Joost Dircxe Vermaes .
Zoon van ? .


× >1600
    Marichie Cornelis Wijten , † <1654.
Kinderen:
  1. Janneken Joosten ( Vermaes) .

    × <3-1556   Thonis Cornelis (Tonis Cornelijsse) de Rucht , † >1664.
      Janneke Joosten, nu getrouwd met Thonis Corn(elis) de Rucht, wordt op 17-2-1656 in Maasdam vermeld.

      Theunis Cornelis de Rucht bezat in 1659 land in ’het Lagie’ voor Maasdam.

      Teunis Corn(elis) de Rucht werd tot ouderling gekozen op 6-3-1661 en bevestigd op 3-4-1661.
      Maasdam, 3-4-1662: huisbezoek voor avondmaal door Henr(icus) Lijdius, predikant, en Teunis Corn(elis) de Rucht, ouderling.
      Maasdam, 4-10-1662: huisbezoek voor avondmaal door D. H(enricus) Lijdius en Teunis Corn(elis) de Rucht

      Tonis Cornelysse de Rucht wordt in de zomer van 1662 en in het voorjaar van 1666 vermeld als één van de heemraden van Maasdam.

      Maasdam, 17 februari 1656:
      Alzo Fonckert Adryaenss., als last en procuratie hebbende van zijn vader Aryen Joosten Voormaes, wonende tot ’Hossenis in Hulster Ambacht int Lant van Vlaenderen ’de selven bericht is ende in expurijentie selffs bevonden heeft hoe dat sijnne moeijen’ namelijk Adryaentie Joosten en Janneken Joosten bij zijn grootvader Joost Dircxss. zijn blijven wonen na de dood van zijn grootmoeder Marijken Corn(elis), huisvrouw van de voornoemde Joost Dircxss., en de voornoemde Fonckert weder in plaats van zijn vader erfgenaam voor zijn portie van de gemene boedel en alzo de voornoemde Adryaentie Joosten en Janneke Joosten nu getrouwd met Thonis Corn(elis) de Rucht. Fonckert is verorderd om de boedel af te handelen etc. waarbij lang uitstel door zijn moeije heeft plaatsgevonden. Daar Fonckert uitlandig is heeft hij in een herberg moeten verblijven tegen grote kosten. Hij authoriseert schout Jan Aryensen Maesdam en Jan Dircxss. van der Wier, heemraad en Huybert Huybertss., gerechtsbode, om aan Joost Dircxsen of zijn voornoemde dochters en zwager om vanwege hem te
      ’inderdiceren’ en verbieden i.v.m. de boedel [etc.].

      Maasdam, dd. 9 oktober 1658. Zo hebben Jan Dirckse van der Wier en Ary Janse Wesenhagen, schepenen, vervangende Jan Aryensen, schout van Maasdam, ten verzoeke van Gilis van Gemert, wonende tot Dordrecht, gerechtelijk gearresteerd onder Theunis de Rucht zodanige penningen of land als Ary Joosten competeert uit de boedel van Joost Dircksen en dat totdat van Gemert van zodanige obligatie voldaan is als hun tot laste van Ary Joosten heeft.

