Maertge Tijsdr ( Polderdijck) , *Sint Anthoniepolder ±1560 , [] Rotterdam, Charlois 1645.
Dochter van Mathijs Maertensz ( Polderdijck) en Digna Adriaens (IJngetje Adriaen IJemansdr.) .


× ±1580
    Quirijn Geeritsz (Crijn Gerritsz) , † <1588.
× Rotterdam, Charlois 16-8-1587 (otr Ridderkerk 3-8-1587)
    Leenaert Adriaensz Smitshouck , [] Rotterdam, Charlois 1635.    

RECHTSBOVEN: De kerk van de Sint Anthoniepolder.

Kinderen:
  1. Mathijs Crijnens (Tijs Crijnens) ( Leegenhouck) , † Prinsenland ±1624 .
      Tijs is kort vóór 13-3-1625 overleden.

      Tijs was een zoon van Crijn Gerrits en Marijtje Tijs. Tijs had een broer Lauweris Crijnens.

      Tijs was boer op een hofstede in het Kerckenblok van Charlois. Vanaf 1613 was hij landman te Prinsenland.

      De erfgenamen van Pieter Cornelis transporteerden op 17-1-1609 aan Mathijs Crijnens, inwoner van Charlois, een "huijs, bergen, schuijre"met ca. 5 morgen 4 hond in het Kerckenblock in Charlois. Op 2-6-1610 kreeg Mathijs Crijnens ca. 5 hond 25 roeden in het Oostduijnblock te Charlois getransporteerd.

      Op 5-5-1614 transporteerde Matthijs Crijnensz, wonend in Prinsenland, aan zijn stiefvader, de Charloisse schepen Lenart Adriaens [Smitshouck], de gerechte helft van ca. 2½ mr. vrij vroonland in het ’Cappellenblock’ te Charlois, zuidelijk belend door [zijn broer] Clement Crijnen.

      Op 14-4-1625 compareerden Lauweris Crijnens, schepen van Charlois, als oom en voogd van vaderszijde, zo van de voorkinderen, waarvan de moeder Maritgen Pieters was, als van de nakinderen met als moeder Stijntgen Andries, alsmede Pouwels Pieters uit Barendrecht, als oom en voogd van moederszijde van de voorkinderen bij Maritgen Pieters, en de in Strijen wonende Heijndrick Wijtens Suijdthouck, als gelast en geïnstrueerd zijnde door Thonis Andries, als voogd van de kinderen van Stijntgen Andries, en Abraham Cornelis, schepen van Charlois, als getrouwd hebbende Bastiaentgen Bastieans, zuster van Huijch Bastiaens, en in de kwaliteit als voogd van de 2 voorkinderen van Stijntgen Andries bij Huijch Bastiaens en zulks hun voogd van vaderszijde. Zij vervingen Mathijs Crijnen (naar het laat aanzien een kind uit het eerste huwelijk van Mathijs Crijnenz) en alle kinderen van Mathijs Crijnen en [ten dele van] Stijntgen Andries, en transporteerden de voornoemde woning met 8 h. Aan de noordzijde werd dit goed belend door eveneens de kinderen en erfgenamen van Matthijs Crijnen.

      Mathijs Crijnen, in zijn leven ’lantman inden Princenlade’.

      Charlois, d.d. 24-2-1628: Lau Crijnen en Heijndrick Wijten Suijthouck, voogden van de nagelaten weeskinderen van Matijs Crijnen en Stijntgen Andriesdr., beide zaliger, te weten van Huijch Tijsz. en Maijcken Tijsdr., hebben getransporteerd aan Pieter Tijsz., Geerit Tijsz., Andries Tijsz. en Lijsbet Tijsdr. voorkinderen van Matijs Crijnen daar moeder van was Maertgen
      Pietersdr. omtrent 349 roeden land wezende de jonge kinderen van Matijs Crijnen en
      Stijntgen Andriesdr. te weten Huijch Tijsz. en Maertgen Matijsdr. voorsz. haar gedeelte in 5
      hond 25 roeden land gelegen in Charlois in het Oostduelblok genaamd ’t Sestalff Hondeken.

