Cornelis Cornelisz Olijman , † <3-1604.
Zoon van ? .


×
    Neeltge Jacobs ( Bosch) , † 1604.
Kinderen:
  1. Jacob Cornelisz Olijman , † <1628 .

    ×   Grijetgen Aerts (Grietge Aerts) Klinckert , † >1626.

    5 kinderen


  2. Trijntge Cornelisse Olijman , † <6-1611 .

      Claes Jansz., gehuwd met Trijntge Cornelisse, wordt op 29-4-1604 in H’berg vermeld.

    ×   Claes Jansz .


  3. Cornelis Cornelisz Olijman , † <6-1658 .

      Cornelis Cornelisz Oliman, schout te Crimpen, was een halfbroer van Inge Cornelisz. Oliman en Neeltgen Cornelisdr.

      Rotterdam, 17-7-1635: Inge Cornelisz. Oliman bekent van zijn broer, Cornelis Cornelisz, schout te Crimpen, 58 gld. ontvangen te hebben uit de nalatenschap van zijn zuster, Neeltgen Cornelisdr. Tevens verklaart hij aan zijn voorn. broer nog 12 gld. schuldig te zijn.

      Rotterdam, 21-5-1658: Cornelis Claesz. Verhoogh te Schiedam, Cornelis Cornelisz. Sman, man van Trijntge Claesdr., allen erfgenamen van Cornelis Corneliszs Oliman, schout te Crimpen, machtigen Pieter Claesz de Hoogh, te Cralingen, mede-erfgenaam, om opdracht te geven tot verkoop van een huis, landerijen en visscherijbenodigdheden.


  4. Agnietje Cornelisse Olijman , † <7-1620 .

      Arien Pouwelsz., gehuwd met Agnietge Cornelisse, wordt op 29-4-1604 in H’berg vermeld.

    ×   Arien Pouwelsz .


  5. Aefge Cornelisse Olijman .

      Pieter Pietersz., gehuwd met Aefge Cornelisse, wordt op 29-4-1604 in H’berg vermeld.

    ×   Pieter Pietersz .


  6. Neeltge Cornelisse Olijman , † <8-1635 .
      Rotterdam, 17-7-1635:
      Inge Cornelisz, oliman bekent van zijn broer, Cornelis Cornelisz, schout te Crimpen, 58 gld. ontvangen te hebben uit de nalatenschap van zijn zuster, Neeltgen Cornelisdr. Tevens verklaart hij aan zijn voorn. broer nog 12 gld. schuldig te zijn.

      Neeltge was een zus van Inge Cornelisz. Oliman en Cornelis Cornelisz., schout te Crimpen.

      Rotterdam, 6-10-1637:
      Joost Cornelisz Olijman, wonend buiten de Goutse Poort, mede-erfgenaam voor een zestiende part in de nagelaten goederen van Neeltgen Cornelis, zijn overleden zuster, getrouwd geweest met Hendrick Aeryensz Rockeveen, bekent uit handen van Cornelis Cornelisz, schout te Crimpen, zijn halfbroer, volkomen voldaan te zijn met een bedrag van (niet leesbaar) gulden.


  7. Maritge Cornelisse ( Olijman) .

    × ??   Sander Pietersz .


  8. Joost Cornelisz Olijman .

      Joost is een volle broer van Neeltgen Cornelis en een halfbroer van Cornelis Cornelisz., schout te Crimpen.

      Rotterdam, 6-10-1637:
      Joost Cornelisz Olijman, wonend buiten de Goutse Poort, mede-erfgenaam voor een zestiende part in de nagelaten goederen van Neeltgen Cornelis, zijn overleden zuster, getrouwd geweest met Hendrick Aeryensz Rockeveen, bekent uit handen van Cornelis Cornelisz, schout te Crimpen, zijn halfbroer, volkomen voldaan te zijn met een bedrag van (niet leesbaar) gulden.


  9. Inge Cornelisz Olijman , * ±1582 , † >1662 .
      Ingen Oliman, tapper, 37 jaar, wordt op 29-1-1621 aan de Oudendijck vermeld. Inge was 54 jaar oud op 16-5-1636.
      Inge Cornelis, olijman, legde op 17 mei 1663 in Rotterdam een verklaring af.

      Inge Cornelisz Olijman, gehuwd met Ariaentge Pieters, wordt op 14-4-1611 te Hillegersberg vermeld als erfgenaam van Jan Jansz Klinkert.

      Inge Cornelisz Olijman wordt op 2-11-1611 in Hillegersberg genoemd als princiaal met Cornelis Cornelisz Olijman en met Jan Claesz Schaap als voogd van Maritge en Annetge Cornelisse.

      Op verzoek van Pleun Cornelisz., waert aan de Oudendijk, wordt op 29-1-1621 te Rotterdam verklaard door Ingen Oliman, tapper, 37 jaar, aan de Oudendijck, dat hij met Allert Cornelisz alias Knechtgen een vat spoeling gedragen heeft, zodat Knechtgen ten onrechte beweert nog verlamd te zijn aan zijn hand.