      In Maasdam op 8 maart 1659 compareren:
      - Jan Arentsen Gelder, Cornelis Arentse Gelder, voor hen zelf en hen sterk makende voor Marigie Arentsdr.,
      - Ary Maertse, voor hem zelf en als last en procuratie hebbende van Dirck Joosten, volgens de procuratie ons schout en schepenen vertoond,
      - Ariaentie Joostendr., geassisteerd met Jacop Joosten, haar gekoren voogd in dezen,
      - Jacop Joosten, voor hem zelf en testamentaire voogd van de weeskinderen van
      - Jaeppie Joosten en voogd van de minderjarige kinderen en kindskinderen van zaliger
      - Annigie Joosten,
      - Pieter Ariens Sneep, voor hem zelf en hem sterk makende voor Jan Ariensen Sneep, en
      - Cornelis Aerts van Schravendeel, voor hem zelf als medeerfgenaam van Annigie Joosten.
      Zij zijn gezamenlijk erfgenamen van zaliger Joost Dirckse en Marigie Cornelisdr., zijn huisvrouw, in hun leven gewoond hebbende op het dorp van Maasdam.
      Zij transporteren aan Theunis Cornelisse de Rucht, mede erfgenaam van de voornoemde Joost Dirckse en Marigie Cornelis dochter, een geheel huis met de beterschap van het erf "met bedt, buldt, kisten, kasten, coper, tin als anders welcke voors. huys is", staande in het dorp maasdam, belend O de gemeenlants dijck, Wde vliet, Z de werff van Aert Janse van Es, en N den gemeene dijck.
      Akte getekend door de schout, de secretaris F. van Breedenhoff, schepen Vas. Montaen zet handmerkje. Het huis met het goed is verkocht voor 500 gld., waarvan de inboedel door schout en
      schepenen is getaxeerd op 200 gld.
      De portie van de Rucht in de erfenis bedraagt de som van 40 gld., komt het huis op 260 gld. De 40e penning bedraagt hierop 6 gld. 10 st. en voor de taxatie 1 gld. 12 st.

      In Maasdam op 12 juni 1659 compareren:
      - Jacop Joosten, voor hem zelf, en als testamentaire voogd van de kinderen van
      - Jaeppie Joosten en voogd van de minderjarige kinderen van
      - Annigie Joosten en de kindskinderen van voornoemde Annigie Joosten, Ary Maertens, voor hem zelf, en hem sterk makende voor Cornelis Aertsen, als getrouwd hebbende Lintje Maertens, Pieter Ariense
      Sneep, als getrouwd hehbende Marygie Maertens, voor hem zelf;
      Zij zijn gezamenlijk erfgenamen van zaliger Joost Dirckse. Zij verklaren verkocht en getransporteerd te hebben aan Theunis Cornelisen de Rucht een stuk ’teellandts’ groot 4 mergen 300 roeden ’int Lagie’ voor
      Maasdam, belend N Jan Ariensen, Ode Vliet, Z Jan Corn(elis) timmerman en W den dijck, en dat zoals hen aanbestroven bij overlijden van Joost Dirckse voornoemd. De comparanten stellen hun persoon en goederen als zekerheid voor de vrijwaring van die land.

      Maasdam, dd. 13 juni 1659: Theunis Cornelisen de Rucht, onze inwoner, bekent schuldig te zijn aan juffr. Josina van Bergheyck, weduwe van Corstiaen Coopman, 1200 Car. gld. vanwege aangetelde en geleende penningen. Hij belooft dit geld over een jaar terug te betalen met interest de penning 25 ofte 4 ten 100. Hij verbind hiervoor 4 mergen 300 roeden in ’het Lagie’ voor Maesdam, belend O de vliet.

      Mijnsheerenland, 20 mei 1665: Anthonis Cornelis de Rucht, wonende op Maasdam, bekent 500 C.gulden schuldig te zijn aan en t.b.v. juffr. Josyna Bercheijck, weduwe van Christiaen Coopmans en wonende te Dordrecht, Hij hypothekeert deze som op 9/10 deel van 3 morgen zaailand in de Heilige Geestblokken onder de jurisdictie van Mijnsheerenland. Noord de weduwe van Willem Maertens, in zijn leven schout te Maasdam, zuid de Maasdamse weg, west Simon Cornelis de Vries te Dordrecht.