      Charlois, d.d. 15-3-1630: Lauris Crijnen, onze inwoner als voogd, en Heijndrick Wijten smith,
      wonende tot Strijen, als gesubstitueerde voogd van de jonge kinderen van Matijs Crijnen en
      Stijntgen Adriaensdr. met name Huijch en Maeijcken Tijssen hebben getransporteerd aan
      Willem Woutersz. Verduijn onze inwoner omtrent 1100 roeden land gelegen in Charlois in
      het Kerkenblok.

    ×   NN. .
      Bij zijn onbekende eerste vrouw had Tijs Crijnens een zoon Crijn, die in 1625 overleed en toen was hij al mondig.

      Op 14-4-1625 compareerden Lauweris Crijnens, schepen van Charlois, als oom en voogd van vaderszijde, zo van de voorkinderen, waarvan de moeder Maritgen Pieters was, als van de nakinderen met als moeder Stijntgen Andries, alsmede Pouwels Pieters uit Barendrecht, als oom en voogd van moederszijde van de voorkinderen bij Maritgen Pieters, en de in Strijen wonende Heijndrick Wijtens Suijdthouck, als gelast en geïnstrueerd zijnde door Thonis Andries, als voogd van de kinderen van Stijntgen Andries, en Abraham Cornelis, schepen van Charlois, als getrouwd hebbende Bastiaentgen Bastieans, zuster van Huijch Bastiaens, en in de kwaliteit als voogd van de 2 voorkinderen van Stijntgen Andries bij Huijch Bastiaens en zulks hun voogd van vaderszijde. Zij vervingen Mathijs Crijnen (naar het laat aanzien een kind uit het eerste huwelijk van Mathijs Crijnenz) en alle kinderen van Mathijs Crijnen en [ten dele van] Stijntgen Andries, en transporteerden de voornoemde woning met 8 h. Aan de noordzijde werd dit goed belend door eveneens de kinderen en erfgenamen van Matthijs Crijnen.

    × ±1600   Maertge Pieters (Maritgen Pieters) , † <1610.
        Dochter van Pieter en ?
      Tijs was weduwnaar, toen hij met Maertge Pieters trouwde.
      Kinderen: Pieter, Gheerit, Andries en Lijsbet Tijssen.

      Lau Crijnen en Heijndrick Wijte Suijthoeck, voogden van de nagelaten weeskinderen van Matijs Crijnen en Stijntgen Andries, beiden zaliger, te weten Huijch Tijssen en Maeijken Tijssen, transporteerden op 24-2-1628 aan Pieter, Gerrit, Andries en Lijsbet Tijssen, voorkinderen van Matijs Crijnen bij Maertge Pieters, ca. 349 r., als zijnde het gedeelte van Huijch en Maeijken Tijssen in 5 h. 25 r. in het ’Oostduijlblock’ in Charlois, genaamd ’tsestalff hondeken’.

      Charlois, 23-4-1633: Pouwels Pietersz. wonende in Barendrecht en Lauris Crijnen van Dijck, als voogden van Andries en Lijsbeth Matijssen, kinderen van Matijs Crijnen en Maertgen Pietersdr., beide zaliger, hebben getransporteerd aan Bastiaen Adriaensz. Hoosgen onze inwoner omtrent 5 hond 25 roeden teelland toekomende de voorn. Andries en Lijsbeth Tijssen, gelegen in Charlois in het Oostduelblok.

    ×   Stijntgen Andriesse , † <3-1625.
      Ondertrouw op 1616 in Dinteloord.
      Tijs hertrouwde met Stijntgen Andriesse bij wie hij de kinderen Huijch en Maeijken kreeg. De 2 jonge kinderen van Matijs Crijnen en Stijtgen Andriessen werden genoemd op 6-4-1636.
      Stijntgen was weduwe van Huijch Bastiensz van wie zij 2 kinderen had, Bastiaen en Aeltgen.
      Anthonis Andriesse te Zwijndrecht, oom en voogd van de weeskinderen van zijn overleden zuster Stijntge Andries bij Mathijs Crijnen, gaf op 27-2-1625 akte van procuratie aan medevoogd Heijndrick Wijtensz. Suijthouck, wonende te Strijen, om namens de voogden van zaliger Mathijs Crijnen en Stijntje Bastiaense, te weten Lau Crijnen, Pouwels Pieterse te Barendrecht en Leendert Bastiaense, te verkopen een woning met 8 h., enig vee, kleding, meubels en andere inboedel.

