tussen 13-6-1622 en 1632.

      Wouter Peyes Metselaer, wd. v. Aeltgen Crijnsdr., wordt in het dingboek van Zegwaart vermeld.

      Marritgin Joppendr. werd op 8-1-1620 in Berkel geassisteert met Wouter Peijess, haren stiefvader.

      Kerkrekening van Zoetermeer en Zegwaart: "De weduwe van Adriaen Allertsz van der Molen op haar huis, te betalen Lichtmis 15 s. 1617: Wouter Peyensz met zijn zonen i.p.v. de weduwe (1620: de erfgenamen van de weduwe); 1627: Jan Michielsz schoenmaker, Jan
      Woutersz Peys’ weduwe met Frans Karelsz de Huysser i.p.v. Wouter Peyensz; 1636: idem met Frans Karelsz de Huysser of nu zijn weduwe".

      Bij de ’Rollen vat Waken’ van Zegwaard over 1584-85, Ande west zijde [=zuidzijde], gebinnende vande Schinckel, worden Jan Peyen Metselaer en Wouter Peyen beiden genoemd.

      Wouter Peijez. Metselr. wordt op 27-7-1590 vermeld als scheepen van Segwaert.

      Zegwaart, 1589-90: Wouter Peyen gegeven van drye schoot broots 13 stuyvers.

      Wouter Peyez Metselr., scheepen van Segwaert, wordt ald. op 27-7-1590 vermeld.

      Zegwaard, 1600: Wouter Peyez, metselaer betaelt van geleevert broot bij de voors. soldaten gecomsumeert volgende dzelve specie in de kerck 7 2 stuyvers 8 penningen.

      Kerkrekeningen van Zoetermeer en Zegwaart over 1610: "Wouter Peyesz metselaar,voor tegels in de vloer van het schoolhuis gelegd, voor steen voor de pastorie, voor 4500 klinkers voor de straat van de predikant en voor kalk en arbeidsloon 45 2 s".
      Kerkrekeningen van Zoetermeer en Zegwaard over 1612: "Wouter Peyes metselaar, voor geleverde steen,kalk en arbeidsloon in de afgelopen drie jaar aan de kerk en kerkehuizen 9 1 s."

      Wouter Peyes wordt in 1611 als n van de croosheemraden van Segwaert vermeld. Aldaer de huysen vanWouter Peyen ende Willem Janss t water te losen tusschen beyder huysen.

      Wouter Peyen was op 25-1-1612 in Zoetermeer samen met Tryntge Adriaens en Tryn Jaepen getuige bij de doop van Aeltge, dochter van Jan Crijnen uit Zegwaart.

      JAN Wouterss (Peij), jg. van Segwaerdt, & Willemken Cornelis (Timmerman), jd. van Segwaerdt, otr. 22-2-1615; getr. 11-3-1615.
      Consent: Crijn Wouterss (Peij), broeder, in plaets van de vader Wouter Peijen.

      Zegwaart, 1628, Verpondingskohier: "Wouter Peyezn heeft een huys ende erff mit schuyer, barch ende geboompte getacxeert ende
      geprijsseert in huyere vrijs gelts jaerlicxs waerdich te weesen vierendortich carolus gulden".
      Zoetermeer, 1628, Verpondingskohier: "Derde bon Langelants tusschen Arent Henricxzoons Vaert voorsz ende ’t Naeste Weechgen, beginnende van de Broucwech aen zuytoost op totte Walle toe:
      Wouter Peyenszn een deurgaende weer van de wateringe tot aen Arent Henricxzoons Vaert, groot derdalff mergen, getaxeert op 33 gulden, comt den 5en penning: 6,12,0".

      Wouter Peyesz., metselaar, wordt in de periode 1603-1622 in Zoetermeer vermeld. In 1631 was sprake van za. Wouter Peyenss.

      Wouter Peyezoon had een [stief?]kleinzoon Job Jansz., die een kind was van een dochter van Pleuntgen Maertensdr.

    <1595   Aeltgen Quijerincxsdr (Aeltgen Crijnen) , * <1570 , † <1608.
      Wouter had zoons Jan en Quijering (Crijn), die allebei een dochter Aeltje hadden, dus Aeltgen was hun moeder. Ook hadden Wouter en Aeltgen een dochter Aechtgen.
      Aeltgen Crijnsdr. was weduwe van ene Jop en had met hem een dochter Marritgin Joppendr., waarvan Wouter Peijenss dus de stiefvader was.
      Za. Aeltgen Quijerincxsdr., geh.m. Wouter Peijez Metselaer, wordt op 28-9-1607 en 13-7-1608 in Zegwaart vermeld.

      za. Aeltgen Quijerincxsdr., die geh. was m. Wouter Peijez Metselaer, wordt op 28-9-1607 in Zegwaard als overleden vermeld.