  2. Arijaentie Jooste Vermaes , * >1600 , † Maasdam 1682 .
      Wsl. overleden tussen 11-4-1682 en 9-11-1682.

      Maasdam, 11-10-1692:
      - Maria Maertens, weduwe van Pieter A(rien)sen) Sneep,
      - Willem Barentsen, in huwelijk hebbende Lena Maertens,
      - Maerten A(rien)sen Maesdam, Aert Corn(elis)sen Moockhouck, zo voor hen zelf en Arij Pieterse Sneep als oom en voogd van de nagelaten weeskinderen van
      - Lijsbet Jans Sneep, “des nood sijnde’, tezamen kind of kindskinderen van Annetien Joosten; item nog
      - Schilleman Diercxse, Wouter Jansse, getrouwd met Willemtie Jacobs, en
      Johannes de Lange, in huwelijk hebbende Maritie Jacobs, tezamen kinderen van Jaepien Jooste; A llengezamenlijke erfgenamen van Arijaentie Jooste, op Maasdam overleden, volgens het testament van d.d. 11 april 1682 gepassseerd voor notaris Justus Casteleijn te Puttershoek.
      Zij transporteren aan Arij Jacobse Noteb(oom), schepen van Maasdam, twee derde parten van 2 mergen 92 roeden gelegen int landeken van de Graswynckels, belend O: de kreck, Z: Isaack Vasse, W: den dick en N: Gisbert Janse van Es. Voldaan met 940 gld. boven een halve stuiver van elke gulden tot rantsoen.

      In Maasdam op 12 juni 1653 compareert Aryen Joosten, tegenwoordig wonende tot ’Hoffenis in Vlaenderen’, zijnde zoon van Joost Dirckxss. en Marijken Corn(elis)dr. zaliger, dewelke heeft aangemerkt en hem is aangezged als dat zijn vader voornoemd met zijn zusters en broeders sedert de dood van Marijken Cornelis, zijn gewezene moeder, hebben verkocht haar nagelaten goederen zonder hem daarin te laten kennen, niet tegenstaande daar nog weeskinderen van zijn zuster in de voorzegde boedel zijn bestorven. Hij verzoekt rechtelijk om rekening van de boedel.
      Op 12 juni hebben de secretaris en jan Aryenss. Maesdam, heemraad van Maasdam, Joost Dirckxss. en zijn dochter Aryaentge Joosten deze akte voorgelezen en er werd tot antwoord gegeven: ’hij soude ons selvet aen spreken hij heeft misschyen meer wegh als hem toe comt’.

      Maasdam, 17 februari 1656:
      Alzo Fonckert Adryaenss., als last en procuratie hebbende van zijn vader Aryen Joosten Voormaes, wonende tot ’Hossenis in Hulster Ambacht int Lant van Vlaenderen ’de selven bericht is ende in expurijentie selffs bevonden heeft hoe dat sijnne moeijen’ namelijk Adryaentie Joosten en Janneken Joosten bij zijn grootvader Joost Dircxss. zijn blijven wonen na de dood van zijn grootmoeder Marijken Corn(elis), huisvrouw van de voornoemde Joost Dircxss., en de voornoemde Fonckert weder in plaats van zijn vader erfgenaam voor zijn portie van de gemene boedel en alzo de voornoemde Adryaentie Joosten en Janneke Joosten nu getrouwd met Thonis Corn(elis) de Rucht. Fonckert is verorderd om de boedel af te handelen etc. waarbij lang uitstel door zijn moeije heeft plaatsgevonden. Daar Fonckert uitlandig is heeft hij in een herberg moeten verblijven tegen grote kosten. Hij authoriseert schout Jan Aryensen Maesdam en Jan Dircxss. van der Wier, heemraad en Huybert Huybertss., gerechtsbode, om aan Joost Dircxsen of zijn voornoemde dochters en zwager om vanwege hem te
      ’inderdiceren’ en verbieden i.v.m. de boedel [etc.].