      In een akte van 5-4-1636 in sprake van de mondige Bastiaen en Aeltgen, voorkinderen van Stijntge Andries bij Huijch Bastiaensz., beiden overleden in Prinsenland.

    7 kinderen


  2. Ingetge Crijnen , [] Rotterdam, Charlois 1647.

    × <1612   Jan Leneartsz Pors , * ±1580 , [] Rotterdam, Charlois 1658.

    7 kinderen


  3. Clement Crijnen Leegenhouck , † <1659 .
    Clement Crijnen was getuige bij de begrafenis van Maritge Pleunen (Maertgen Plonen) , de doop van Adriaen Leendertsz ( Andijck) .
      Overleden tussen 1643 en 1659.

      In het hoofdgeld van Charlois van 1623 is Clement Crijnen aangeslagen voor 3 hoofden.
      In het kohier der 200e penning van Charlois over 1644 is Clement Crijnen geboekt voor een gegoedheid van 3000 pond.

      Clement ontleende zijn familienaam aan ’den Laeghenhock’ in het Abtsblok te Charlois, waar zijn hoeve stond.

      De in Charlois wonende Clement Crijnen Legenhoeck verklaarde op 17-5-1636 500 gld schuldig te zijn aan de weduwe Neeltge Cornelisdr., zijn gewezen schoonzuster, weduwe van Ingen Jansz.

      Het is mogelijk dat Andries Tijsz, zoon van Mathijs Crijnenz, als wees door zijn oom Clement Crijnenz. in huis werd genomen. In het testament van Clement Crijnen en zijn vrouw Maertge Plonen van 1-9-1637 benoemde de testateur bij zijn overlijden Andries Tijsz, zoon van zijn broer Mathijs, tot erfgenaam van zijn helft van de gemeenschappelijke boedel. Ook was Andries’ vrouw een stiefdochter van Clement uit zijn vrouw Maritge Pleunen’s eerste huwelijk.

      Op 25-1-1650 verklaarde Clement Crijnen Legenhouck, weduwnaar van Maritgen Pleunen, wonende in Charlois, 898 gld. schuldig te zijn aan de kinderen van de aldaar wonende Andries Thijsz. en zijn vrouw Ariaentgen Ariensdr., alsmede aan de kinderen van de op ’s-Gravendeel woonachtige Cornelis Bastiaensz. en Maritgen Ariensdr., en dat vanwege de legitieme portie der haaftelijke goederen nagelaten door voornoemde Maritgen Pleunen.

      Ten laste van Clement werd op 27-5-1650 een schuldbrief van 1000 gld. opgemaakt ten behoeve van de Rotterdamse jongedochtger Heijltje van Soelen.
      Op 16-12-1652 transporteerde Leegenhouck zijn ’huijs, bergen, schuijre, boomgert, telinge en plantagie’ met 6 mr. 595 r. in het Abtsblock in Charlois, aan de zuid- en westzijde beleand door ’den Charloisen Hogendijck’, alsmede het land genaamd ’het seven hondeken’, aan joffr. Helena van Zoelen te Rotterdam. Dit goed was belast met maar liefst 4335 gld. aan schuldbrieven.

    × ±1631   Maritge Pleunen (Maertgen Plonen) , [] Rotterdam, Charlois 1649.
    Getuige bij de begrafenis: Clement Crijnen Leegenhouck .
    Maertgen Plonen was getuige bij de doop van Adriaen Leendertsz ( Andijck) .

        Dochter van Ploen Leendertsz en ?
      Maritge Pleunen, weduwe van Adriaen Jan Ingensz de Oude, hertrouwde tussen 1630 en 1633 met Clement Crijnensz, Lagenhouck/Leegenhouck, boer in het Abtsblock te Charlois. Ook hij was eerder getrouwd en zijn eerste vrouw leefde nog in 1623.
      Charlois, 1649: "Ontfangen van Clement Crijnen Leegenhouck van dat Maertge Plonen, sijn huijsvrouw, in de voorkerck begraven is, den zomer 1649."

      Zij was een dochter van Ploen Leendertz, boer in West-Barendrecht. Haar grootvader van moeder’s zijde heette waarschijnlijk Ingen.