      Te Berkel op 8 jan. 1620 Compareerde:
      Corn. Ariaenss Vogelaer, getrout hebbende Marritgin Joppendr., te vooren wede van Willem Pr. Hillebrantss sa., ende sulcx ter eenre, Marritgin Crijnnendr., wede van Pr. Hillebrantss Snier, geassisteert met Corn. Crijnen Jnthout ende Jasper Crijnen Jnthout, haer swager ende schoonsoon respective, ende sulcx ter andere zijde, Ende bekenden sij Comparanten Jnder voors. qualite voor haer ende hare nacomelingen geapprobeert voor goet, vast ende van waerden gehouden te hebben, Gelijck sij approberen voor goet, vast ende van waerden houdende waren bij dese tgene op den XXIJen martij 1619 tusschen
      Marritgin Joppendr., geassisteert met Wouter Peijess, haren stiefvader, ende sulcx ter eenre, ende de voors. Marritgin Crynen met hare voors. Assistenten, ter Andere sijde, bij henluijden gedaen is, nopende de overdaninge ende overneminge van alsulcke helfte der woninge ende Landen als de voors. Marritgin Joppen ende Willem Pieterss in sijn leven tsamen toebehoort, beseten ende gebruijct hebben, daervan de wederhelft derselver wonninge ende landen door de doot van Willem Pieterss sijne drie nagelate weeskinderen verwect uijt de voors. Marritgen Joppen opgecomen ende aenbestorven is.

    Zoetermeer 13-7-1608   Ploentge Maertensdr .
      Ondertrouw op 29-6-1608 in Zevenhuizen.
      Wouter Peijenss was weduwnaar van Aeltgen Crijnsdr. Ploentge Maertensdr. was weduwe van Philips Cornelisz. en won. bij Moercappel.

      Ploentge Maertensdr., wede. v. Wouter Peyenss, wordt in 1631 en op 6-1-1641 in Zoetermeer vermeld.

      Zegwaart, 1634, kohier van de verponding: "De weduwe van Wouter Peyen metselaer huys ende erff met barch, schuyr ende plantagie getacxeert op 26 gulden is den 8e p. 3 5 st."

      Pleuntgen Maertensdr., huijsvrouwe van Wouter Peyeszoon, had een dochter en die had een zoon Job Jansz.

      N.B. Een Ploontgen Maertensdr, geh.m. Jop Janss, wordt op 18-3-1579 in Zegwaart vermeld. Za. Pleuntgen Maertens, geh. m. Jop, wordt op 16-4-1646 in Zoetermeer vermeld.

    6 kinderen


  4. ?? Jan Peijez ( Metselaer) , * <1560 , † <2-1588 .
      Za. Jan Peyez Metselaer wordt op 27-4-1588 in Zegwaart vermeld. Hij was al overl. vr 31-1-1588.

      Jan Peyez’ kinderen, Claes (geb. ca. 1579), Aechge (geb. ca. 1582) en Cryntge (geb. ca. 1584), en weduwe, Marijtge Claesdr, worden op 27-4-1588 in Zegwaart vermeld.

      Bij de Koningsbede van het dorp Segwaerdt in 1579 wordt genoemd: "Jan Peyesz Metsselaer van beyde huyssen tsamen 1 vierendeel".

      In het Dingboek van Zegwaart over 1584-85 wordt vermeld: Jan Peyen Metselaer Opte Molewech: 1 st. 1,5 st.

      Bij de ’Rollen vat Waken’ van Zegwaard over 1584-85, Ande west zijde [=zuidzijde], gebinnende vande Schinckel, worden Jan Peyen Metselaer en Wouter Peyen beiden genoemd.

      Zoetermeer, 1628, Verpondingskohier: "Wooningen huysen ende landen Binnewech van de Delffsche Walle, ende van de brantschouwe voorsz
      aff, noortwest opgaende totten Brouckwech toe [..] ende landen onder de molen staende op Jan Peyens kinderen hen landt groot volgens
      de polderceel: 19 mergen 1 hont cleyne maet."

    <1580   Marijtge Claesdr , † >1587.
    Marijtge Claesdr was getuige bij de doop van Joachem Wouter Peijenss .
      Kinderen: Cleijs, Achge en Crijnken.

      Marytge Claesdr., wede. v. Jan Peyez Metselaer, wordt op 27-4-1588 in Zegwaart vermeld.

      Marytge Claes, wede. v. Jan (Peij), wordt in 1605 en op 26-6-1606 in Zegwaart vermeld.

    3 kinderen


  5. ?? Peije Peijensz , * ±1565 , [] Rotterdam 7-9-1631.
      Peye Peyesz, 51 jr., wordt op 13-7-1625 in Rotterdam vermeld.
      Koekenbakker Peye Peyens werd op 7-9-1631 in Rotterdam begraven bij de Botersloot.