      In Maasdam op 8 maart 1659 compareren:
      - Jan Arentsen Gelder, Cornelis Arentse Gelder, voor hen zelf en hen sterk makende voor Marigie Arentsdr.,
      - Ary Maertse, voor hem zelf en als last en procuratie hebbende van Dirck Joosten, volgens de procuratie ons schout en schepenen vertoond,
      - Ariaentie Joostendr., geassisteerd met Jacop Joosten, haar gekoren voogd in dezen,
      - Jacop Joosten, voor hem zelf en testamentaire voogd van de weeskinderen van
      - Jaeppie Joosten en voogd van de minderjarige kinderen en kindskinderen van zaliger
      - Annigie Joosten,
      - Pieter Ariens Sneep, voor hem zelf en hem sterk makende voor Jan Ariensen Sneep, en
      - Cornelis Aerts van Schravendeel, voor hem zelf als medeerfgenaam van Annigie Joosten.
      Zij zijn gezamenlijk erfgenamen van zaliger Joost Dirckse en Marigie Cornelisdr., zijn huisvrouw, in hun leven gewoond hebbende op het dorp van Maasdam.
      Zij transporteren aan Theunis Cornelisse de Rucht, mede erfgenaam van de voornoemde Joost Dirckse en Marigie Cornelis dochter, een geheel huis met de beterschap van het erf "met bedt, buldt, kisten, kasten, coper, tin als anders welcke voors. huys is", staande in het dorp maasdam, belend O de gemeenlants dijck, Wde vliet, Z de werff van Aert Janse van Es, en N den gemeene dijck.
      Akte getekend door de schout, de secretaris F. van Breedenhoff, schepen Vas. Montaen zet
      handmerkje. Het huis met het goed is verkocht voor 500 gld., waarvan de inboedel door schout en
      schepenen is getaxeerd op 200 gld.
      De portie van de Rucht in de erfenis bedraagt de som van 40 gld., komt het huis op 260 gld. De 40e penning bedraagt hierop 6 gld. 10 st. en voor de taxatie 1 gld. 12 st.

      Ariaentjen Joosten, wonende op het dorp Maasdam, geassisteerd met Jacob Joosten, haar broeder en gekoren voogd in dezen, transporteerde op 11-5-1679 in Maasdam aan Thonis Bastiaensen Bestebreur, inwoner van Maasdam, een geheel huis metten gevolge van erve, zoals bij haar bezeten is, gelegen op het dorp Maasdam, belend ten oosten aan den den Dijck en ten westen aan des gemeenlants vliet. De koopsom was 700 Car. gld.

      Ariaenjen Joosten, wonende op Maasdam, geassisteerd met Jacob Joosten, haar broeder en gekoren voogd in dezen, bekende op 9-5-1680 in Maasdam schuldig te zijn Reijnier Gillisen Krol, wonende op Maasdam, onze mede-schepen, 200 Car. gld. ter zake van geleende penningen, in speciaal verbonden aan 2 mergen 92 roeden zo weide- als zaailand in Nieuw-Bonaventura onder de jurisdcitie van Maasdam, belend ten oosten aan des Gemeenlants Vliet en ten westen aan de dijk. Op 9-11-1682 werd dit land door haar erfgenamen getaxeerd.


  3. Dirck Joosten Vermaes , * >1600 .

      Maasdam, 12 juni 1659:
      Ary Maertsen, als last en procuratie hebbende van Dirck Joosten Vermaes, wonende in ’Oost Vrieslandt inde westerse mars onder de heerlijckheijt van Norden’, volgens de procuratie ons schout en schepenen vertoond, nevens Agie Pieters, huisvrouw van de voornoemde Dirck Joosten, die hetzelve ook conformeerde. Hij heeft verkocht en getransporteerd aan Theunis Cornelisen de Rucht een stuk ’teelants’ groot 2mergen 92 roeden. gemeen en onverdeeld liggend met de voornoemde Theunis Cornelis de Rucht in ’het Lagie’ voor Maasdam, belend O de Vliet, Z Vas Cornelisen, W den dijck en N Marigie Jacops wed. van Jan Ghijsen. Een dat zoals het land aanbestorven is door het overlijden van Joost Dirckse, zijn vader. Hij vrijwaart het land van alle lasten met zijn persoon en goederen.