      De in Charlois wonende Clement Crijnen en zijn vrouw Maertge Plonen testeerden op 1-9-1637. Hij benoemde zijn vrouw tot zijn erfgenaam, maar indien zij als langstlevende niet zou hertrouwen zou na haar overlijden de helft van de gemeenschappelijke boedel komen aan Andries Tijsz., zoon van Clements broer [Mathijs Crijnensz]. Maertgen benoemde haar man, de kinderen van haar dochter Maertgen Ariensdr., en haar dochter Adriaentgen Ariensdr. [uit haar eerdere huwelijk] elk voor een derde deel tot haar erfgenamen. Dochter Maertgen zou het vruchtgebruik hebben van de aan haar kinderen vermaakte erfportie.

      Op 23-10-1640 maakten Clement Crijnen Legenhoeck en Maertge Plonen, wonende te Charlois, een aangepast nieuw testament. Bij Maertge’s overlijden zou de helft van de boedel komen aan verwanten van Clement. Maertge benoemde haar man, de kinderen van haar dochters Maertge Ariens en Adriaentge Ariens elk voor een derde part tot haar erfgenamen. De dochters zouden het vruchtgebruik van het aan hun kinderen vermaakte deel genieten.

      De in Charlois wonende Clement Crijnen Legenhouck, weduwnaar van Maritgen Pleunen, verklaarde bij akte van 25-1-1650 898 gld. schuldig te zijn aan de kinderen van Andries Tijsz. en zijn vrouw Ariaentgen Ariensdr. [voordochter van Maritge Pleunen] , wonende in Charlois, en aan de kinderen van Cornelis Bastiaensz. [Spruijt] en zijn vrouw Maritgen Ariensdr. [voordochter van Maritgen Pleunen], wonende in ’s-Gravendeel, en dat wegens de legitieme portie in de hafelijke goederen door Maritgen Pleunen nagelaten.


  4. Lauweris Querijnsz (Lauris Crijnenz) van Dijck , † 1637 , [] Rotterdam, Charlois 1637.

    × <1614   Neeltgen Adriaens Hoosge , [] Rotterdam, Charlois 1660.

    9 kinderen


  5. Adriaen Leenderts Smitshouck , † <1611 .
      OVerl. in of vóór 1610; in 1610 verkochten zijn erfgenamen zijn smederij.

      Adriaan Lenertse Smitshoek, als getrouwd hebbende Lijgje Wouterse.

      Leendert Adriaanse Smitshoek, Adriaan Leendertse zijn zoon en Gerrit Cornelisse zijn zwager, voogden over de weeskinderen van Pietertje Leendertse en Willem Wouterse Verduijn, verkopen op 2-7-1628 in Charlois kleding van Pietertje Leendertse. Lauris Crijnen van Dijk is collecteur van de boedel.

      Adriaen Lenertsz Smitshouck werd op 17-10-1646 in Charlois genoemd als oom en bloedvoogd over Jonge Lijntgen Willemsdr. Verduijn.

    × <1647   Lijgje (Leijtgen Wouters) Verduijn , * <1605 .
        Dochter van Wouter Hendricksz Verduijn en Lijntgen Eeuwouts Verschoor .
      Kinderen: Lijntgen en Pietertien.

      Adriaen Leendertsz Smitshouck en zijn vrouw Leychge Woutersdr Verduyn maakten een testament op 6-2-1646 in Rotterdam bij notaris Adriaan Kieboom. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam met voorzieningen voor hun kinderen. De langstlevende zal aan de kinderen een stuk land van 8 morgen vermaken, of een bedrag van 6.000 gulden.
      Het stuk land is belend ten noorden door Cornelis Verduyn, ten oosten en westen de Cromme Santwech, en ten westen de erfgenamen van Aert Euwoutsz.

      Charlois, 12-7-1656: Arije Leendertsz. Smitshouck, als man en voogd van Leijchje Woutersdr., onze inwoners, verklaarde met zijn dochter Lijntgen Arijensdr., getrouwd zijnde met Heijndrick Dircksz. Jongedijckgraeff uit Barendrecht, ten huwelijk te hebben beloofd en gegeven zekere omtrent 8 hond land gelegen in Charlois in het Abtsblok.