      Een kind van Peyen Peyensz werd op 16-7-1616 in Rotterdam begraven.

      Er was ook een Peye Jansz in Rotterdam van wie ald. een kind werd begraven op 30-6-1612.

      Peye Peyesz., coeckbacker, wordt op 26-3-1609 in Rotterdam vermeld.

      Rotterdam, 25-11-1614: Reyer Maertensz van Beaumont in de MoriaenSteyger contra Peye Peyesz Hoochstraat. Uitspraak van de arbiters: om een muur te bouwen tussen het privaat en de muur van het huis genaemt de Moriaen.

    Rotterdam 24-8-1603   Beatrix Dirks (Bejatris Dircx) van der Ende , * ±1595 , [] Rotterdam 7-7-1647.
    Bejatris Dircx was getuige bij de doop van Catrina Jacobs Peiijen .

        Dochter van Dirck Jacobsz Fiool en Gerritgen Jansdr (?).
      Ondertrouw op 10-8-1603 in Rotterdam.
      Peije Peijens, jongeman, en Beatris Dircks, jongedochter.
      Beatris Dirckx, weduwe van Peye Peyesz., cruydenier, noemt haar kinderen eind 1646 in haar testament: Gerrit, Dirck, Jacob en Maertge.
      Beatrijs Dircx, weduwe van Puy Puyens.

      Bejatris Dircx van der Ende was een zus van Jan Dircxsz. Fi(j)ool.

      Rotterdam, 7-8-1637: Maeria Peya, meederjarige j.d. van Peye Peyers, en haar moeder Bejatris Dircx machtigen Jan Dircx Fiool, oom, en Pieter Fiool, neef van Maria Peije, om van Frans Arents Basson, vader van Jan Fransz Basson, alimentatie te vorderen voor het kind, dat Jan Frans Basson bij Maeria Peyen heeft verwekt.

      Rotterdam, 15-3-1642:
      * Beatricx Dircx van der Ende, weduwe van Peije Peijens van Hoogerwaert, cruijdenier, geassisteerd door Gerrit Peijens van Hoogerwaert, haar zoon, verkoopt aan Cornelis Hendricx van Vijanen, haar huis aan de Botersloot, belast met 2960 gulden en met de waarborg voor een schuur achter het huis van de Reus en een waarborg voor het huis van Jan van Troijen aan de Middeldam, genaamd "de Maersman", en verder voor 6150 gulden.
      Belendingen: ten noorden Jan Dircx Versijden en ten zuiden Cornelis de Reus.
      * Beatris Dirckxdr, weduwe van Peye Peyesz, cruydenier, bekent 225 gld. schuldig te zijn aan haar broer Jan Dircxsz Fiool, emmermaker van leer. Jacob Peye, schilder, stelt zich borg voor zijn moeder Beatris.NB: Beatris tekent als Beghtrus of Beghteruys.

      Rotterdam, 15-3-1642: Beatris Dirckxdr Fiool, weduwe van Peye Peyesz, cruydenier, verklaart dat zij aan haar zoons Gerrit Peye en Jacob Peye geld en goederen bij hun huwelijk heeft meegegeven en prelegateert, om haar kinderen gelijk te behandelen, aan Dirck Peye en Maertge Peye elk een bedrag van 200 gld. bij hun huwelijk.

      Rotterdam, 14-11-1646: Beatris Dirckx, weduwe van Peye Peyesz, cruydenier, maakt haar testament. Zij legateert aan haar drie zonen, Gerrit, Dirck en Jacob Peyen, haar mans kleren. Zij legateert aan haar dochter Maertge Peyen haar kleren en haar bed. Zij benoemt haar vier kinderen tot haar erfgenamen.

      Rotterdam, 9-3-1665: Jacob van Leeuwen bekent een schuld van 1000 gulden te hebben aan de erfgenamen van Willem Gerritsen van der Bijl ter zake van geleend geld. Hij zal dit terug betalen wanneer Cecilia Adams Krom zal zijn overleden, maar ondertussen wel de rente betalen. Heijndrick Wijllaert stelt zich borg. Op 17-01-1674 verklaren Gerrit, Dirck en Jacob Hoogerwaert en de 1e twee als voogden over Bejateris Jans Vissen, en Jan Jans Vissen, voor de ene helft, en Henric Wijlaert, man van Gerritge Fiool, en Isbrant de Wit, man van Lijsbeth Jans Fiool, voor de andere helft, allen erfgenamen van Willem van der Bijl, die getrouwd was met Cecilia Adams Krom, dat de obligatie door Johannes de Vigter zal worden geroijeert.

    4 kinderen


Samengesteld door Joan Bos.
Voor meer informatie zie de introduktie of de FAQ.