      Rechtdag laatste mei 1650 in Maasdam:
      Mr. Jacob Smit wonende tot Breda, eiser, contra Joost Dirckxss., wonende tot Maasdam, gedaagde.
      Eiser verklaart dat hij op 22 mei 1650 van de huisvrouw van gedaagde heeft gekocht een ’ruyn paert’ van drie jaren, waarbij hij gevraagd had of het paard zonder gebreken was, hetgeen bevestigd werd. Dit bleek niet zo te zijn en daarom eist de eiser terugbetaling.
      Compareert Dirck Joosten Vermaes, de zoon van de gedaagde, en ’sustineert als datte geen ressetuytie van paert ofte gelt behoef te geschyen vermits de coopmanschap qualijck was gedaen’.

    × <1660   Aeggie Pieters (Agie Pieters) .

      De schout en schepenen verklaren op 13 juni 1659 in Maasdam ten verzoeke van Aeggie Pieters, huisvrouw van Dirck Joosten, wonende in ’Oost Vrieslandt’, dat het hen wel bekend is dat Joost Dirckse zaliger in zijn leven alhier op Maasdam wel veertig jaar heeft gediend als schepen en in die tijd zich altijd eerlijk heeft gedragen ’en gecomporteert soo wel in sijnen dienst als daer buyten tot het uyterste van sijn leven toe’.


  4. Annetien Joosten Vermaes , *Maasdam ±1601 , † Maasdam ±1652 .

    × Maasdam 1623   Maerten Jansz Maesdam , *Maasdam ±1600 .

    × ±1645   Bastiaen Heijndriks van der Linden , *’s-Gravendeel ±1620 , † ’s-Gravendeel ±13-11-1703, [] ’s-Gravendeel .
    Getuige bij de overlijdensaangifte: Hendrik Bastiaens van der Linden .

        Zoon van Hendrik Reijne van der Linden en Neeltje Jans Sneep .
      Op 27-4-1701 werd hij 80 jaar oud genoemd.
      ’s-Gravendeel 13-11-1703: "ontfangen van Hendrick Bastiaens van der Linden voort regt van begraven van sijn vader, genaemt Bastiaen Hendricxs van der Linden, aengevinge gedaen hebbende onder de classis van drie gulden, dus f 3:0:0."
      ’s-Gravendeel 25-8-1720: "doen dier tydt is het nieuwe beenhuys begmaeckt van Ary Kluydt, metselaar, en de eerste beenderen dien der in gekomen zijn die zijn geweest van den oude Bastiaen Hendrickse van der Linden".

      Hij was bouwman (boer) in het Nieuw-Bonaventura buiten ’s-Gravendeel.

      ’s-Gravendeel, 1674: "Bastiaen Hendricx van der Linden 18-0. Den 16 Julij 1688 verclaert geen duijsent gl. gegoet te sijn dus geroijt."

      Op 16-7-1688 in ’s-Gravendeel verklaarde Bastiaen Hendricx van der Linden "geen duijsent gl. gegoet te sijn dus geroijt". Den 10-8-1703 heeft Bastiaan van der Linden Eedt gedaan dat hij "compt opt consent van den 21en Julij 1687 geen duijsent gl. gegoet was en m. present geen duijsent gegoet is."

      Op 6-3-1680, "buitens dorpe in Bonavonteura" nabij ’s-Gravendeel, was sprake van "Bastijaen Heijndricks van der Linde, een bouwman, heel cappitalist".

      "Den 10 aug 1703 [in ’s-Gravendeel] heeft Bastiaan van der Linden Eedt gedaan ddat hij compt opt consent van den 21en Julij 1687 geen duijsent gl gegoet was en m. present geen duijsent gegoet is."
      Beroep: landbouwer, veehouder

    4 kinderen


  5. Jan Joosten Vermaes , * >1605 .

      Jan Joosten Vermaes, wonende op het dorp Maasdam, liet op 9-11-1682, 2 mergen 92 roeden zo weide- en zaailand taxeren in Nieuw-Bonaventura onder de jurisdictie van Maasdam, toebehoord hebbende aan Ariaentie Joosten Vermaes, belend ten oosten aan de Gemenelands Vliet en ten westen aan de dijk. Het land werd getaxeerd op een waarde van 600 Car. gld. Het land was belast met 200 Car. gld. hypotheek ten behoeve van Reijnier Gillisen Krol, zodat er over 400 gld. collaterale successie moest worden betaald.