    2 kinderen


  6. Pietertje Leendertse ( Smitshouck) , † <1629 .
      Charlois, 2 juli 1628: Leendert Adriaanse Smitshoek, Adriaan Leendertse, zijn zoon, en Gerrit Cornelisse, zijn zwager, voogden over de weeskinderen van Pietertje Leendertse en Willem Wouterse Verduijn, verkopen kleding van Pietertje Leendertse. Lauris Crijnen van Dijk is collecteur van de boedel.

    ×   Willem Wouterse Verduijn , * >1580 , † <1647.
        Zoon van Wouter Hendricksz Verduijn en Lijntgen Eeuwouts Verschoor .
      Op 17-10-1646 in Charlois was sprake van de Oude en Jonge Lijntgen Willemsdr. Verduijn wegens haar moederlijke erfgenis. Aanwezig was Pieter Bastiaensz. Cranendoncq, getrouwd hebbende de Oudste Lijtgen Willemsdr. Adriaen Lenertsz Smitshouck was aanwezig als oom en bloedvoogd over Jonge Lijntgen Willemsdr.
      Mogelijk vóór 29-7-1626 overleden. In elk geval vóór 2-12-1646.

      Willem Wouterse Verduijn wordt in sept. 1628 samen met Pieter Hendrikse Verboom in Charlois vermeld.

      Willem was Schepen en Kerkmeester van Charlois.

      Lauris Crijnen, voogd van de weeskinderen van Mathijs Crijnen en Stijntje Andries, te weten Huich Thijsen en Maartje Thijsen, procuratie hebbende van Hendrik Witte Suijthoek, wonende te Strijen, als gesubsitueerd voogd van deze weeskinderen,
      verkoopt op 10-5-1624 in Charlois een gedeelte van 4 morgen, 2 hond land in het kerkblok. De koper is Willem Wouterse Verduin. Borgen zijn Adriaan Lenertse Smitshoek en Cornelis Wouterse Verduin.
      Voornoemde borg Adriaan Lenertse Smitshoek was getrouwd met Lijgje Wouterse Verduijn.

      Charlois, 20-3-1627: Pieter Cornelisz. molenaer, onze inwoner, heeft getransporteerd aan Willem Woutersz. Verduijn, mede onze inwoner, omtrent 1 morgen 529 roeden land in Charlois in het Griffioenblok.

      Charlois, 2-12-1628: Cornelis Woutersz. en Willem Woutersz. Verduijn voor haar zelf en nog vervangende haar mede erfgenamen, allen als kinderen en erfgenamen van Wouter Heijndricksz. Verduijn zaliger, hebben getransporteerd aan Willem Michielsz. Verschoor, onze inwoner, een huis en erf op het dorp van Charlois voor de kerk.

      In september 1629 werden de bieraccijns van Charlois voor een halfjaar verpacht aan Pieter Hendrikse Verboom met Willem Wouterse Verduijn.

      Charlois, d.d. 15-3-1630: Lauris Crijnen, onze inwoner als voogd, en Heijndrick Wijten smith,
      wonende tot Strijen, als gesubstitueerde voogd van de jonge kinderen van Matijs Crijnen en
      Stijntgen Adriaensdr. met name Huijch en Maeijcken Tijssen hebben getransporteerd aan
      Willem Woutersz. Verduijn onze inwoner omtrent 1100 roeden land gelegen in Charlois in
      het Kerkenblok.

      Euwout en Willem Woutersz werden op 30-5-1630 door hun broer Cornelis Woutersz Verduijn benoemd tot medevoogden over zijn kinderen.

      Willem Wouterse Verduijn betaalde 2-0-0 schoorsteengeld in Charlois.

      Charlois, 22-4-1643: Adriaen Cornelisz Huijser en Willem Woutersz. Verduijn, onze inwoners, hebben getransporteerd aan Eldert Jansz., mede onze inwoner, omtrent 1 morgen 1 hond 95 roeden weiland in Charlois in het Abtsblok, wezende geestelijke goederen, wezende de ene helft van 2 morgen 3 hond 90 roeden land, daarvan de Jonge Cornelis Cornelisz. de Man van de wederhelft op heden ook opdracht ontvangen heeft, d.w.z. hij transporteerde zijn deel op dezelfde dag ook aan Eldert Jansz.