      Rotterdam, 17-7-1635: Inge Cornelisz, oliman bekent van zijn broer, Cornelis Cornelisz, schout te Crimpen, 58 gld. ontvangen te hebben uit de nalatenschap van zijn zuster, Neeltgen Cornelisdr. Tevens verklaart hij aan zijn voorn. broer nog 12 gld. schuldig te zijn.

      Op 28-1-1636 was in Rotterdam sprake van een Huis 3 gelegen in de Quartelsteeg, belend aan Inge Cornelisdr Oliman.

      Op 3-11-1636 in Hillegersberg comp. Arien Cornelisz Speelman, onze buurman, en koopt uit tegen Frans Cornelisz ’t Baesge en Inge Cornelisz, als voogden van Annetje Ariens, 18½ jaar, Maerten Ariensz, 16 jaar, Maritge Ariens, 13½ jaar, Pleuntge Ariens, 5½ jaar, en Neeltje Ariens, 3¼ jaar, zijn kinderen, geprocreëerd bij Maritge Claesse, zijn overleden huisvrouw.
      Arien Cornelisz Speelman wordt op 16-2-1640 in Hillegersberg vermeld als zijnde gehuwd met Ingetje Cornelisse, erfgename van Cornelis Dirksz Versijden. In 1625 werd Arien Cornelisz Speelman vermeld als gehuwd zijnde met Maritge Claesse, zuster van Aefge Claesse en Neeltge Claesse, dochters van Claes Thijsz.

      Rotterdam, 17 juli 1635: Inge Cornelisz, oliman bekent van zijn broer, Cornelis Cornelisz, schout te Crimpen, 58 gld. ontvangen te hebben uit de nalatenschap van zijn zuster, Neeltgen Cornelisdr. Tevens verklaart hij aan zijn voorn. broer nog 12 gld. schuldig te zijn.

      Inge Cornelisz Olman, cleyschieter, wordt op 10-12-1635 in Rotterdam vermeld:
      Inge Cornelisz Olman is een zoon van Neeltge Jacobs, die een dochter was van Jacob Jans Bosch. Deze woonde tijdens zijn leven ook in de Boschpolder onder het Ambacht van Berckel.

      Rotterdam, 16 mei 1636: Inge Cornelisz Oliman, 54 jaar ,verklaart op verzoek van Claes Aryensz dat hij, Oliman, heeft betaald aan Joris van Leeuwen, exploitier, al hetgeen hij volgens obligatie schuldig was aan Cornelis van Capelle.

      Rotterdam, 15 mei 1642: Jacob Adriaensz en Cornelis Pietersz Cleij, armmeesters in het ambacht Cralingen, heft de borgtocht op die de Armen hebben t.l.v. Cornelis Cornelisz Bosch, schout van Crimpen; die Bosch naast Cornelis Ariensz Schoontge zal. had voor Inge Cornelis Oliman t.b.v. de Armen. Nu stellen de nagelaten kinderen van Cornelis Ariensz Schoontge, n.l. Willem, Dirck en Grietge Schoon, wonend in Cralingen, zich borg voor Oliman t.b.v. de Armen.

      Te Rotterdam werd op 17-5-1663 voor notaris Gerrit van der Hout een verklaring afgelegd. Jacob Crijnen Roobol, schiemansmaet, Jan Jansz Sum, Pieter Pietersz, Jan Jansz de Lange, Michiel Spree van Bremen, Cornelis Pietersz Schout, Jan Joosten Dorrenboom, Pieter Pieter Woutersz, Jan Otten van Bommel, Johan Lambertsz en Jacob Jacobsz, allen dienend als matroos bij capiteijn Johan de Liefde en geweest zijn in de Straet, verklaren op verzoek van Teunis Hendricksz de Ridder, luitenant bij genoemde capiteijn, dat laatstgenoemde zich correct heeft gedragen tegenover al het scheepsvolk, maar dat de capitein, door jaloezie gedreven, hem uitschold, vernederde en bedreigde. Hierdoor werd Teunis mistroostig en is in Mallagom aan land gebleven. Op 20 mei verklaren Claes Abrahamsz, Pieter Abrahamsz, Jan Crijne van Rossem, bootgesellen, hetzelfde.
      En op 21 mei wordt deze verklaring nog onderschreven door de bootgesellen of matrosen Inge Cornelis, olijman, Reijnier Lodewijckse, Schrevet Gerritsz, Jacob Arijensz, Robbert Ariensz, Maerten Aeck van Gent, Claes Cornelisz, Jan Jaspersz, Jacob Rokesse, Arent Cornelis Pijl en Huijgh Pietersz Dullaert.

    ×   Ariaentge Pieters ( Koij) .

      Ariaentge Pieters had wsl. zusters Maritge Pieters, gehuwd met Arien Dirksz, en Jannetje Pieters, gehuwd met Michiel Jansz, zoals vermeld op 14-4-1611 in Hillegersberg.

    1 kinderen


Samengesteld door Joan Bos.
Voor meer informatie zie de introduktie of de FAQ.