  6. Jaepien Jooste (Jaepken Joosten) (van Maesdam) , *Maasdam >1605 , † Goudswaard 5-2-1655 .

      Op 9-7-1642 werd " Jaeptge Joosten, weduwe van Dirck Schillemans, daerna getrouwt met Jacob Willemsen Hoogewerf" op belijdenis lidmaat te Goudwaard.

    × Goudswaard 15-6-1636   Dijrck Schillemans Waelboer , [] Goudswaard 1-1-1641.
      Ondertrouw op 23-6-1636 in Maasdam.
      Dirck Schilmanssen jg, geboren en won. in de Korendijk [=Goudswaard] en Jaepken Joosten, geboren en won op Maasdam, afk Maasdam, getr Goudswaard 15-6-1636.

      Een naamloos kind van hen werd op 28-6-1637 begraven te Goudswaard. Verder hadden zij een zoon Schilleman en een dochter Geertien.
      Hij is in de kerk van Goudswaard begraven.

      Hij was een zoon van Schilman Jans, boer, wonende eerst in Oud-Beijerland, later in de Korendijk in de Schillemans- of Oostpolder. Schilman Jans was gehuwd met Geerken Dircks, weduwe van Cornelis Willems. Behalve Dijrck hadden zij ook nog zonen Pieter Schilmans Leegewech en Inghel Schilmans.

      Hij was boer op de ouderlijke hofstede in de Korendijk vanaf 1635. In 1636-38 was hij schepen van Goudswaard.

      Dirijck Schijllemansen was een broer van Jan Schijllemansen, beiden inwoners van de Korendijk in 1634.

      Zie: "Gens Nostra" 2011.

    × Goudswaard 1644   Jacob Willems Hoogewerf .
      Ondertrouw op 17-1-1644 in Goudswaard.
      Jacob Willems Hoogewerf was j.m. van en wonende in de Korendijk. Zij kregen dochters Willemtie en Maritie.

      Hij was boer te Goudswaard.

      Japien Jooste was getrouwd met een Jacob en had deze kinderen:
      - Willemtie Jacobs, getrouwd met Wouter Jansse,
      - Maritie Jacobs, getrouwd met Johannes de Lange.

    4 kinderen


  7. Jacob Joosten Vermaese , * >1605 , † ±1691 .
      Op 28-7-1692 Maasdam verklaarden zijn gezamenlijke erfgenamen afstand te doen van zijn nagelaten boedel.

      Op 9-5-1680 in Maasdam assisteerde Jacob Joosten zijn zuster Ariaenjen Joosten, wonende op Maasdam.

      In Maasdam op 12 juni 1659 compareren:
      - Jacop Joosten, voor hem zelf, en als testamentaire voogd van de kinderen van
      - Jaeppie Joosten en voogd van de minderjarige kinderen van
      - Annigie Joosten en de kindskinderen van voornoemde Annigie Joosten, Ary Maertens, voor hem zelf, en hem sterk makende voor Cornelis Aertsen, als getrouwd hebbende Lintje Maertens, Pieter Ariense
      Sneep, als getrouwd hehbende Marygie Maertens, voor hem zelf;
      Zij zijn gezamenlijk erfgenamen van zaliger Joost Dirckse. Zij verklaren verkocht en getransporteerd te hebben aan Theunis Cornelisen de Rucht een stuk ’teellandts’ groot 4 mergen 300 roeden ’int Lagie’ voor
      Maasdam, belend N Jan Ariensen, Ode Vliet, Z Jan Corn(elis) timmerman en W den dijck, en dat zoals hen aanbestroven bij overlijden van Joost Dirckse voornoemd. De comparanten stellen hun persoon en goederen als zekerheid voor de vrijwaring van die land.