      In het cohier van de 200e penning, opgemaakt op 2-11-1646, over de staat van personen, wonende te Charlois, staat Willem Wouterse Verduijn aangeslagen voor 3000,-.

      Charlois, 18-12-1655:
      - Cornelis Woutersz. Verduijn, als voogd van Jonge Lijntgen Willemsdr. Verduijn, innocente dochter van zaliger Willem Woutersz. Verduijn en Pietergen Leendertsdr., van vaders zijde, en zich sterk makende voor Arijen Leendertsz. Smitshouck, mede voogd van voorn. Lijntgen Willemsdr., van moeders zijde, mitsgaders nog de voorn. Cornelis Woutersz. Verduijn, als voogd van Arijen Willemsz. en Cornelis Willemsz. Verduijn, nagelaten weeskinderen van de voorn. Willem Woutersz. Verduijn, daar moeder van is Maritgen Cornelis Huijsers, ter eenre, en
      - Jacob Arijensz. Geltelder, als getrouwd hebbende de voorn. Maritgen Cornelis Huijsers, moder van de voorsz. 2 weeskinderen ter andere zijde,
      verklaarden dat de voorsz. Jacob Arijensz. Geltelder in kwaliteit voorsz. eerstelijk aan de voorn. Lijntge Willensdr., vangweg haar moederlijk bewijs, volgens de vertichtingsbrief daarvan bij de voorn. Willem Woutersz. Verduijn, gepasseerd voor schout en schepenen van Charlois op 23-6-1628, per rest nog schuldig is de som van 2300 gld. staande dezelfde brief in het geheel verzekerd op zijn woning met 3,5 morgen land in het Griffiolen Blok en nog op 3,5 morgen land in het Struijs Blok, inhoudende ter som van 5050 car. gld. Daarop zij verklaarden afgelost te zijn een som van 2750 gld. en zulks nog resterende is de voorsz. 2300 gld., dewelke de voorn. Jacob Arijensz. Geltelder belooft te betalen met de interest van voordien. Tot hypotheek zijn voorsz. bouwwoning, bergen en schuren met omtrent 4 morgen 3 hond land, daar de voorsz. woning op staat, als daar annex gelegen in Charlois in het Kerkenblok.
      Verklaarden zij comparanten dat de voorn. Geltelder in kwaliteit voorsz. mede schuldig is aan de voorn. 2 weeskinderen met namen Arij Willemsz. en Cornelis Willemsz. Verduijn, daar moeder van is de voorn. Maritgen Huijsers, ter zake van haar vaderlijk bewijs de som van 1200 gld. volgens de uitkoop bij de voorsz. Cornelis en Eewout Verduijn jegens de weduwe voorn. ggedaan uit kracht van het testament bij de voorn. Willem Woutersz. Verduijn en zijn voorsz. huisvrouw, gepasseerd voor notaris Adriaen van Aller binnen Rotterdam, die Jacob Arijensz. Gelterlder belooft te betalen. tot hypotheek zijn voorsz. woning en land.

      Charlois, 19-9-1658: Jacob Arijensz. Geltelder onze mede schepen voor hem zelf voor de ene helft en Cornelis Woutersz. Verduijn, Pieter Velsenaer, Eeuwout Aertsz. Verschoor en in deze vervangende voor Arijen Cornelisz. Huijser te samen bij testamentaire dispositie gestelde voogden en executeurs over de twee minderjarige kinderen en goederen van zaliger Willem Woutersz. Verduijn en Maertge Cornelisdr. Huijsers, volgens het testament d.d. 22-3-1658 en voor zover nodig geauthoriseerd door het Hof van Holland volgens de akte van authorisatie d.d. 2-9-1658, voor de resterende helft hebben getransporteerd aan de heer Jacob van Vredenburch brouwer in de Bril tot Rotterdam omtrent 6,5 morgen zowel wei- als teelland gelegen in Charlois in twee percelen namelijk in het Oost Duijelblok 3 morgen 2 hond 73 roeden, en nog 3 morgen 89 roeden gelegen in het Kerkenblok.