  8. Arien Joostensz (Arijen Joosten) Vermaes , * 1609 , ~Maasdam 8-3-1609 .

      In Maasdam op 12 juni 1653 compareert Aryen Joosten, tegenwoordig wonende tot ’Hoffenis in Vlaenderen’, zijnde zoon van Joost Dirckxss. en Marijken Corn(elis)dr. zaliger, dewelke heeft aangemerkt en hem is aangezged als dat zijn vader voornoemd met zijn zusters en broeders sedert de dood van Marijken Cornelis, zijn gewezene moeder, hebben verkocht haar nagelaten goederen zonder hem daarin te laten kennen, niet tegenstaande daar nog weeskinderen van zijn zuster in de voorzegde boedel zijn bestorven. Hij verzoekt rechtelijk om rekening van de boedel.
      Op 12 juni hebben de secretaris en jan Aryenss. Maesdam, heemraad van Maasdam, Joost Dirckxss. en zijn dochter Aryaentge Joosten deze akte voorgelezen en er werd tot antwoord gegeven: ’hij soude ons selvet aen spreken hij heeft misschyen meer wegh als hem toe comt’.

    × <6-1651   Pietertgen Adriaens Fonckert , * ±1601 , ~Ridderkerk 17-2-1602 , † >5-1651.
        Dochter van Adriaen Adriaensz (de) Fonckert en Pietertje Bastiaensdr .

      Zij trouwde
      1) in Ridderkerk in 1619: Cornelis Willemsz Jonge Stuij(en) / Stoeije / Stueije, een zoon van Willem Cornelisz Stoeij en wsl. Aecht Jansdr.
      2) in Ridderkerk in 1626 Adriaen Pieter Woutersz, zoon van Pieter Wouter Teunisz en Aeffgen Cornelisdr.
      3) in Ridderkerk in 1628 Cleijs Cornelisz van Driel, j.m. van Klaaswaal, zoon van Cornelis Cleijsz van Driel en wasl. Ingetje Cornelisdr.
      4) Arien Joostensz Vermaes, zoon van Joest Dircxz, boer te Maasdam, en Mariken Cornelis Wijten.

      De ziek te bed liggende Cleijs Corn. van Drijel, oud-schepen van Cromstrijen, en zijn gezond zijnde vrouw Pietertgen Ariens Fonckertsdr. maakten op 12-12-1634 in hun huis in of onder Klaaswaal een testament op de langstlevende. Deze diende hun gezamelijke kind of kinderen naar behoren op te voeden, en wel de ’knechtkens’ tot 18 jaar en de ’meijskens’ tot 16 jaar, en aan hen allen 600 gld. uit te reiken, alsmede bij huwelijk een uitzet naar de staat van de boedel. Bij haar vooroverlijden diende de testateur aan de voorkinderen van Pietertgen uit haar huwelijk met Cornelis Willemsz Steuij 400 gld. uit te reiken. Hij stelde van zijn zijde tot voogden zijn ’cosijns’ Henrick Ariensz van Drijel, dijkgraaf van de Klemmen, en Cleijs Ariensz van Drijel. De testatrice stelde tot voogden haar zwager Adriaen Ariensz Jonge Swaen, dijkgraaf van Ridderkerk, en haar ’cosijn’ Seger Jacobsz Cranendonck, dijkgraaf van Nieuw- en Klein-Cromstrijen. Bij hertrouwen van de langstlevende gedurende de onmondigheid der kinderen zou deze op de trouwdag het aan de kinderen toegezegde geld aan hun voogden betalen, welke dit tegen interest zouden uitzetten.

      In een akte van 31-5-1651 werd de verklaring afgelegd dat Bastiaen Dircxsz Snijder, getrouwd met de zuster van zaliger Willem Corn. Steuij, en Arien Joosten Vermaes, getrouwd met Pietertgen Fonckerts, die de moeder is van voornoemde Steuij, als Steuij’s erfgenamen, niet in staat waren zekere betalingen te verrichten, omdat zij zeer weinig bezit hadden.

      Zie: Ons Voorgeslacht 2011, en De Nederlandsche Leeuw 1997.


Samengesteld door Joan Bos.
Voor meer informatie zie de introduktie of de FAQ.