    2 kinderen


  7. Neeltje Leenderts Smitshouck , * <1625 .

      Te Poortugaal vergezelden Clement Crijnen Leghenhouck en [zijn halfbroer] Adrijaen Leendertsz Smitshouck op 13-4-1642, als ooms en voogden van moederszijde van Ariaentjen Gerritsdr. Vrijlandt [dochter van hun halfszuster respectievelijk zuster Neeltjen Leendertsdr. Smitshouck] bij het maken van huwelijkse voorwaarden.

    × <1640   Gerrit Cornelisz Vrijlant , [] Poortugaal 11-2-1653.
        Zoon van Cornelis Vrijlant .
      Poortugaal, 11-2-1653: Gerrit Cornelisz Vrijlandt, kerk, 2-0-0.

      Te Poortugaal op 6-3-1631 comp. Gerrit Cornelisz. Vrijlandt, wonende Pernis, Willem Cornelisz., zijn broer, wonende Hoogvliet en Jan Bastiaansz. Spruijt, hun neef, wonende Hoogvliet en geven procuratie aan de secretaris van Willemstad of die van Ruigenhil om aan en ten behoeve van Cornelis Dankertsz. of zijn huisvrouwe moeder alzulke 7½ gemet zaailand over te dragen, gemeen liggende met 15 gemet, toebehorende Frans Gijsbertsz., getrouwd hebbende de weduwe van Crijn Cornelisz., als hun aanbestorven zijndoor het overlijden van de kinderen van Crijn Cornelisz. zal, hunlieder broer en oom enbij de voorn Gerrit Cornelisz. verkocht aan de voorn Cornelis Dankertsz.

      Charlois, 6-5-1656:
      - Gabriel Gerritsz. Vrijland voor hem zelf,
      - Pieter Meeusz. van Durp, als getrouwd hebbende Pietertgen Gerritsdr.,
      - Pieter Bastiaensz. Ouwe Pier, als getrouwd hebbende Ingentge Gerritsdr.,
      - Crijn Gerritsz. Vrijland voor hem zelf,
      - Harman Cornelisz. van der Wael, als getrouwd hebbende Maria Gerritsdr.,
      - Willem Tomasz. van der Mars, als getrouwd hebbende Willemtge Gerritsdr., en
      - Bastiaen Dircxsz. van Driel, schout van Hoogvliet, als oppervoogd over Leendert Gerritsz. Vrijlant,
      alle kinderen van zaliger Gerrit Cornelisz. Vrijlant en Neeltge Leendertsdr. Smitshouck, zijn huisvrou, beide zaliger, mitsgaders
      - Gerrit Gerritsz. Vrijlant voor hem zelf en
      - Heijndrick Jansz. Kerbijn, getrouwd hebbende Emmetgen Gerritsdr. als volle zuster en broeder van zaliger Leendert Gerritsz. Vrijlant,
      te samen voor een negende part en
      hebben getransporteerd aan Jan Huijgen Blijdurp, wonende in Rhoon, omtrent 1 morgen 3 hond land in Charlois in het Oostduijel Blok, haar comparenten aangekomen bij erfenis van Leendert Arijensz. Smitshouck, haar grootvader.


      Op 30-1-1629 in Pernis comp.
      - Cornelis Cornelisz. Langevriende, oud 28 jaar,
      - Cornelis Huijbrechtsz. de
      Cortevriende, oud 40 jaar,
      - Arien Meesz., oud 46 jaar,
      - Cornelis Cornelisz. de jongelois, oud
      20 jaar,
      - Pieter Leendertsz. de jonge molenaar, oud 24 jaar en
      - Jan Ringelen, oud 32 jaar.
      Zij verklaren op verzoek van Cornelis Hendriksz.van Dijk, schout van Pernis, en Hendrik Cornelisz., zijn zoon, dat zij in januari 1629 ten huize van Frans Jansz. de waard hebben zitten drinken met de voorsz. Hendrik Cornelisz. [van Dijk] en Gerrit Cornelisz. Vrijlandt, dewelke met de anderen zekere kwestie hebben gehad, waarbij Gerrit tegen Hendrik zei dat die een hoerenkind was en meer van zulke scheldwoorden.
      (Cornelis Cornelisz. Soeteman, Jan Leendertsz. Hofdijk en Gerrit Jansz. Brock tekenen met hun handmerk.)

    8 kinderen


Samengesteld door Joan Bos.
Voor meer informatie zie de introduktie of de FAQ.